Hoofdtekst
De duivel brengt een contract terug
Het volgende moet in Maastricht of in de omgeving der stad zijn voorgevallen:
Een bankier had bij een financiële operatie veel geld verloren. Hij had altijd te zeer gerekend op het menselijke kunnen en zich weinig aan God gelegen laten liggen. Maar een gebedje ter ere van Onze-Lieve-Vrouw bad hij nog dagelijks.
Terwijl hij daar nu op een avond in vertwijfeling zat te cijferen en de cijfers hem iedere keer duidelijker bewezen hoe groot zijn ruïne was, werd er aan de deur van zijn kantoor geklopt en trad er een zwarte heer binnen.
'Wie heeft je hier binnengelaten?' vroeg de bankier bars, door zo te worden verrast bij de berekening van zijn ondergang. Hij zag al gauw wat soort heer bij hem was binnengekomen. Die hield hij immers niet met honderd deuren buiten.
'Ik wil u helpen, want ook zonder die cijfers zie ik uw nood!' begon de vreemdeling. 'Natuurlijk op een voorwaarde!'
Dat begreep de bankier ook wel; hij verzette zich echter tegen de verleidelijke voorstellen van de vreemde. Eindelijk, toen die heer hem nog eens al de hoon had geschilderd en al de nood, die hem zou treffen, kwam hij met hem overeen geld van hem aan te nemen. Hij zou hem dan het gevraagde verkopen, namelijk de ziel van zijn negenjarig zoontje. Om zijn stand op te houden deed de bankier dus afstand van zijn enig kind.
'Kom mee!' zei hij tegen de vreemdeling en hij ging hem voor naar de kamer waar zijn zoontje sliep. De jongen ademde rustig en begreep niets van het gevaar dat hem dreigde. Nu trok de bankier zijn pistool en schoot, maar de kogel ketste af op het scapulier, dat de kleine droeg. Hij schoot weer en weer ketste de kogel af. Toen hij voor de derde maal wilde schieten, verscheen Onze-Lieve-Vrouw en plaatste zich tussen zijn wapen en zijn kind.
'Ik heb u nog niet vergeten,' zei de heilige Maagd. 'Ik zal u helpen, maar verbreek eerst het contract met de duivel!'
De bankier viel nu op de knieën en vroeg vergiffenis.
Op zijn kantoor gekomen, stond de vreemdeiing die bij de verschijning van Maria was verdwenen, op hem te wachten.
'In de volle kerk zult gij het contract moeten terugbrengen. Zo heeft de H. Maagd het beslist!' Met deze boodschap, door de bankier overgebracht, kon de duivel gaan.
Het was zondag en onder de hoogmis; de kerk was, zoals gewoonlijk, geheel gevuld. Toen de pastoor op de preekstoel klom, liet zich een geweldig gedruis horen voor een van de ramen. En toen de gelovigen opkeken, zagen zij de duivel tegen het raam aanvliegen, met het contract in de hand.
De pastoor, die van alles onderricht was, riep hem toe dat dit niet voldoende was; hij moest binnenkomen en het contract op de preekstoel aan de pastoor overreiken.
Daarop verscheen de duivel, die in de kerk in zijn ware gestalte niet verschijnen kon, in de gedaante van een grote vogel, die het met bloed getekende contract met zijn bek overreikte aan de pastoor.
Nadat hij zich zo had moeten vernederen, wiekte hij de kerk uit met zo een gedruis en gedreun dat de kerk moest worden herbouwd.
Het volgende moet in Maastricht of in de omgeving der stad zijn voorgevallen:
Een bankier had bij een financiële operatie veel geld verloren. Hij had altijd te zeer gerekend op het menselijke kunnen en zich weinig aan God gelegen laten liggen. Maar een gebedje ter ere van Onze-Lieve-Vrouw bad hij nog dagelijks.
Terwijl hij daar nu op een avond in vertwijfeling zat te cijferen en de cijfers hem iedere keer duidelijker bewezen hoe groot zijn ruïne was, werd er aan de deur van zijn kantoor geklopt en trad er een zwarte heer binnen.
'Wie heeft je hier binnengelaten?' vroeg de bankier bars, door zo te worden verrast bij de berekening van zijn ondergang. Hij zag al gauw wat soort heer bij hem was binnengekomen. Die hield hij immers niet met honderd deuren buiten.
