Hoofdtekst
Sinds kort is Terschelling een standbeeld rijk, geen imposant monument voor een zeeheld of bestuurder, mar een eenvoudig bronzen beeldje van een oud vrouwtje leunend op een stok.
Ze staat daar langs de weg tussen Baaiduinen en Midsland wijzend naar het Striper kerkhof, zoals ruim 300 jaar geleden het Striper Wyfke daar gestaan moet hebben en door haar plundering en brandstichting wist te behouden.
In augustus 1666, tijdens een der vele Engelse oorlogen werd West-Terschelling slachtoffer van een overval van de Engelsen nadat deze eerst een grote vloot koopvaarders op de rede van Vlie hadden vernietigd of zoals Johan de Witt aan de Staten-Generaal moest melden: “alle de coopvaerdijschepen ten nombre van omtrent hondert ende tachtich in den brandt zijn gesteecken”.
De Britse bevelhebber Sir Holmes liet op 20 augustus elf compagnieën voet aan wal zetten bij West-Terschelling, een toentertijd welvarend dorp aan de wadzijde grote magazijnen van de Staten en de V.O.C. die tot de nok waren gevuld met scheepsbenodigdheden.
Vijf compagnieën kregen opdracht het dorp plat te branden, vijf moesten post vatten op de Dellewal om eventuele aanvallen uit Oost het hoofd te bieden en één compagnie bewaakte de landingsboten. Onder de bevolking vielen slechts weinige doden omdat het merendeel de duinen ingevlucht was.
Na de brandstichting in West trokken volgens de legende de Engelse soldaten onder aanvoering van commandant Holmes verder richting Midsland. In de nabijheid van het dorp gekomen zagen ze op enige afstand vele opgerichte voorwerpen die zich in een soort vestiging schenen te bevinden. De Engelsen vermoedden dat zich hier boeren- en zeevolk in hinderlaag had begeven. Daarom vroegen ze aan een oud vrouwtje in de buurt wat die hoogte daar ginder te beduiden had. Waarop het oude wijfje (in feite dus de allereerste vvv-informatrice op Terschelling) antwoordde: “Daar staan erbij honderden doch er liggen er bij duizenden” doelend op de grafzerken en doden van het kerkhof. De Engelse soldaten sloeg echter de schrik om het hart, maakten snel rechtsomkeert en Oost Terschelling was gered.
Een mooi verhaal, dat in tientallen variaties de ronde doet. In de ene versie is het vrouwtje niet goed bij haar hoofd, volgens een andere is ze krijgsgevangen gemaakt en onder dwang tot haar slimme uitspraak gekomen, sommige menen dat er toch sprake is geweest van een krijgslist en stokken met kledingstukken en petten boven de grafheuvel werden gestoken. De meest onaardige versie (maar waarschijnlijk wel op waarheid berustend) is die waarin wordt beweerd dat de Engelse brandstichters het dorp West niet uit zijn geweest en zelfs nooit de intentie hebben gehad om verder oostwaarts te trekken.
Een onromantische lezing die meestal genegeerd wordt omdat de verteller dan wel erg snel uitverteld is.
Maar als het Striper Wyfke dan nooit een Engelsman gezien heeft dan kan zij zeker als symbool dienen voor de onverschrokkenheid van de Terschellinger zeemansvrouwen die ook in de meest moeilijke omstandigheden hun mannetje wisten te staan en helemaal alleen de dagelijkse gang van zaken op de boerderij en in het huishouden moesten regelen terwijl hun mannen op zee waren en als die mannen dan op zee “bleven” in een tijd dat sociale voorzieningen nog niet bestonden en liefdadigheidsfondsen niet altijd goed besteed werden dan moesten deze vrouwen wel “kerels” zijn om het hoofd boven water te houden en is het terecht dat het eerste standbeeld op Terschelling dat van een vrouw is.
Onderwerp
SINSAG 1192 - "Da stehen Hunderte, aber da liegen Tausende." Feinde ziehen zurück vor dem Friedhof.   
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Striper Wyfke   
Engels   
West-Terschelling   
Vlie   
Johan de Witt   
Staten-Generaal   
Sir Holmes   
VOC   
Oost-Terschelling   
Stryper Wyfke   
Naam Locatie in Tekst
Terschelling   
Baaiduinen   
Midsland   
Strijp   
Dellewal   
