Hoofdtekst
5.22. Tovenaar doet hengst steigeren en al de beesten losbreken
En koeibeesten losbreken! D'r was er ene en dien haalde dat uit de boeken. Nauw was er ene die mee nen hengst rondrei. En dan mochte gene sterken drank drinken: maar die mocht nogal graag een borreltje. Feke Van Dijk, heetten ie. En die kerel komt hem tegen. 'Hoe is 't, is 't nogal ne makkelijke', zeet ie.
'Ja, da ga nogal', zegt Feke van Dijk.
'Houdt hem maar goe vast!', zegt ie.
En dien hengst op zijn achterste poten en hij was hem kwijt.
En 's avonds in de staminee was ie dat aan 't vertellen en een beetje naderhand braken al de beesten los. Da was een boerderijken achteraf en d'r zaat ie 's avonds te buurten en al de beesten los.
En koeibeesten losbreken! D'r was er ene en dien haalde dat uit de boeken. Nauw was er ene die mee nen hengst rondrei. En dan mochte gene sterken drank drinken: maar die mocht nogal graag een borreltje. Feke Van Dijk, heetten ie. En die kerel komt hem tegen. 'Hoe is 't, is 't nogal ne makkelijke', zeet ie.
'Ja, da ga nogal', zegt Feke van Dijk.
'Houdt hem maar goe vast!', zegt ie.
En dien hengst op zijn achterste poten en hij was hem kwijt.
En 's avonds in de staminee was ie dat aan 't vertellen en een beetje naderhand braken al de beesten los. Da was een boerderijken achteraf en d'r zaat ie 's avonds te buurten en al de beesten los.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Man laat hengst steigeren en laat beesten losbreken.
Bron
Willem de Blécourt. Volksverhalen uit Noord Brabant. Utrecht [etc.]: Het Spectrum, 1980. p. 170-171
Motief
G265.7.1 *   
G265.7.2* - Witch controls actions of cattle.   
G265.6.2.1 - Witch causes cattle to run about wildly.   
Commentaar
1955
Motieven: G265.7.1 * Witch controls actions of horses; G265.7.2* Witch controls actions of cattle; G265.6.2.1 Witch causes cattle to run wildly about.
5. De verteller als tovenaar. Verhalen uit Ossendrecht en Woensdrecht
Verhalen verzameld door Marcel van den Berg bij zijn veldwerk voor zijn licentiaatsverhandeling in de Germaanse filologie aan de Katholieke Universiteit van Leuven. Vanaf 1950 vindt er vanuit Leuven een grootscheeps onderzoek naar volksoverleveringen (sagen) plaats, tot voor kort geleid door wijlen professor K.C. Peeters, thans door professor S. Top (zie o.a. Peeters 1959, Top 1979). Van den Berg was een van de eerste studenten dIe in dit onderzoek participeerde (1955). Bij wijze van proef breidde hij zijn onderzoeksgebied, de polders ten noorden van Antwerpen, uit naar Nederlands grondgebied. Hoewel de verhaalmotieven uit Ossendrecht en Woensdrecht (evenals de rest van Noord-Brabant) niet noemenswaard afwijken van wat er ten zuiden
van de grens wordt verteld, merkt hij desalniettemin op: 'Toch menen we ondervonden te hebben dat deze dorpen (Ossendrecht en Woensdrecht, WdB) zo maar niet in ons gebied mogen geïntegreerd worden; de sfeer, het landschap en de mens is er anders en veel contact is er niet tussen de dorpen onder en boven de grens' (1960: 26). Over de wijze van noteren schrijft hij: 'Wanneer ze begonnen te vertellen haalden we diskreet een klein notaboekje boven en registreerden zo trouw mogelijk: we noteerden de hoofdwoorden, de typische volkse gezegden. Thuis gekomen typten we iedere sage onmiddellijk op een steekkaart; de herinnering was nog levendig genoeg om de hiaten aan te vullen.
Nooit hebben we protest gekregen dat we nota namen' (1960: 29). 'Alle grote verzamelaars leggen nadruk op de getrouwheid bij het optekenen. De volkskundige heeft dus niet het recht ook maar enigszins aan de volkse uitdrukking te tornen. Maar de grote moeilijkheid is, dat men meestal niet vlug genoeg kan schrijven om alles op te tekenen. Wij maakten natuurlijk gebruIk van een aantal afkortingen. Gewoonlijk lieten wij onze zegsman achteraf nog eens opnieuw vertellen om hetgeen wij opgetekend hadden aan een kontrole te onderwerpen en indien nodig, hier en daar woorden aan te vullen' (geciteerd in Heupers 1979: 13). Zie verder: Van den Berg 1965, en het door hem uit zijn licentiaatsverhandeling samengestelde deel Volksverhalen uit Antwerpen in deze serie.
5. De verteller als tovenaar. Verhalen uit Ossendrecht en Woensdrecht
Verhalen verzameld door Marcel van den Berg bij zijn veldwerk voor zijn licentiaatsverhandeling in de Germaanse filologie aan de Katholieke Universiteit van Leuven. Vanaf 1950 vindt er vanuit Leuven een grootscheeps onderzoek naar volksoverleveringen (sagen) plaats, tot voor kort geleid door wijlen professor K.C. Peeters, thans door professor S. Top (zie o.a. Peeters 1959, Top 1979). Van den Berg was een van de eerste studenten dIe in dit onderzoek participeerde (1955). Bij wijze van proef breidde hij zijn onderzoeksgebied, de polders ten noorden van Antwerpen, uit naar Nederlands grondgebied. Hoewel de verhaalmotieven uit Ossendrecht en Woensdrecht (evenals de rest van Noord-Brabant) niet noemenswaard afwijken van wat er ten zuiden
van de grens wordt verteld, merkt hij desalniettemin op: 'Toch menen we ondervonden te hebben dat deze dorpen (Ossendrecht en Woensdrecht, WdB) zo maar niet in ons gebied mogen geïntegreerd worden; de sfeer, het landschap en de mens is er anders en veel contact is er niet tussen de dorpen onder en boven de grens' (1960: 26). Over de wijze van noteren schrijft hij: 'Wanneer ze begonnen te vertellen haalden we diskreet een klein notaboekje boven en registreerden zo trouw mogelijk: we noteerden de hoofdwoorden, de typische volkse gezegden. Thuis gekomen typten we iedere sage onmiddellijk op een steekkaart; de herinnering was nog levendig genoeg om de hiaten aan te vullen.
Nooit hebben we protest gekregen dat we nota namen' (1960: 29). 'Alle grote verzamelaars leggen nadruk op de getrouwheid bij het optekenen. De volkskundige heeft dus niet het recht ook maar enigszins aan de volkse uitdrukking te tornen. Maar de grote moeilijkheid is, dat men meestal niet vlug genoeg kan schrijven om alles op te tekenen. Wij maakten natuurlijk gebruIk van een aantal afkortingen. Gewoonlijk lieten wij onze zegsman achteraf nog eens opnieuw vertellen om hetgeen wij opgetekend hadden aan een kontrole te onderwerpen en indien nodig, hier en daar woorden aan te vullen' (geciteerd in Heupers 1979: 13). Zie verder: Van den Berg 1965, en het door hem uit zijn licentiaatsverhandeling samengestelde deel Volksverhalen uit Antwerpen in deze serie.
Andere Zauberei
Naam Overig in Tekst
Feke van Dijk   
Plaats van Handelen
Woensdrecht (Noord-Brabant)   
Kloekenummer in tekst
I102p   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
