Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

RKOMADRENT0004 - HET VERHAAL VAN ELLERT EN BRAMMERT.

Een sage (e-mail), donderdag 19 april 2007

Leonardo_Diffusion_XL_two_giant_robbers_kidnap_a_pretty_young_3.jpg

Hoofdtekst

HET VERHAAL VAN ELLERT EN BRAMMERT.

We zitten hier in een heel oude school, met ouderwetse schoolbanken. Ik denk dat jullie deze school een beetje raar vinden, maar jullie opa en oma vonden het heel gewoon toen zij nog kind waren.

Het verhaal dat ik jullie nu ga vertellen is nog veel ouder. Het gaat over twee enorm grote, woeste mannen: Ellert en Brammert. Mannen die hier hebben geleefd. Ellert en Brammert zaten niet op deze school, deze school bestond nog niet. En ze woonden niet in de kleine huisjes en plaggenhutten die hier buiten staan. Zelfs die plaggenhutten waren er nog niet. Er was in die tijd nog veel meer niet: Schoonoord was er nog niet, evenmin Eeserveen, De Kiel, Wezuperbrug, Odoornerveen en veel andere dorpen in Drenthe. Ook het Oranjekanaal bestond nog niet toen Ellert en Brammert hier woonden, dat kanaal honderden jaren later nog gegraven worden.

Wat was hier dan wel in die tijd? Heide. Heide en veenmoerassen, zo ver je kon kijken. En op die grote heide liepen overdag herders met kuddes schapen uit Wezup en Orvelte, uit Sleen en Westrup en Schoonloo. Die boerendorpen bestonden toen wel, maar het waren nog kleine dorpjes, zonder straten, zonder rioleringen, zonder telefoon, auto's en fietsen. Zonder winkels zelfs. Het was de tijd dat de mensen nog houten glazen in hun bril hadden. Een dorp was in die tijd niet veel meer dan een paar boerderijtjes aan smalle zandweggetjes. De boeren lieten hun schapen overdag op de heide lopen. Daar aten ze gras, heide en de blaadjes van kleine boompjes. Voor het donker werd, bracht de herder de schapen terug in de stalle¬tjes bij de boerderijen. Daar waren ze veilig voor de wolven in het veld. Want er leefden hier toen nog wolven.

De mensen uit de dorpjes waren zelf ook bang als ze op de heide liepen. Niet alleen voor wolven en adders, ze waren vooral bang voor de grote rover Ellert en zijn verschrikkelijke zoon Brammert. De reusachtige bandieten, met lange warrige haren en woeste ongekamde baarden, woonden in een door hen zelf gegraven hol in een steenachtige heuvel. Het was altijd donker in dat hol, er zat geen raam in. In een hoek van het hol lag een hoop oud stro; daar sliepen ze. In plaats van dekens trokken ze stinkende vellen van door hen geslachte schapen over zich heen. Die schapen hadden ze gestolen van de herders. Maar Ellert en Brammert roofden nog veel meer, ze deden niks anders. En ze waren doortrapt: zij hadden vanuit hun hol dunne zwarte draden gespannen, vlak over het heide¬veld, draden die je haast niet kon zien. De draden zaten in het hol vast aan een schapenbel. En als iemand die over de hei liep met zijn voet tegen zo'n draad trapte, dan klingelde de schapenbel in het hol. Als Ellert en Brammert de bel hoorden rinkelen, dan holden zij naar de wandelaar toe en beroofden hem van alles wat die bij zich had. Zelfs de kleren werden van het lijf getrokken. Als de arme wandelaar naakt kon wegrennen, dan had hij nog geluk gehad, want de rovers hadden al veel mensen doodgeslagen met hun knuppels en bijlen.

