Hoofdtekst
JP: Hoe heet dat...met...dat deden ze bij ons op school. Het mocht niet bij ons op school, maar dat deden ze dan met een glas. Als ze met mekaar rond een tafeltje zitten in het donker...en dan liggen er, geloof ik, nummertjes of zo. Dan ga je met een glas...ik weet helemaal niet meer hoe het gaat. Maar de kinderen deden het bij ons op school ook wel. In het begin had ik dat helemaal niet door. Dan zaten ze op [de] wc, zaten ze dan. Dan gingen ze dus die, het heeft een soort naam of zo, niet....?
RK: Een ouidja-bord?
JP: Weet ik niet.
Maar dan vroegen ze mij om een glas. 'Meneer Potter, hebt u een glas voor ons?' 'Ja.' [...] als conciërge dan hè. Dan gingen de kinderen, ik geloof dat het geesten oproepen was. Hoe het precies ging, met nummertjes of papiertjes...die werden in een cirkel gelegd, en dan gingen ze met een glas of zo en dan gingen die papiertjes naar het glas toe; die werden aangetrokken of zo, geloof ik. Maar ik weet het wel: als er iemand bij was die er niet in geloofde, dan ging het helemaal niet door. Dat hebben ze mij wel eens verteld. Op het laatst zei ik: 'Ik wil ook wel eens mee.' 'Maar ja, gelooft u daar dan in?' Ik zeg: 'nee, kinderen, ik geloof daar niet in.' 'Dan kan u niet meedoen, want dan lukt het ons niet.' Maar dat doen kinderen nog wel. Maar dat is ook een soort...hoe moet ik dat dan noemen...het waren vaak meisjes die dat deden. Vaak meisjes van een jaar of dertien. [...] Dat deden ze in de negentiger jaren deden ze dat nog wel. En elk jaar kwam dat wel weer een keer ter sprake. Dan hadden ze zoiets van: 'Mogen we geesten oproepen?' 'Nee, dat mag niet', dus eh.
RK: Een ouidja-bord?
JP: Weet ik niet.
Maar dan vroegen ze mij om een glas. 'Meneer Potter, hebt u een glas voor ons?' 'Ja.' [...] als conciërge dan hè. Dan gingen de kinderen, ik geloof dat het geesten oproepen was. Hoe het precies ging, met nummertjes of papiertjes...die werden in een cirkel gelegd, en dan gingen ze met een glas of zo en dan gingen die papiertjes naar het glas toe; die werden aangetrokken of zo, geloof ik. Maar ik weet het wel: als er iemand bij was die er niet in geloofde, dan ging het helemaal niet door. Dat hebben ze mij wel eens verteld. Op het laatst zei ik: 'Ik wil ook wel eens mee.' 'Maar ja, gelooft u daar dan in?' Ik zeg: 'nee, kinderen, ik geloof daar niet in.' 'Dan kan u niet meedoen, want dan lukt het ons niet.' Maar dat doen kinderen nog wel. Maar dat is ook een soort...hoe moet ik dat dan noemen...het waren vaak meisjes die dat deden. Vaak meisjes van een jaar of dertien. [...] Dat deden ze in de negentiger jaren deden ze dat nog wel. En elk jaar kwam dat wel weer een keer ter sprake. Dan hadden ze zoiets van: 'Mogen we geesten oproepen?' 'Nee, dat mag niet', dus eh.
Onderwerp
TM 6057 - Glaasje draaien (geest oproepen)   
Beschrijving
Kinderen roepen geesten op in de klas. Ze gebruiken een glas en er worden papiertjes in een cirkel gelegd, die door het glas worden aangetrokken. Je kan alleen meedoen met het oproepen van geesten als je er werkelijk in gelooft.
Bron
Letterlijk afschrift van DAT-opname.
Commentaar
16 november 2006
JP: Jan-Hendrik Potter; RK: Ruben Koman
Glaasje draaien
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
