Hoofdtekst
De kwitantie uit de hel
Oude mensen uit Gulpen hadden door veel bezuinigingen en ontberingen een huisje, dat een aannemer voor hen op afbetaling had gebouwd, afbetaald. Het was nu geheel hun eigendom. De man had de laatste termijn bij de aannemer gebracht en vroeg deze nu een bewijs van eigendom. 'Ik heb vandaag geen tijd,' antwoordde hij, 'ik moet dat allemaal nog opzoeken! Kom morgen maar terug!'
De oude man kwam de volgende morgen terug en kreeg weer betzelfde bescheid. Toen hij voor de derde maal kwam, hoorde hij tot zijn ontzetting dat de aannemer plotseling door een beroerte was gestorven. De oudjes beriepen zich nu op hun eigendomsrecht bij de kinderen van de overledene, doch die trokken zich daar niets van aan en zo bleef de oude mensen hun bezit onttrokken.
De oude vrouw had echter een grote devotie tot de heilige Antonius. Enige dagen na het voorgevallene zat zij op het veld te werken en te schreien, toen daar een heer voorbijkwam, die haar vroeg, waarom zij toch zo bedroefd was. Zij meende die heer meer te hebben gezien, al kon zij zijn gezicht niet goed thuisbrengen. Zij vertelde hem nu wat hun was overkomen.
Nadat zij haar verhaal gedaan had, zei de heer tot haar: 'Die kwitantie zal ik u wel bezorgen. Kom maar eens mee!'
Hij bracht haar voor een poort die zij nog nooit gezien had en toen vroeg zij hem: 'Waar brengt gij mij toch? Hier ben ik nog nooit geweest!'
Zij zou maar gerust meekomen, verzekerde de heer haar. Hij bracht haar nu eerst op een cour en vervolgens in een zaal, waar een aantal heren bezig waren met biljarten, kaarten, dobbelen en andere spelen. De heer keerde zich nu naar haar toe en vroeg: 'Kijk nu maar eens rond, of de heer van wie gij de kwintantie moet hebben hierbij is!'
'Ja!' zei de oude vrouw. 'Daar staat hij!'
'Vraag hem de kwitantie dan maar!'
De aangewezen heer schreef nu op verzoek van het oudje de kwitantie en de twee vingers, waarmede hij ze haar gaf, bleven er verbrand ingeprent.
De heer die de oude vrouw naar deze plaats had geleid, had haar bevolen niet om te kijken. Hijzelf was aan de deur blijven staan. Zij keek echter om toen zij wegging en nu zag zij hoe de biljarts, de tafels, de spelers, de kaarten en alles door elkaar werd geslagen en met het hoofd naar beneden in een laaiende vuurkolk wegzonk.
Toen de vrouw weer buitenkwam, wilde zij de heer bedanken; hij was al verdwenen en de poort ook.
Zij ging dadelijk naar de kinderen van de overledene. Deze stonden verstomd te kijken. Het was het handschrift van hun vader, wat de vrouw hun toonde. Zij vroegen haar hoe zij aan die kwitantie kwam. 'Wel, mijnheer heeft mij die gegeven!' Toen vertelde zij alles. Een van de kinderen begreep dat haar vader verloren was en in de hel. '0 God,' zuchtte zij, 'dan is het zeker de heilige Antonius geweest, die heeft u in de hel gebracht!'
Oude mensen uit Gulpen hadden door veel bezuinigingen en ontberingen een huisje, dat een aannemer voor hen op afbetaling had gebouwd, afbetaald. Het was nu geheel hun eigendom. De man had de laatste termijn bij de aannemer gebracht en vroeg deze nu een bewijs van eigendom. 'Ik heb vandaag geen tijd,' antwoordde hij, 'ik moet dat allemaal nog opzoeken! Kom morgen maar terug!'