Midden op de hei lag een diep dal. De mensen in de buurt noemden dat de Moordenaarskuil. Er naast lag een zandheuvel met dikke stenen. Tussen de Moordenaarskuil en de heuvel liep de zandweg. Soms, als Ellert en Brammert wisten wanneer er een karavaan koetsen met rijke mensen over de hei zou komen, maakten ze een hinderlaag op die weg. De reuzen rolden dan grote zware stenen van de heuvel op de zandweg, zodat de koetsen er niet over heen konden. Alle koetsiers moesten dan samen proberen de keien terug te rollen. Zolang moesten zij hun koets onbeheerd achterlaten. Dat was het moment dat Ellert en Brammert de reizigers in de achterste koetsen vermoorden, waarna ze er met alle geld en sieraden vandoor gingen. In hun hol lagen bergen geld, gouden ringen en halskettinkjes. Maar de woeste reuzen deden niets met al die rijkdommen. Ze kochten er niets voor, ze leefden in hun donker hol. Een vies, rommelig, stinkend hol.

De reuzen Ellert en Brammert maakten soms ruzie met elkaar. Vader Ellert wilde dat zijn zoon voor het eten zorgde en het hol wat opruimde. Maar Brammert had de pest aan dat werk. "Daar ben ik te groot voor", zei hij dan; "doe het zelf maar". Toen bedachten ze een vreselijk plan. Ze wilden een vrouw in hun hol, een vrouw die alles moest doen wat zij wilden. Ze besloten de eerste de beste vrouw die op de hei zou komen bij hen in het hol te halen. Ze konden haast niet wachten tot er een zou komen en ze zochten al langs de randen van het grote heideveld.

Marieke was een mooi meisje uit Orvelterveen. Op een dag had zij een beetje ruzie met haar ouders. Kwaad liep ze naar buiten, ze wilde even alleen zijn. Even weg van haar zeurende vader en moeder. Ze liep stampend over de zandweg, in de richting van de hei. "Pas op! Ga niet de gevaarlijke hei op, blijf in de buurt", riep haar vader nog. Marieke hoorde het niet, ze liep huilend over het bochtige weggetje. Aan de rand van de hei was het huilen over. Ze zag een vlinder en ze ging in het gras zitten om er naar te kijken. Haar kwaadheid zakte, ze genoot van het geluid van een leeuwerik die hoog in de lucht zijn hoogste lied floot. Ze deed haar ogen erbij dicht.

Toen Marieke haar ogen weer open deed, schrok ze. Ze keek in de gezichten van twee bebaarde reuzen, die haar oppakten en meedroegen naar hun hol. Marieke wist niet wat haar overkwam. Ze wilde schreeuwen, maar dan zouden haar vader en moeder merken dat ze naar de heide was gelopen. Wat moest ze doen? Voor ze het wist, waren ze al in het hol. De reuzen bulderden van het lachen toen zij vertelden dat Marieke niet naar huis terug mocht. "Jij bent nu mijn vrouw", zei reus Brammert, "en je doet alles wat ik wil! Begrepen?" "Ho, ho, wacht eens even", schre¬euwde Ellert, "ik ben de oudste, je bent míjn vrouw!" Na lang bekvechten besloten de wilde mannen dat Marieke de vrouw van allebei moest zijn. Vanaf dat moment sliep Marieke de ene nacht in het stro bij Ellert en de andere nacht onder de schapenvellen bij Brammert. En ze moest hard werken: poetsen, vegen, konijnen slachten, koken, ratten wegjagen en nog veel meer. Marieke kreeg slaag als ze niet deed wat de wrede mannen bedachten. Zeven lange jaren waren al voorbijgegaan sinds Marieke door de reuzen was meegenomen.

Marieke kreeg natuurlijk een grote hekel aan de gemene kerels, ze wilde terug naar haar ouders in Orvelterveen. Maar de reuzen lieten haar niet gaan. Ontvluchten kon ook niet. Als Marieke bij de ene reus sliep, lag de andere in de opening van het hol. Overdag werd Marieke geen moment alleen gelaten. Als de bel in het hol rinkelde, bleef één van de reuzen bij het hol, om Marieke te bewaken, terwijl de andere ging roven. Brammert bedacht dat Marieke ook wel eens zijn haren kon wassen en knippen. Soms moest ze met het grote blinkende scheermes zelfs de kop van de lelijke reus kaalscheren. Na een tijdje wilde ook Ellert soms geschoren worden.

