Hoofdtekst
JB: Een landarbeidertje, tussen de twee wereldoorlogen, dit is toch Lubbe, of niet!? [houdt hand op beeld]
RK: Ik vind 'm wel leuk.
JB: Je vindt 'm leuk?
RK: Hij heeft leuke ... u vindt 'm niks?
JB: Ik vind 'm prachtig.
RK: Maar vertelt u eens ... wie is Lubbe?
JB: Een landarbeider die hier woonde, en een ongelofelijke kwade vrouw die eigenlijk van meet af aan van plan was om 'm van kant te maken. Daartoe kocht zij bijna elke maand bij de kiepkerel, die 's maandelijks langs kwam, kocht ze rattengif. Hij veronderstelde op den duur dat ze ratten moest hebben zo groot als katten, want zo veel gif kocht ze. En zij besloot dat op een dag door zijn rijst te doen. Dat eten ze hier graag. Dikke ries met broen sukker, noemen ze dat. Ennuh, maar de kiepkerel, ook niet van gisteren natuurlijk, die had Lubbe al lang ingelicht en die zei: 'Je moet er niet van eten, want dan ga je hartstikke dood.' Dus Lubbe stak zich in z'n zondagse pak, want dat moest, het was ook een feestmaal in de ogen van die vrouw. Ennuh, hij deed alsof-ie at en even later liet-ie zich voorover in het bord rijst vallen, zijnde dood. Ogenschijnlijk. De vrouw kwam, deed een touw om z'n hals en probeerde 'm over de deur heen op te hangen. Lubbe, ook niet van gisteren, haalde zichzelf uit het touw vandaan, hing de potkachel d'r aan, die bungelde dus aan de deur. De vrouw liep naar buiten en riep: 'Lubbe is dood. Mijn Lubbe is dood!' Ennuh, iedereen kwam dus aangesneld, de veldwachter incluis, wie al dan niet meer[?], ennuh, toen kwam Lubbe naar buiten en die sprak de legendarische woorden: 'Lubbe is niet dood, hij leeft!' En daarmee is het verhaal ten einde.
RK: Het gaat om dit ene verhaal?
JB: Dit is het ene verhaal. Wat er hier verder nog in Leermens gebeurt, want dat is wel grappig, eh ... hier woonde een meneer Vegter. En die meneer Vegter heeft een en ander op muziek gezet. En daar werd het anders van natuurlijk. Dus in feite hebben we een volksmusical hier. Je moet je dat voorstellen ... wordt boven op het dorp gespeeld. Het dorp is gewoon het dorp. Komt een veldwachter aan geslenterd, afijn en van allerlei volk stroomt er toe ....
RK: Oh, het wordt nagespeeld?
JB: Jazeker! Natuurlijk! Hee ... hallo!
RK: Ooh, sorry. [lacht] Belediging!
JB: Ja, bijna! [lacht] We kunnen het als toneelstuk doen en dan worden de liedjes gebruikt door het koor ... er is een koortje vooraf voor elke scene, vooraf zeg maar. of het wordt als een soort musical opgevoerd en dan wordt 't al zingend gedaan.[...]
RK: [...] Iedereen in Leermens kent Lubbe?
JB: Iedereen kent Lubbe. Jazeker. Ja, Lubbe kennen ze allemaal.
RK: Ik vind 'm wel leuk.
JB: Je vindt 'm leuk?
RK: Hij heeft leuke ... u vindt 'm niks?
JB: Ik vind 'm prachtig.
RK: Maar vertelt u eens ... wie is Lubbe?
JB: Een landarbeider die hier woonde, en een ongelofelijke kwade vrouw die eigenlijk van meet af aan van plan was om 'm van kant te maken. Daartoe kocht zij bijna elke maand bij de kiepkerel, die 's maandelijks langs kwam, kocht ze rattengif. Hij veronderstelde op den duur dat ze ratten moest hebben zo groot als katten, want zo veel gif kocht ze. En zij besloot dat op een dag door zijn rijst te doen. Dat eten ze hier graag. Dikke ries met broen sukker, noemen ze dat. Ennuh, maar de kiepkerel, ook niet van gisteren natuurlijk, die had Lubbe al lang ingelicht en die zei: 'Je moet er niet van eten, want dan ga je hartstikke dood.' Dus Lubbe stak zich in z'n zondagse pak, want dat moest, het was ook een feestmaal in de ogen van die vrouw. Ennuh, hij deed alsof-ie at en even later liet-ie zich voorover in het bord rijst vallen, zijnde dood. Ogenschijnlijk. De vrouw kwam, deed een touw om z'n hals en probeerde 'm over de deur heen op te hangen. Lubbe, ook niet van gisteren, haalde zichzelf uit het touw vandaan, hing de potkachel d'r aan, die bungelde dus aan de deur. De vrouw liep naar buiten en riep: 'Lubbe is dood. Mijn Lubbe is dood!' Ennuh, iedereen kwam dus aangesneld, de veldwachter incluis, wie al dan niet meer[?], ennuh, toen kwam Lubbe naar buiten en die sprak de legendarische woorden: 'Lubbe is niet dood, hij leeft!' En daarmee is het verhaal ten einde.
RK: Het gaat om dit ene verhaal?
JB: Dit is het ene verhaal. Wat er hier verder nog in Leermens gebeurt, want dat is wel grappig, eh ... hier woonde een meneer Vegter. En die meneer Vegter heeft een en ander op muziek gezet. En daar werd het anders van natuurlijk. Dus in feite hebben we een volksmusical hier. Je moet je dat voorstellen ... wordt boven op het dorp gespeeld. Het dorp is gewoon het dorp. Komt een veldwachter aan geslenterd, afijn en van allerlei volk stroomt er toe ....
RK: Oh, het wordt nagespeeld?
JB: Jazeker! Natuurlijk! Hee ... hallo!
RK: Ooh, sorry. [lacht] Belediging!
JB: Ja, bijna! [lacht] We kunnen het als toneelstuk doen en dan worden de liedjes gebruikt door het koor ... er is een koortje vooraf voor elke scene, vooraf zeg maar. of het wordt als een soort musical opgevoerd en dan wordt 't al zingend gedaan.[...]
RK: [...] Iedereen in Leermens kent Lubbe?
JB: Iedereen kent Lubbe. Jazeker. Ja, Lubbe kennen ze allemaal.
Onderwerp
VDK 1351F* - Het lijk in de schoorsteen   
ATU 1351F* - The Unsuccessful Murder.   
Beschrijving
Vrouw die haar man wil doden, koopt zoveel rattengif dat het de koopman opvalt en haar man inlicht. De man doet alsof hij is vergiftigd, waarop de vrouw hem met een touw over de deur hangt. Hij bevrijdt zich, en hangt een potkachel aan het touw. Nadat de vrouw heeft geroepen dat haar man dood is, komt de man tevoorschijn en zegt dat hij niet dood is maar leeft.
Bron
Letterlijk afschrift van mp3-opname.
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Lubbe   
Leermens   
Vegter   
Naam Locatie in Tekst
Leermens   
Plaats van Handelen
Leermens   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
