Hoofdtekst
De doos...
In het oude zo armetierige Augustijnenkamp van weleer, poogde Toos met de moed der wanhoop de arremoei het hoofd te bieden. Want die liep bij haar zichtbaar van de trap af. Oorzaak? Een vent die bij vijf graadjes vorst zélfs al te lui was om te bibberen van de kou, en áls 'ie als loswerkman een keertje aan de bak kwam, het merendeel van z'n dagloon dan weer rap verzoop.
Geen wonder dus, dat het Toos alsmaar tobberig te moede was. Want zíj mos maar zien, hoe ze haar bloedjies van jong de kos mos geve en kleeje.
Edóch, op een dag verwisselde haar vent met uiteraard wéér een stuk in zun reet, zun zo belazerde bestaan voor ut eeuwige leve. Verdriet, maar ook een enorme opluchting hierover. Maar geen poen voor een fatsoenlijke teraardebestelling. Toos had geen cente voor un kis, dus koos zij noodgedwonge voor un stevige grote kartonne doos. Zo gezeg, zo gedaan. Waarna Toos, toen haar jong wat groter ware, bij de Blikfabriek kon gaan werrukke en zó met gepaste regelmaat de benodigde pegels in huis kon hale. Maar naarmate haar knip voller raakte, ging toen ook haar wroeging opspele vanwege die arremoeidoos.
Waarop zij besloot alsnog een eenvoudige kis te kope en haar drankorgel een keurige herbegrafenis te gunne. Want dá was teminste netjies, hé?
Echter, toen de groeve werd geopend, stuitte men op een totaal lege doos. Wel vond men er wél een brieffie in,
met de onderstaande bizarre tekst:
"Lieve Toos, ik leg nie meer in de doos,
ik leg nou aan pad vijf
bovenop un lekker wijf,
lekker rustig én zonder jouw gekijf!"
In het oude zo armetierige Augustijnenkamp van weleer, poogde Toos met de moed der wanhoop de arremoei het hoofd te bieden. Want die liep bij haar zichtbaar van de trap af. Oorzaak? Een vent die bij vijf graadjes vorst zélfs al te lui was om te bibberen van de kou, en áls 'ie als loswerkman een keertje aan de bak kwam, het merendeel van z'n dagloon dan weer rap verzoop.
Geen wonder dus, dat het Toos alsmaar tobberig te moede was. Want zíj mos maar zien, hoe ze haar bloedjies van jong de kos mos geve en kleeje.
Edóch, op een dag verwisselde haar vent met uiteraard wéér een stuk in zun reet, zun zo belazerde bestaan voor ut eeuwige leve. Verdriet, maar ook een enorme opluchting hierover. Maar geen poen voor een fatsoenlijke teraardebestelling. Toos had geen cente voor un kis, dus koos zij noodgedwonge voor un stevige grote kartonne doos. Zo gezeg, zo gedaan. Waarna Toos, toen haar jong wat groter ware, bij de Blikfabriek kon gaan werrukke en zó met gepaste regelmaat de benodigde pegels in huis kon hale. Maar naarmate haar knip voller raakte, ging toen ook haar wroeging opspele vanwege die arremoeidoos.
Waarop zij besloot alsnog een eenvoudige kis te kope en haar drankorgel een keurige herbegrafenis te gunne. Want dá was teminste netjies, hé?
Echter, toen de groeve werd geopend, stuitte men op een totaal lege doos. Wel vond men er wél een brieffie in,
met de onderstaande bizarre tekst:
"Lieve Toos, ik leg nie meer in de doos,
ik leg nou aan pad vijf
bovenop un lekker wijf,
lekker rustig én zonder jouw gekijf!"
Beschrijving
De arme Toos uit Dordrecht moest toe zien hoe haar man het geld verkwanselde. Toen hij overleed deed ze hem in een kartonnen doos. Later had ze weer meer geld, en wilde ze manlief herbegraven. De kartonnen doos werd geopend, waarin een briefje gevonden werd: "Lieve Toos, ik leg nie meer in de doos, ik leg nou aan pad vijf, bovenop un lekker wijf, lekker rustig én zonder jouw gekijf!"
Bron
Ontvangen per e-mail vanuit Dordrecht.
Commentaar
02 maart 2007
Naam Overig in Tekst
Toos   
Augustijnenkamp   
Blikfabriek   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
