Hoofdtekst
Sommige zijn kleyn/ andere middelmatigh/ eenige groot. Sy hebben meestendeels 70/ 80/ 90/ 100/ en 130 treden in de rontte. 't Is apparentlijck datse voortijds eens soo groot geweest zijn/ als zy nu zijn/ vermits haer alle jaren de huydt af-gevilt wert met plaggenmayen. Sy zijn soo rondt/ als ofse met passers waren af-gemeten. Uyt sommige zijn groote en sware Eycken Boomen uyt-gewassen. Daer zijnder die boven honderden uyt-munten/ zijnde hoogh en groot/ hebbende ront-om-haer henen andere kleynder/ die nochtans al te samen aen die eene groote zijn annex ghemaeckt. Die de selve met vrucht wil aenschouwen/ moet gequalificeerde oogen hebben.
Dat dese Berghjes niet en zijn uyt de natuyr/ maer van menschen handen gemaeckt; dat 'et oock niet en zijn Vlyterpen/ als men in Zeelandt/ Vrieslandt en Omme-landen vindt; noch oock Richtstoelen/ op welcken in ouden tijden de Gerichten zijn gheworden/ sulcks alles is onnodigh om te bewijsen.
Wat dese Berghjes zijn/ dat getuygen die dingen die daer in leggen/ en daer uyt gegraven werden. Onder eenige leggen Reusen begraven: maer onder de meesten leggen Romeynen begraven.
Dat onder sommige/ maer minst in getal/ Reusen begraven leggen/ sulcks heb ick bewesen in de V. Distinctie. Daerom isset gelooflijck dat in de Landen daerse geen steenen hebben/ en hebben evenwel dese ronde Bergen/ dat 'et gewis is/ dat onder een gedeelte der selver Reusen begraven leggen/ want hierom zijn eenige der selviger van oudts genaemt Hune-bedden, en Hune-bergen.
Beschrijving
Bron
Naam Overig in Tekst
Westphalen   
Gelderlandt   
Over-Yssel   
Drenth   
Vranckrijck   
Zeelandt   
Vrieslandt   
Omme-landen   
Romeynen   
Naam Locatie in Tekst
Gelderland   
Overijssel   
Drente   
Frankrijk   
Friesland   