De oude man kwam de volgende morgen terug en kreeg weer betzelfde bescheid. Toen hij voor de derde maal kwam, hoorde hij tot zijn ontzetting dat de aannemer plotseling door een beroerte was gestorven. De oudjes beriepen zich nu op hun eigendomsrecht bij de kinderen van de overledene, doch die trokken zich daar niets van aan en zo bleef de oude mensen hun bezit onttrokken.
De oude vrouw had echter een grote devotie tot de heilige Antonius. Enige dagen na het voorgevallene zat zij op het veld te werken en te schreien, toen daar een heer voorbijkwam, die haar vroeg, waarom zij toch zo bedroefd was. Zij meende die heer meer te hebben gezien, al kon zij zijn gezicht niet goed thuisbrengen. Zij vertelde hem nu wat hun was overkomen.
Nadat zij haar verhaal gedaan had, zei de heer tot haar: 'Die kwitantie zal ik u wel bezorgen. Kom maar eens mee!'
Hij bracht haar voor een poort die zij nog nooit gezien had en toen vroeg zij hem: 'Waar brengt gij mij toch? Hier ben ik nog nooit geweest!'
Zij zou maar gerust meekomen, verzekerde de heer haar. Hij bracht haar nu eerst op een cour en vervolgens in een zaal, waar een aantal heren bezig waren met biljarten, kaarten, dobbelen en andere spelen. De heer keerde zich nu naar haar toe en vroeg: 'Kijk nu maar eens rond, of de heer van wie gij de kwintantie moet hebben hierbij is!'
'Ja!' zei de oude vrouw. 'Daar staat hij!'
'Vraag hem de kwitantie dan maar!'
De aangewezen heer schreef nu op verzoek van het oudje de kwitantie en de twee vingers, waarmede hij ze haar gaf, bleven er verbrand ingeprent.
De heer die de oude vrouw naar deze plaats had geleid, had haar bevolen niet om te kijken. Hijzelf was aan de deur blijven staan. Zij keek echter om toen zij wegging en nu zag zij hoe de biljarts, de tafels, de spelers, de kaarten en alles door elkaar werd geslagen en met het hoofd naar beneden in een laaiende vuurkolk wegzonk.
Toen de vrouw weer buitenkwam, wilde zij de heer bedanken; hij was al verdwenen en de poort ook.
Zij ging dadelijk naar de kinderen van de overledene. Deze stonden verstomd te kijken. Het was het handschrift van hun vader, wat de vrouw hun toonde. Zij vroegen haar hoe zij aan die kwitantie kwam. 'Wel, mijnheer heeft mij die gegeven!' Toen vertelde zij alles. Een van de kinderen begreep dat haar vader verloren was en in de hel. '0 God,' zuchtte zij, 'dan is het zeker de heilige Antonius geweest, die heeft u in de hel gebracht!'
Beschrijving
Een oud echtpaar heeft een huis afbetaald en wil van de aannemer een kwitantie hebben nu het huis hun eigendom is. De aannemer weigert het echter te geven en kort erna sterft hij aan een beroerte. Als op een dag de oude vrouw in het veld zit te schreien, komt er een heer aan. Hij neemt haar mee naar een poort. Daarachter is een zaal waar mensen zitten te kaarten. De vrouw kan de aannemer hiertussen aanwijzen en de heer dwingt hem om alsnog de kwitantie te geven. De oude vrouw gaat weer naar buiten, terwijl achter haar de zaal met de mensen in een kolkende vuurmassa wegzinkt. Later wordt duidelijk dat de heer de heilige Antionius, die de vrouw zeer vereerde, moest zijn geweest.
Bron
Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925.
Herdruk: ca. 1970
Herdruk: ca. 1970
Commentaar
1925 (Herdruk ca. 1970)
Dit verhaal is te vinden in het hoofdstuk 'Van verkochte zielen'.
Naam Overig in Tekst
Antonius   
Naam Locatie in Tekst
Gulpen   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