Op zekere dag, het was prachtig zonnig weer, lagen Ellert en Brammert voor het hol een vat gestolen jenever op te drinken. Ze kregen ruzie omdat ze allebei het laatste restje drank voor zichzelf wilden. Toen rinkelde de schaapsbel. In de richting van Borger was iemand tegen de draad gelopen. Brammert wilde er niet heen, hij was een beetje dronken en wilde bij Marieke blijven. Daarom pakte vader Ellert zijn knots en vertrok om te roven. Zoon Brammert lag te doezelen in de zon en wilde vertroeteld worden door Marieke. "Scheer mijn baard af", commandeerde hij, "maar zacht en voorzichtig". Marieke wist dat voor een zachte scheerbeurt het mes goed scherp moest zijn, zonder randjes en braampjes. Zij sleep het mes eerst, zoals het hoorde, met de slijpsteen en daarna streek ze over de leren riem, om het mes mooi glad af te werken. "Komt er nog wat van, vrouw?" riep Brammert ongeduldig, "of moet je weer een pak slaag?" Marieke werd kwaad, ze kon toch niet sneller? Terwijl zij met de scheerkwast en warm water het gezicht van de reus inzeepte, viel deze in slaap, zo dronken was hij. Marieke besefte dat dit de kans was om te vluchten, nu moest zij weglopen. Maar wat als de reus daarna wakker zou worden? Het was ver naar het huis van haar ouders. Marieke bedacht zich geen ogenblik, ze pakte het grote blinkende mes en sneed met één grote haal de hals van de verschrikkelijke reus door...
Marieke rende weg van het hol, zo hard als ze kon.

Toen de reus Ellert even later met zijn buit terug kwam bij het hol, zag hij zijn zoon Brammert liggen. Dood. In een plas bloed! Hij begreep meteen wat er was gebeurd en zag in de verte Marieke wegrennen. Hij brulde: "kom terug!" maar Marieke holde natuurlijk verder. Dus greep Ellert zijn bijl en spurtte achter Marieke aan. Jullie begrijpen dat een reusachtige kerel veel harder kan lopen dan een meisje dat moe is van het harde werken. De voorsprong van Marieke werd kleiner en kleiner. Marieke raakte buiten adem, ze durfde niet om te kijken. Ze was bijna bij het boerderijtje van haar ouders toen ze het dreunen van de voetstappen van de razende Ellert voelde. In haar haren blies de hete hijgende adem van de reus. Ze voelde de kracht uit haar benen vloeien, maar struikelend kon ze nog net de grote achterdeur van de boerderij bereiken. Ze greep de klink en trok, maar de deur klemde een beetje. Achter zich zag de schaduw van de reus en in een uiterste krachtsin¬spanning rukte ze nog eens en Marieke tuimelde de openvallende deur binnen. De hollende reus, die wist dat hij Marieke net niet grijpen kon, wierp zijn scherpe bijl, waarmee hij al zoveel onschuldige mensen had doodgemept, in de richting van het struikelende meisje. Nog nooit had hij misgegooid. Maar doordat Marieke half was gevallen, suisde de bijl rakelings boven haar hoofd langs en bleef trillend in het hout van de deur steken.

Marieke was binnen, net op tijd. Snel schoof ze de grendels op de deur. Ellert, de oude reus brulde als een gewond dier. De huizen van Orvelterveen schudden op hun grondvesten en de mensen sidderden van angst. Maar de wilde achtervolging had teveel gevergd van de oude reus. Hij zakte jankend in elkaar en stierf voor de deur waarachter zijn geliefde Marieke was verdwenen.
Vanaf die dag heette de grote hei Ellertsveld. Iedereen kon er weer veilig over heen lopen. Er gingen zelfs mensen wonen, ze hebben akkers gemaakt van de heide, anderen kwamen uit alle streken van het land om te helpen het Oranjekanaal te graven. Veel van deze mensen zijn hier blijven wonen, in de nieuwe dorpen Eeserveen, Wezuperbrug, Odoornerveen, Eesergroen, De Kiel, Kibbelveen en Schoonoord. Staatsbosbeheer heeft grote bossen aangeplant.

