Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

BLECOURTNB0324 - 5.23. De snoek met het paardengarreel

Een sage (boek), 1955

Hoofdtekst

5.23. De snoek met het paardengarreel
Hier in de weel van Woensdrecht – die weel zijn ze nauw aan 't dichtgooien – daar zaat vroeger ne snoek in mee e peerdegarreel aan. Zo was het praatje. D'r was vroeger een koets ingereiën mee gouwen wielen. En nauw was 't te doen om die snoek te vangen. Maar da 's al tweeduzend jaar geleien: ge kunt da wel begrijpen: da moest al lang verteerd zijn. Maar ze zeien dat er ne snoek in zo'n garreel gezwommen was.

Beschrijving

In een wiel zwemt een snoek met een gareel, overblijfsel van een koets met gouden wielen die in het water is gereden.

Bron

Willem de Blécourt. Volksverhalen uit Noord Brabant. Utrecht [etc.]: Het Spectrum, 1980. p. 171

Commentaar

1955
Motief ontbreekt
5. De verteller als tovenaar. Verhalen uit Ossendrecht en Woensdrecht
Verhalen verzameld door Marcel van den Berg bij zijn veldwerk voor zijn licentiaatsverhandeling in de Germaanse filologie aan de Katholieke Universiteit van Leuven. Vanaf 1950 vindt er vanuit Leuven een grootscheeps onderzoek naar volksoverleveringen (sagen) plaats, tot voor kort geleid door wijlen professor K.C. Peeters, thans door professor S. Top (zie o.a. Peeters 1959, Top 1979). Van den Berg was een van de eerste studenten dIe in dit onderzoek participeerde (1955). Bij wijze van proef breidde hij zijn onderzoeksgebied, de polders ten noorden van Antwerpen, uit naar Nederlands grondgebied. Hoewel de verhaalmotieven uit Ossendrecht en Woensdrecht (evenals de rest van Noord-Brabant) niet noemenswaard afwijken van wat er ten zuiden
van de grens wordt verteld, merkt hij desalniettemin op: 'Toch menen we ondervonden te hebben dat deze dorpen (Ossendrecht en Woensdrecht, WdB) zo maar niet in ons gebied mogen geïntegreerd worden; de sfeer, het landschap en de mens is er anders en veel contact is er niet tussen de dorpen onder en boven de grens' (1960: 26). Over de wijze van noteren schrijft hij: 'Wanneer ze begonnen te vertellen haalden we diskreet een klein notaboekje boven en registreerden zo trouw mogelijk: we noteerden de hoofdwoorden, de typische volkse gezegden. Thuis gekomen typten we iedere sage onmiddellijk op een steekkaart; de herinnering was nog levendig genoeg om de hiaten aan te vullen.
Nooit hebben we protest gekregen dat we nota namen' (1960: 29). 'Alle grote verzamelaars leggen nadruk op de getrouwheid bij het optekenen. De volkskundige heeft dus niet het recht ook maar enigszins aan de volkse uitdrukking te tornen. Maar de grote moeilijkheid is, dat men meestal niet vlug genoeg kan schrijven om alles op te tekenen. Wij maakten natuurlijk gebruIk van een aantal afkortingen. Gewoonlijk lieten wij onze zegsman achteraf nog eens opnieuw vertellen om hetgeen wij opgetekend hadden aan een kontrole te onderwerpen en indien nodig, hier en daar woorden aan te vullen' (geciteerd in Heupers 1979: 13). Zie verder: Van den Berg 1965, en het door hem uit zijn licentiaatsverhandeling samengestelde deel Volksverhalen uit Antwerpen in deze serie.

Naam Locatie in Tekst

Woensdrecht    Woensdrecht   

Plaats van Handelen

Woensdrecht (Noord-Brabant)    Woensdrecht (Noord-Brabant)   

Kloekenummer in tekst

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20