Hoofdtekst
RK [per e-mail 14/03 2007 aan dhr. Kattemölle]: Was er overigens zoiets als een leugenbank in Dordt, of meer 'bij wijze van'?
BK: Het begrip 'Dordtse leugenbank(en) betekent zeker niet 'bij wijze van', daar deze benaming door de daar vaak opzittende 'bankwerkers' zelf is bedacht en 's zomers dan ook als zodanig een belangrijk deel van hun gepensioneerde leven uitmaakt. Deze banken zijn o.m. te vinden aan de Merwekade, 't Groothoofd, het Statenplein, in het Park Merwesteyn, en in het Weizigtpark.
Daarop, wordt door deze mannen die veelal uit de arbeidersklasse afkomstig zijn, meestal verbale blufpoker bedreven, doordat 'de een altijd veel meer heeft meegemaakt dan de ander', baas boven baas zogezegd, ook al hebben ze in het verleden een wat lullig-slaafs baantje gehad, maar op die jokkebrokbanken is het altijd: 'ieders dienaar, maar niemands knecht!' Als je ze goed beluistert was het bij de meeste van hen 'ík en de directeur óf de baas', en hebben ze wegens hun mooie blauwe ogen én heldere verstand - altijd wel ergens: 'het zwijtjie'over gehad. 'Het zwijtjie' is een puur Dordtse term voor een niet officieel voormanschap.
Hun verhalen en moppen zijn soms voorzien van een goede clou, echter ook dikwijls nonsensikaal, ik geef je hiertoe een sprekend voorbeeld:
een oud-timmerman zegt - 'met passen en meten heb ik mijn meeste jaren versleten!' 'Pure onzin!' Antwoordt een oud-ongeschoolde arbeider hierop, 'want bij loodgieters luistert dat helemaal niet zo nauw, bij die gasten is 't gewoon: onderkant snikkel is bovenkant pisbak!'
Tja, dat is dan een opmaat naar nog sterkere opschep-stellingen aangaande het werken in vroeger jaren. Je weet wel, de tijd van houten schepen én ijzeren mannen. Tijdens hun arbeidzame jaren hebben zij het vooral in het begin daarvan nooit zo breed gehad, die situatie heeft hun karakter gevormd, en de meesten van hen ervaren wat cynisch-melancholiek hun huidige maatschappelijke AOW & pensioengeluk als verdriet en narigheid dat even op vakantie is. 'An al die hoge here hebbe ze zwaar de pes, want die belazere de kluit toch allenig maar.' 'En wat zijn die dikdoeners nou meer as hunnie, want 's morgesvroeg staan ze net as hunnie in hun blote reet onder de douche en motte ze toch ok van d'rlui ochendwater af!' Het leven op die banken bestaat uit honing én gal. Maar het gal en onderlinge pesterijen voeren meestal de boventoon. Om daar erg lang naar te luisteren, is voor schrijver dezes, beslist niet zo'n vrolijk wenkend perpectief. Immers, gesprekken op niveau zijn er zeer zeldzaam. Overigens, 's winters vertoeven zij kaartend en drinkend in buurthuizen en inloopzalen van Ouderen-Zorgcentra, waar zij eveneens vaak nogal luidruchtig ventileren: hóe hier ter stede de hazen lopen.
BK: Het begrip 'Dordtse leugenbank(en) betekent zeker niet 'bij wijze van', daar deze benaming door de daar vaak opzittende 'bankwerkers' zelf is bedacht en 's zomers dan ook als zodanig een belangrijk deel van hun gepensioneerde leven uitmaakt. Deze banken zijn o.m. te vinden aan de Merwekade, 't Groothoofd, het Statenplein, in het Park Merwesteyn, en in het Weizigtpark.
Daarop, wordt door deze mannen die veelal uit de arbeidersklasse afkomstig zijn, meestal verbale blufpoker bedreven, doordat 'de een altijd veel meer heeft meegemaakt dan de ander', baas boven baas zogezegd, ook al hebben ze in het verleden een wat lullig-slaafs baantje gehad, maar op die jokkebrokbanken is het altijd: 'ieders dienaar, maar niemands knecht!' Als je ze goed beluistert was het bij de meeste van hen 'ík en de directeur óf de baas', en hebben ze wegens hun mooie blauwe ogen én heldere verstand - altijd wel ergens: 'het zwijtjie'over gehad. 'Het zwijtjie' is een puur Dordtse term voor een niet officieel voormanschap.
Hun verhalen en moppen zijn soms voorzien van een goede clou, echter ook dikwijls nonsensikaal, ik geef je hiertoe een sprekend voorbeeld:
een oud-timmerman zegt - 'met passen en meten heb ik mijn meeste jaren versleten!' 'Pure onzin!' Antwoordt een oud-ongeschoolde arbeider hierop, 'want bij loodgieters luistert dat helemaal niet zo nauw, bij die gasten is 't gewoon: onderkant snikkel is bovenkant pisbak!'
Tja, dat is dan een opmaat naar nog sterkere opschep-stellingen aangaande het werken in vroeger jaren. Je weet wel, de tijd van houten schepen én ijzeren mannen. Tijdens hun arbeidzame jaren hebben zij het vooral in het begin daarvan nooit zo breed gehad, die situatie heeft hun karakter gevormd, en de meesten van hen ervaren wat cynisch-melancholiek hun huidige maatschappelijke AOW & pensioengeluk als verdriet en narigheid dat even op vakantie is. 'An al die hoge here hebbe ze zwaar de pes, want die belazere de kluit toch allenig maar.' 'En wat zijn die dikdoeners nou meer as hunnie, want 's morgesvroeg staan ze net as hunnie in hun blote reet onder de douche en motte ze toch ok van d'rlui ochendwater af!' Het leven op die banken bestaat uit honing én gal. Maar het gal en onderlinge pesterijen voeren meestal de boventoon. Om daar erg lang naar te luisteren, is voor schrijver dezes, beslist niet zo'n vrolijk wenkend perpectief. Immers, gesprekken op niveau zijn er zeer zeldzaam. Overigens, 's winters vertoeven zij kaartend en drinkend in buurthuizen en inloopzalen van Ouderen-Zorgcentra, waar zij eveneens vaak nogal luidruchtig ventileren: hóe hier ter stede de hazen lopen.
Beschrijving
In Dordrecht zijn leugenbanken aan de Merwekade, op het Groothoofd, het Statenplein, in het Park Merwesteyn, en in het Weizigtpark, waar gepensioneerde vertellers elkaar verhalen en moppen vertellen en flink opscheppen.
Bron
Ontvangen per e-mail vanuit Dordrecht.
Commentaar
14 maart 2007
RK: Ruben Koman; BK: Bob Kattemölle
Naam Overig in Tekst
Dordts   
Merwekade   
Groothoofd   
Park Merwesteyn   
Weizigtpark   
AOW   
Naam Locatie in Tekst
Dordrecht   
Statenplein   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
