Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

BLECOURTNB0302 - 5.1. Bespookte hoeve

Een sage (boek), 1955

Hoofdtekst

5.1. Bespookte hoeve
'k Hem da wel is horen zeggen, hoor! Da was ook veur mijnen tijd. Da was op de Putse baan, omtrent de kazerne. Da was daar allemaal eikebos. En 's nachts om half twaalf, half een, was 't net of 't daar stormde. Dan sloeg dat hout al deur mekaren. D'r stoeng een ouw boerderij op en daar waren ze met de kettingen aan 't rammelen. En d'r woonde geen man op. En as ze gingen kijken was 't allemaal weg en ze waren nog geen honderd meters ver, of 't was er weer tegen.

Onderwerp

SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.    SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   

Beschrijving

Rond middernacht lijkt het alsof het in een bos stormt, uit een onbewoonde boerderij is gerammel met kettingen te horen, maar gaat men kijken is het stil.

Bron

Willem de Blécourt. Volksverhalen uit Noord Brabant. Utrecht [etc.]: Het Spectrum, 1980. p. 163

Motief

Commentaar

1955
Motief: F473.5.a Knockings and rappings that cannot be traced
5
De verteller als tovenaar. Verhalen uit Ossendrecht en Woensdrecht
Verhalen verzameld door Marcel van den Berg bij zijn veldwerk voor zijn licentiaatsverhandeling in de Germaanse filologie aan de Katholieke Universiteit van Leuven. Vanaf 1950 vindt er vanuit Leuven een grootscheeps onderzoek naar volksoverleveringen (sagen) plaats, tot voor kort geleid door wijlen professor K.C. Peeters, thans door professor S. Top (zie o.a. Peeters 1959, Top 1979). Van den Berg was een van de eerste studenten dIe in dit onderzoek participeerde (1955). Bij wijze van proef breidde hij zijn onderzoeksgebied, de polders ten noorden van Antwerpen, uit naar Nederlands grondgebied. Hoewel de verhaalmotieven uit Ossendrecht en Woensdrecht (evenals de rest van Noord-Brabant) niet noemenswaard afwijken van wat er ten zuiden
van de grens wordt verteld, merkt hij desalniettemin op: 'Toch menen we ondervonden te hebben dat deze dorpen (Ossendrecht en Woensdrecht, WdB) zo maar niet in ons gebied mogen geïntegreerd worden; de sfeer, het landschap en de mens is er anders en veel contact is er niet tussen de dorpen onder en boven de grens' (1960: 26). Over de wijze van noteren schrijft hij: 'Wanneer ze begonnen te vertellen haalden we diskreet een klein notaboekje boven en registreerden zo trouw mogelijk: we noteerden de hoofdwoorden, de typische volkse gezegden. Thuis gekomen typten we iedere sage onmiddellijk op een steekkaart; de herinnering was nog levendig genoeg om de hiaten aan te vullen.
Nooit hebben we protest gekregen dat we nota namen' (1960: 29). 'Alle grote verzamelaars leggen nadruk op de getrouwheid bij het optekenen. De volkskundige heeft dus niet het recht ook maar enigszins aan de volkse uitdrukking te tornen. Maar de grote moeilijkheid is, dat men meestal niet vlug genoeg kan schrijven om alles op te tekenen. Wij maakten natuurlijk gebruIk van een aantal afkortingen. Gewoonlijk lieten wij onze zegsman achteraf nog eens opnieuw vertellen om hetgeen wij opgetekend hadden aan een kontrole te onderwerpen en indien nodig, hier en daar woorden aan te vullen' (geciteerd in Heupers 1979: 13). Zie verder: Van den Berg 1965, en het door hem uit zijn licentiaatsverhandeling samengestelde deel Volksverhalen uit Antwerpen in deze serie.
Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen

Naam Overig in Tekst

Putse baan    Putse baan   

Plaats van Handelen

Ossendrecht (Noord-Brabant)    Ossendrecht (Noord-Brabant)   

Kloekenummer in tekst

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20