'Ik wil u helpen, want ook zonder die cijfers zie ik uw nood!' begon de vreemdeling. 'Natuurlijk op een voorwaarde!'
Dat begreep de bankier ook wel; hij verzette zich echter tegen de verleidelijke voorstellen van de vreemde. Eindelijk, toen die heer hem nog eens al de hoon had geschilderd en al de nood, die hem zou treffen, kwam hij met hem overeen geld van hem aan te nemen. Hij zou hem dan het gevraagde verkopen, namelijk de ziel van zijn negenjarig zoontje. Om zijn stand op te houden deed de bankier dus afstand van zijn enig kind.
'Kom mee!' zei hij tegen de vreemdeling en hij ging hem voor naar de kamer waar zijn zoontje sliep. De jongen ademde rustig en begreep niets van het gevaar dat hem dreigde. Nu trok de bankier zijn pistool en schoot, maar de kogel ketste af op het scapulier, dat de kleine droeg. Hij schoot weer en weer ketste de kogel af. Toen hij voor de derde maal wilde schieten, verscheen Onze-Lieve-Vrouw en plaatste zich tussen zijn wapen en zijn kind.
'Ik heb u nog niet vergeten,' zei de heilige Maagd. 'Ik zal u helpen, maar verbreek eerst het contract met de duivel!'
De bankier viel nu op de knieën en vroeg vergiffenis.
Op zijn kantoor gekomen, stond de vreemdeiing die bij de verschijning van Maria was verdwenen, op hem te wachten.
'In de volle kerk zult gij het contract moeten terugbrengen. Zo heeft de H. Maagd het beslist!' Met deze boodschap, door de bankier overgebracht, kon de duivel gaan.
Het was zondag en onder de hoogmis; de kerk was, zoals gewoonlijk, geheel gevuld. Toen de pastoor op de preekstoel klom, liet zich een geweldig gedruis horen voor een van de ramen. En toen de gelovigen opkeken, zagen zij de duivel tegen het raam aanvliegen, met het contract in de hand.
De pastoor, die van alles onderricht was, riep hem toe dat dit niet voldoende was; hij moest binnenkomen en het contract op de preekstoel aan de pastoor overreiken.
Daarop verscheen de duivel, die in de kerk in zijn ware gestalte niet verschijnen kon, in de gedaante van een grote vogel, die het met bloed getekende contract met zijn bek overreikte aan de pastoor.
Nadat hij zich zo had moeten vernederen, wiekte hij de kerk uit met zo een gedruis en gedreun dat de kerk moest worden herbouwd.
Onderwerp
SINSAG 0863 - Der Teufelsvertrag zurückgegeben.
  
Beschrijving
Een bankier die nog dagelijks tot de Onze-Lieve-Vrouw bidt, is op een gegeven moment veel geld verloren. Terwijl hij alles zit na te rekenen, komt de Duivel binnen en doet hem aanlokkelijke voorstellen. De bankier heeft echter in de gaten met wie hij van doen heeft en wil er niet op ingaan -totdat de duivel hem alle ellende heeft voorgespiegeld die hem te wachten zal staan. De bankier vraagt een som geld in ruil voor de ziel van zijn negenjarige zoon. Maar als hij bezig is zijn zoon neer te schieten, verschijnt de heilige maagd en ze gaat tussen hem en de zoon instaan.
De duivel wordt gedwongen om zich te vernederen: en het contract in de kerk terug te brengen in het bijzijn van de pastoor en alle kerkgangers.
De duivel wordt gedwongen om zich te vernederen: en het contract in de kerk terug te brengen in het bijzijn van de pastoor en alle kerkgangers.
Bron
Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925.
Herdruk: ca. 1970
Herdruk: ca. 1970
Commentaar
1925 (Herdruk ca. 1970)
Dit verhaal is te vinden in het hoofdstuk 'Van verkochte zielen'.
Der Teufelsvertrag zurückgegeben. Sünder wird von Heiligen geschützt, weil er sein tägliches Gebet nicht unterliess.
Naam Overig in Tekst
God   
Onze-Lieve-Vrouw   
Naam Locatie in Tekst
Maastricht   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
