Hoofdtekst
Duivel
We moeten wel honderd jaar teruggaan.
Veel verhalen heb ik van mijn vader en van mijn schoonvader te Bellingwolde gehoord.
De duivel werd indertijd vaak gezien.
In verschillende gedaante.
Daar was b.v. de zwarte verschijning. Die was gevaarlijk. Wat zwart was, deugde niet.
Een drie-kleur kat, die jongen kreeg met zwarte kleur, was door de duivel bevrucht. Zulke zwart katten moesten verzopen worden. Een zwarte ram was ook niet geliefd. Nog veel minder een zwarte hond, met die “glende”ogen. Daar zat vast een duivel in.
Men zag verder duivels met bokke-horens en paarde-poten.
Witte duivels, soms in de gedaante van een geite-bok, waren zo gevaarlijk niet. Die vroegen wel aan een vrouw, of ze met hem dansen wilde, maar verder was daar geen kwaad bij.
Wat de duivel op zijn geweten had?
Hoor maar.
Daar rijdt een boer met zijn wagen over een zandweg. Plotseling springt de “olle knecht” bij hem op de kar. De man kan geen woord meer zeggen. Zijn stembanden zijn verlamd. En als de duivel straks van de wagen springt, vallen de paarden dood neer. Zo vindt de familie later het hele geval.
Daar krijgt iemand pruimen van de duivel en hij kan geen stap meer lopen.
Een ander komt met hem in aanraking en hij komt thuis met een zwijnskop.
Daar gaat iemand over de weg. Een kwelgeest komt hem tegen. Deze tikt de man tegen het been en meteen is het been verlamd.
Of men neemt de pet niet beleefd af voor de duivel. Welnu, als straf wordt hem de spraak ontnomen.
Zulke verhalen deden hier vroeger de ronde. En de mensen twijfelden niet aan de echtheid.
We moeten wel honderd jaar teruggaan.
Veel verhalen heb ik van mijn vader en van mijn schoonvader te Bellingwolde gehoord.
De duivel werd indertijd vaak gezien.
In verschillende gedaante.
Daar was b.v. de zwarte verschijning. Die was gevaarlijk. Wat zwart was, deugde niet.
Een drie-kleur kat, die jongen kreeg met zwarte kleur, was door de duivel bevrucht. Zulke zwart katten moesten verzopen worden. Een zwarte ram was ook niet geliefd. Nog veel minder een zwarte hond, met die “glende”ogen. Daar zat vast een duivel in.
Men zag verder duivels met bokke-horens en paarde-poten.
Witte duivels, soms in de gedaante van een geite-bok, waren zo gevaarlijk niet. Die vroegen wel aan een vrouw, of ze met hem dansen wilde, maar verder was daar geen kwaad bij.
Wat de duivel op zijn geweten had?
Hoor maar.
Daar rijdt een boer met zijn wagen over een zandweg. Plotseling springt de “olle knecht” bij hem op de kar. De man kan geen woord meer zeggen. Zijn stembanden zijn verlamd. En als de duivel straks van de wagen springt, vallen de paarden dood neer. Zo vindt de familie later het hele geval.
Daar krijgt iemand pruimen van de duivel en hij kan geen stap meer lopen.
Een ander komt met hem in aanraking en hij komt thuis met een zwijnskop.
Daar gaat iemand over de weg. Een kwelgeest komt hem tegen. Deze tikt de man tegen het been en meteen is het been verlamd.
Of men neemt de pet niet beleefd af voor de duivel. Welnu, als straf wordt hem de spraak ontnomen.
Zulke verhalen deden hier vroeger de ronde. En de mensen twijfelden niet aan de echtheid.
Beschrijving
Verhalen over de gedaantes die de duivel aanneemt; hoe hij handelt en straft.
Bron
Collectie Wever, verslag 27, verhaal 1 (Archief Meertens Instituut)
Naam Locatie in Tekst
Bellingwolde   
Kloekenummer in tekst
C165p   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
