Hoofdtekst
RK: [...] Het vertellen, op zich, gebeurde dat vroeger veel thuis?
HH: Heel veel, ja. Veel meer dan tegenwoordig. [..] Mijn vader was een aartsverteller. Die wist ongeloofelijk veel verhalen en anecdotes. En hij was een goed acteur, hij kon mensen goed imiteren...is ook heel belangrijk. Dus hij had altijd de lachers op zijn hand. Aan de andere kant was hij een aartspessimist. Dus als het slecht weer was, was hij niet te genieten. Hij was boer. Het was een man van twee uitersten. [...]
RK: Waar vertelde hij dan verhalen?
HH: Dat is zo uiteen...het waren meest korte verhaaltjes over, nou, wat iemand gezegd had, of bepaalde rare uitspraken. Bepaalde snedigheid van mensen, of juist dommigheid. Nogal. En dan deed 'ie de mensen ook na. Hij praatte net als die mensen. [...]
[...] Het was altijd...dan lagen we op het aardappelveld bij wijze van spreken, dat was in juni groene aardappels krabben, zoals dat heette, dat waren poters, pootaardappels. Dan was je drie weken op het land. Toen waren daar nog geen machines voor. Dat waren de gelegenheden bij uitstek, als je daar met vijf-zes man op het land lag, op je knieën, dat die verhalen verteld werden. Maar ook zo wel, tussendoor, onder het eten. We hadden nog echt een eetcultuur, waar veel gepraat werd. In tegenstelling tot bepaalde families, waar niet onder het eten gepraat mocht worden. [...] Maar bij ons was praten het belangrijkste onder het eten.
HH: Heel veel, ja. Veel meer dan tegenwoordig. [..] Mijn vader was een aartsverteller. Die wist ongeloofelijk veel verhalen en anecdotes. En hij was een goed acteur, hij kon mensen goed imiteren...is ook heel belangrijk. Dus hij had altijd de lachers op zijn hand. Aan de andere kant was hij een aartspessimist. Dus als het slecht weer was, was hij niet te genieten. Hij was boer. Het was een man van twee uitersten. [...]
RK: Waar vertelde hij dan verhalen?
HH: Dat is zo uiteen...het waren meest korte verhaaltjes over, nou, wat iemand gezegd had, of bepaalde rare uitspraken. Bepaalde snedigheid van mensen, of juist dommigheid. Nogal. En dan deed 'ie de mensen ook na. Hij praatte net als die mensen. [...]
[...] Het was altijd...dan lagen we op het aardappelveld bij wijze van spreken, dat was in juni groene aardappels krabben, zoals dat heette, dat waren poters, pootaardappels. Dan was je drie weken op het land. Toen waren daar nog geen machines voor. Dat waren de gelegenheden bij uitstek, als je daar met vijf-zes man op het land lag, op je knieën, dat die verhalen verteld werden. Maar ook zo wel, tussendoor, onder het eten. We hadden nog echt een eetcultuur, waar veel gepraat werd. In tegenstelling tot bepaalde families, waar niet onder het eten gepraat mocht worden. [...] Maar bij ons was praten het belangrijkste onder het eten.
Beschrijving
Vroeger werd meer verteld. Herinneringen aan situatie vroeger in het gezin, waar de vader veel vertelde, onder het werk en onder de maaltijd werd ook verteld.
Bron
Letterlijk afschrift van DAT-opname 15 november 2006.
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21