Hoofdtekst
D'r woonde op Bavel een zekere Jan de Wever - z'n huis staat er nog - en op 'n snikhete dag in augustus zat d'r tafel zwart van de vliegen. Jan pakte-n reelat en sloeg op tafel en toen ie ze telde waren het er veertig, veertig dooien.
Hij riep er z'n vrouw bij, 'Annemie, kijk 's hier, dat zijn d'r veertig, veertig in één klap!' Hij was zo enthousiast, hij pakte 'n stukske krijt en schreef op de vensterluiken:
Hier woont Jan Onversag,
Slaat veertig dooien in éne slag!
Op zekere dag komt er een franse patrouille in Bavel. Dat waren twee man en ze hadden 'n gestolen paard bij zich, en da' was enne schimmel, en as later bleek was da' pèrd gestolen ergens tegen de belgische grens aan. Die mannen sprongen van hun paarden, gingen eens op hun gemak da' geval lezen, stapten er binnen en maakten 'n praatje mee Jan.
Jan liet ze zo wijs as ze waren en toen zeeën ze: 'Zukke mensen as gij hebben we net nodig. We hebben 'n paard bij ons: ja, jong, da' komde nie' van af.'
'Ach meneer, 't waren maar vliegen,' riep Jan. Maar hoe die ook tegenspartelde, hij moest mee. En per slot kwam het zo ver: ze moesten Jan de Wever op 't pèrd vastbinden, want goedschiks ging ie niet.
Maar Jan die maakte zo'n misbaar dat die schimmel schichtig werd en er tussen uit ging. Da' paard sloeg op hol, liep 'n steegje door en verder door de hei en de heggen, tot op de Roosbergse Tiend, waar nou 't kapelleke staat, recht op 't huisje af waar in m'n jonge tijd Manus woonde, en daar stond aan 't eind van het perceel een hagelkruis.
Jan, in z'n doodsangst, wil zich vasthouwen an da' kruis, en da' kruis breekt af, en Jan mee z'n wilde haren en z'n verschrikt gezicht op z'n witte schimmel en 't kruis in z'n armen vliegt over de hei en hij komp' in Ulvenhout op de zandweg, wat nou een steenweg is, en de soldaten die 'm daar zagen, smeerden 'm naar d'r kwartieren. Hij was amper het dorp in of alle soldaten waren op de vlucht: dat waren nou Kozakken!
'Vlucht! Vlucht! Vlucht!.
Hij is de God van allen!'
In geen half uur tijd was er in geen boerderij en in geen buurtschap 'n soldaat te zien, noch 'n fransman, noch 'n kozak. En dat paard holde verder, over de Strijbeekse hei, van buurt naar buurt, want 't was daar ergens gestolen en zo kwamp hij bij z'n eigen stal en daar bleef-t-ie rustig staan, maar door de angst van Jan Onversag was de hele streek gezuiverd van soldaten.
Onderwerp
AT 1640 - The Brave Tailor   
ATU 1640 - The Brave Tailor.   
Beschrijving
Bron
Motief
K1951.1 - Boastful fly-killer: ”seven at a blow“.   
K1951.3 - Sham-warrior intimidates soldiers with his boasting.   
K1951.2 - Runaway cavalry-hero.   
Commentaar
Een greep uit de vele door J.R.W. Sinninghe verzamelde verhalen. Eerder gepubliceerd in Neerlands Volksleven VII (1957) en X (1960). Jacob Rudolph Willem Sinninghe werd geboren op 30 maart 1904 te Roermond. Hij studeerde twee jaar economie in Rotterdam, en was meer dan twintig jaar journalist. Thans woont hij te Breda.
Zijn hoeveelheid publikaties, voornamelijk op het gebied van volksverhalen, is nog steeds onovertroffen (zie o.a. de literatuuropgave). Voorts deed hij o.a. De Gelaarsde Gehangene het licht zien, een mede in Noord-Brabarit spelend verhaal met motieven uit volksverhalen (1945). Hoewel zijn werk door huidige volkskundigen als controversieel wordt beschouwd, moet hij gezien worden als een der grootste propagandisten van het Nederlandse volksverhaal gedurende de laatste vijftig jaar. (Zie verder de Inleiding.)
'Mijn verteller, de Bredanaar Johannes M., geboren te Rijen op 9 december 1887, godsdienst RK., een intelligent man, moest met zijn oudere broers reeds vroeg meehelpen in het schoenmakersbedrijf van zijn ouders te Rijen, waar voor Zeeland werd gewerkt. Op zijn veertiende jaar verhuisde het gezin naar Breda - de vader was inmiddels gestorven - en begon er een schoenmakerij. Op school heeft hij niet veel kunnen leren, want de meester stond in één lokaal waar vier klassen waren samen- gebracht, maar later heeft hij dat wel ingehaald. Hij heeft een grote aanleg voor muziek en een bijzondere belangstelling voor de streekgeschiedenis. Vaak trekt hij er op uit en hij heeft heel wat tegels, aardewerk, en steengoed gered, dat bij graafwerk te voorschijn komt, en anders onherroepelijk weer stukgeslagen onder de aarde verdwijnt.'
Johannes Moelands hoorde dit verhaal aan het begin van deze eeuw van Toontje Rubbers, toen al een vrij oud man. Deze vertelde het van zijn grootvader gehoord te hebben. Met kleine wijzigingen in: Sinninghe 1974: 67-68 (no. 63)
Naam Overig in Tekst
Jan Onversag   
Bavel   
Jan de Wever   
Annemie   
Bavel   
Roosbergse Tiend   
Kozakken   
Strijbeekse   
Franse   
Belgische   
God   
Naam Locatie in Tekst
Manus   
Ulvenhout   
Plaats van Handelen
Bavel (Noord-Brabant)   
Kloekenummer in tekst
K179a   
