Hoofdtekst
Nou zal ik oe nog 's wat vertellen van m'n grootmoeder, da' was een heel arm mens. Ze had acht kinderen en m'n grootvader, die verdiende maar zeven stuivers per dag en een brood, dus kunnen jullie wel nagaan dat 't maar een naar inkomentje was. Nou hadde' ze in Nunen rondgegaan, een soort collecte, en ook van de rijkdom opgehaald - de rijkdom was in Nunen meest protestant - en toen zouden ze een ton haring voor grootmoeder kopen voor de verkoop, en toen was er niet genoeg en toen gaf de diaconie verder bij. As grootmoeder nou de haring verkocht had, dan mocht ze elke dag de verdienste van die haring houwen, maar wat die haring gekost had, moes' ze apart in een potje doen om weer een ton haring te kunnen bestellen.
M'n ome Gradus en me tante Netta die gingen mee die haring leuren - dat waren toen nog maar kleine kinderen of aankomende kinderen - ze hebben twee vaatjes haring opstaan, ene met grote haring en ene met kleine haring, en daar moesten ze mee naar Liessent zeeën we altijd, maar 't is Lieshout. Daar verkochten ze die haring aan de boeren en die droogden ze in de schoorsteen, de grote haring dan en daar maakten ze zo veul as bokking van.
Die kinderen verkochten altijd goed, maar nou was 't wel laat geworden en ze reden met 'r kruiwagentje naar huis toe en nou benne' ze daar op de Liessentsen weg en daar komen weer die katten aan. Da' was een gemauw en gedoen. Die kinderen die wisten da' niet, die zeeën: 'hoort die katten nou toch. Wat is dat toch vervelend; ze hebben allemaal zin in haring', en da' sprong op het kruiwagentje en d'r over en in het vaatje en erop, maar die vaatjes waren leeg en dat ging zo door tot ze weer kort bij Nunen waren.
Toen komen ze thuis en zeeën: 'moeder, we hebben toch zo'n last van die katten gehad'.
'Zo', zee grootmoeder.
'Ja', zeeën ze, 'en almaal zwarte en da ging d'r maar van miaauw! miaauw! miaauw!, en op die kruiwagen en d'r over en ge kondt ze niet raken, da' ge deedt wat ge woudt'.
'O, dat is niks', zeet moeder, 'ge moet ze maar laten betijen, ze doen oe toch niks, die katten zullen om haring verlegen zijn'.
Even 'terna wordt er geklopt. Daar komt Juffrouw Wim, de zogenaamde juffrouw dan. Ze komt binnen met een schaaltje: 'zo, vrouw Beenen, ik had graag vijf grote haringen van je'.
'Zo', zee grootmoeder.
'Ja', zeet ze, 'ik zou ze wel van de kinderen gekocht hebben, maar ik zag dat de vaatjes leeg waren'.
'O, zag u dat', zee grootmoeder, of ze zeggen wou, 'dan bende gij toch wel de kattengeschiedenis.'
Amen.
Onderwerp
SINSAG 0608 - Andere Begegnungen mit Hexentieren.
  
Beschrijving
Bron
Motief
G211.1.7 - Witch in form of cat.   
Commentaar
De volledige naam van de vertelster is Antoinetta Maria Verbeek-Beenen. De bandopname van 21 oktober 1957 moet met opzet verkeerd gedateerd zijn, want de vertelster was toen al bijna een jaar overleden.
Naam Overig in Tekst
Gradus   
Liessent   
Wim   
Beenen   
Naam Locatie in Tekst
Nuenen   
Netta   
Lieshout   
Nunen   
Plaats van Handelen
Nuenen (Noord-Brabant)   
Kloekenummer in tekst
L235p   
