Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

BLECOURTNB0312 - 5.11. Het klaverblad van drie

Een sage (boek), 1955

Hoofdtekst

5.11. Het klaverblad van drie
In Wouw, was er zonen herkuul, zo van die mannen die rond gaan mee gewichten. Die was d'r mee bezig. Komt er een ouw vrouwken aan mee nen bussel klaver en die bleef staan. Ineens scheit ie er uit en hij gaat er henne: 'Moederke, gaat astublieft deur'.
'Oh', zegt ze, 'Ik mag zo goe kijken as een ander, de weg is van iedereen!'
'Moederke, gat deur!!', zegt ie.
'Ik staan op straat', zegt ze.
'Ik moet wel deur spelen', zegt ie, 'da's mijn ongeluk!'
En hij speult deur en ie breekt de nek.
Waar zit hem da nauw in? Omdat dat vrouwke in dien bussel mee klaver een klaveren drie aai zitten. Dat aai de macht over hem. En macht is macht.

Onderwerp

SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste    SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   

Beschrijving

Man vraagt een vrouw met een bosje klaver door te lopen, want anders overkomt hem een ongeluk. Ze blijft staan, en de man breekt zijn nek. De oorzaak is dat in de bos klaver een klavertje drie zat, waardoor men de macht over iemand heeft.

Bron

Willem de Blécourt. Volksverhalen uit Noord Brabant. Utrecht [etc.]: Het Spectrum, 1980. p. 167

Motief

D965.7 - Magic four-leaf clover.    D965.7 - Magic four-leaf clover.   

Commentaar

1955
Motief: D965.7 Magic four-leaf clover.
5
De verteller als tovenaar. Verhalen uit Ossendrecht en Woensdrecht
Verhalen verzameld door Marcel van den Berg bij zijn veldwerk voor zijn licentiaatsverhandeling in de Germaanse filologie aan de Katholieke Universiteit van Leuven. Vanaf 1950 vindt er vanuit Leuven een grootscheeps onderzoek naar volksoverleveringen (sagen) plaats, tot voor kort geleid door wijlen professor K.C. Peeters, thans door professor S. Top (zie o.a. Peeters 1959, Top 1979). Van den Berg was een van de eerste studenten dIe in dit onderzoek participeerde (1955). Bij wijze van proef breidde hij zijn onderzoeksgebied, de polders ten noorden van Antwerpen, uit naar Nederlands grondgebied. Hoewel de verhaalmotieven uit Ossendrecht en Woensdrecht (evenals de rest van Noord-Brabant) niet noemenswaard afwijken van wat er ten zuiden
van de grens wordt verteld, merkt hij desalniettemin op: 'Toch menen we ondervonden te hebben dat deze dorpen (Ossendrecht en Woensdrecht, WdB) zo maar niet in ons gebied mogen geïntegreerd worden; de sfeer, het landschap en de mens is er anders en veel contact is er niet tussen de dorpen onder en boven de grens' (1960: 26). Over de wijze van noteren schrijft hij: 'Wanneer ze begonnen te vertellen haalden we diskreet een klein notaboekje boven en registreerden zo trouw mogelijk: we noteerden de hoofdwoorden, de typische volkse gezegden. Thuis gekomen typten we iedere sage onmiddellijk op een steekkaart; de herinnering was nog levendig genoeg om de hiaten aan te vullen.
Nooit hebben we protest gekregen dat we nota namen' (1960: 29). 'Alle grote verzamelaars leggen nadruk op de getrouwheid bij het optekenen. De volkskundige heeft dus niet het recht ook maar enigszins aan de volkse uitdrukking te tornen. Maar de grote moeilijkheid is, dat men meestal niet vlug genoeg kan schrijven om alles op te tekenen. Wij maakten natuurlijk gebruIk van een aantal afkortingen. Gewoonlijk lieten wij onze zegsman achteraf nog eens opnieuw vertellen om hetgeen wij opgetekend hadden aan een kontrole te onderwerpen en indien nodig, hier en daar woorden aan te vullen' (geciteerd in Heupers 1979: 13). Zie verder: Van den Berg 1965, en het door hem uit zijn licentiaatsverhandeling samengestelde deel Volksverhalen uit Antwerpen in deze serie.
Andere Hexenkünste

Naam Locatie in Tekst

Wouw    Wouw   

Plaats van Handelen

Wouw    Wouw   

Kloekenummer in tekst

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20