Hoofdtekst
De heg die niet meer groeien wil
Omstreeks 1780 werd een marskramer in de kerker van het kasteel van de rijksheerlijkheid Rijckholt opgesloten. Hij was ervan beticht juwelen te hebben ontvreemd uit het vrijheerlijk slot. De man die als marskramer meermalen het slot had bezocht, ontkende, doch na herhaaldelijk op de pijnbank gelegd te zijn, bekende hij alles wat maar werd verlangd en werd hij veroordeeld te worden gehangen.
De galg nu stond op de grens van het gebied en men kon ze met de veroordeelde niet door de poort van het kasteel bereiken, zonder het gebied van de 'nabuurstaat' te overschrijden; dat mocht niet. Om dat dus te voorkomen werd er een doorgang in de haag van de tuin gebroken en de veroordeelde daardoor naar de galg geleid, waarna hij werd gehangen.
Maar de opening die in de haag gemaakt was, wilde niet meer dichtgroeien. De nieuw geplante dorens wilden niet gedijen. Zij verkwijnden. Alle pogingen om ze te doen groeien mislukten. Dit was het teken dat men de man onschuldig had gedood!
Een paar jaar later werden de ontvreemde juwelen dan ook teruggevonden in een hoge wilg. Zij lagen in een eksternest dat werd uitgehaald.
De schepenen die het lichtvaardig vonnis velden, werden door de heer van Rijckholt gedwongen, blootshoofds en barrevoets vergiffenis te vragen aan de familie van de kramer en een jaarlijkse schadevergoeding van duizend patacons (± 2500 gulden) aan zijn nabestaan uit te keren.
Omstreeks 1780 werd een marskramer in de kerker van het kasteel van de rijksheerlijkheid Rijckholt opgesloten. Hij was ervan beticht juwelen te hebben ontvreemd uit het vrijheerlijk slot. De man die als marskramer meermalen het slot had bezocht, ontkende, doch na herhaaldelijk op de pijnbank gelegd te zijn, bekende hij alles wat maar werd verlangd en werd hij veroordeeld te worden gehangen.
De galg nu stond op de grens van het gebied en men kon ze met de veroordeelde niet door de poort van het kasteel bereiken, zonder het gebied van de 'nabuurstaat' te overschrijden; dat mocht niet. Om dat dus te voorkomen werd er een doorgang in de haag van de tuin gebroken en de veroordeelde daardoor naar de galg geleid, waarna hij werd gehangen.
Maar de opening die in de haag gemaakt was, wilde niet meer dichtgroeien. De nieuw geplante dorens wilden niet gedijen. Zij verkwijnden. Alle pogingen om ze te doen groeien mislukten. Dit was het teken dat men de man onschuldig had gedood!
Een paar jaar later werden de ontvreemde juwelen dan ook teruggevonden in een hoge wilg. Zij lagen in een eksternest dat werd uitgehaald.
De schepenen die het lichtvaardig vonnis velden, werden door de heer van Rijckholt gedwongen, blootshoofds en barrevoets vergiffenis te vragen aan de familie van de kramer en een jaarlijkse schadevergoeding van duizend patacons (± 2500 gulden) aan zijn nabestaan uit te keren.
Beschrijving
Als een man, van juwelendiefstal beschuldigd, door een gat in de haag naar de galg wordt geleid, wil het gat daarna niet meer dichtgroeien. Dit is een teken dat de man onschuldig veroordeeld is.
Bron
Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925.
Herdruk: ca. 1970
Herdruk: ca. 1970
Commentaar
1925 (Herdruk ca. 1970)
Dit verhaal is te vinden in het hoofdstuk 'Van onrechtvaardige vonnissen'.
Naam Locatie in Tekst
Rijckholt   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
