Hoofdtekst
De Borgers nu/ voor ooghen siende haere Stadt en huysen in de assche geleydt/ en sulcks van haere eygene Soldaten/ zijn seer op de selvige verbittert geworden/ en hebbense gescholden voor eenen luysigen hoop. De Gelderse Soldaten dit hoorende/ hebben de weghtreckende Burgundische Soldaten/ volgens gebruyck der Soldaten/ nae-geroepen/ Luysigen hoop, wegh Luysigen hoop. En hier komt het van daen/ dat men seydt/ dat Covorden van eenen luysigen hoop verbrandt zy.
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Picardt   
Picart   
Karel V   
Georg Schenck   
Carel   
Hertog van Gelderen   
Gelders   
Frederich van Twicklo   
Bourgondisch   
Naam Locatie in Tekst
Borger   
Coevorden   