Maar er zijn nog sporen van de reuzentijd. De Moordenaarskuil ligt nog altijd aan de weg en het fietspad tussen Wezuperbrug en De Kiel. De Brammershoopstraat loopt naar de plaats waar ooit de stenenheuvel lag waar de grote kerels hun hol hebben gegraven. En het gebied waarin alle nieuwe dorpen liggen, heet nog steeds Ellertsveld.
En het Openluchtmuseum Ellert en Brammert, waar jullie nu in deze mooie oude schoolbanken zitten, ligt midden in het Ellertsveld. Hier is het allemaal gebeurd.


Frans Westenbrink

Onderwerp

SINAT 0965 - Schelle warnt die Räuber    SINAT 0965 - Schelle warnt die Räuber   

ATU 0965* - Robbers’ Alarm Bell.    ATU 0965* - Robbers’ Alarm Bell.   

SINSAG 0161 - Die Entstehung des "Stipelzeichens"    SINSAG 0161 - Die Entstehung des "Stipelzeichens"   

TM 2601 - Hoe het dorp (de stad, heuvel, straat, een plek of het stuk land) aan z'n naam is gekomen    TM 2601 - Hoe het dorp (de stad, heuvel, straat, een plek of het stuk land) aan z'n naam is gekomen   

Beschrijving

Twee woeste kerels, Ellert en Brammert, leefden als rovers op de heide. Ze hadden zelf een hol gegraven. Vader en zoon spanden zwarte draden over het heideveld, waaraan een schapenbel was vastgemaakt, zodat ze voorbijgangers hoorden en ze konden beroven. Op de heide was een dal, de Moordenaarskuil, waar ze koetsiers beroofden.
De rovers (reuzen) wilden een vrouw om het hol op te ruimen, en roofden de weggelopen Marieke. Marieke ontsnapt door, tijdens het scheren, Brammert de hals door te snijden. Ellert rent hierop achter Marieke aan, en gooit zijn bijl naar het meisje, die in de deur blijft hangen. Marieke ontsnapt, en de huilende reus valt dood neer. Het voorval heeft zich afgespeeld in het Ellertsveld, en krijgt zo zijn naam. Ook de Brammershoopstraat krijgt zo zijn naam. (ABN-versie)

Bron

Ontvangen per e-mail vanuit De Kiel.

Motief

K413 - Thieves stretch chain across road and evade pursuers.    K413 - Thieves stretch chain across road and evade pursuers.   

Commentaar

19 april 2007
Verteller vertelt het uitgewerkte verhaal in het oude klaslokaal van Openluchtmuseum Ellert & Brammert (aan groepen in het Drents of ABN).
Schelle warnt die Räuber & SINSAG 0161. Die Entstehung des "Stipelzeichens" & TM 2601. Hoe het dorp (de stad, heuvel, het stuk land) aan z'n naam is gekomen

Naam Overig in Tekst

De Kiel    De Kiel   

Kibbelveen en Schoonoord    Kibbelveen en Schoonoord   

Staatsbosbeheer    Staatsbosbeheer   

Frans Westenbrink    Frans Westenbrink   

Openluchtmuseum Ellert & Brammert    Openluchtmuseum Ellert & Brammert   

Ellert    Ellert   

Brammert    Brammert   

De Kiel    De Kiel   

Wezuperburg    Wezuperburg   

Orvelt    Orvelt   

Westrup    Westrup   

Moordenaarskuil    Moordenaarskuil   

Marieke    Marieke   

Naam Locatie in Tekst

Eeserveen    Eeserveen   

Wezuperbrug    Wezuperbrug   

Odoornerveen    Odoornerveen   

Eesergroen    Eesergroen   

Oranjekanaal    Oranjekanaal   

Schoonoord    Schoonoord   

Drenthe    Drenthe   

Drente    Drente   

Eeserveen    Eeserveen   

Odoornerveen    Odoornerveen   

Oranjekanaal    Oranjekanaal   

Wezup    Wezup   

Sleen    Sleen   

Schoonloo    Schoonloo   

Borger    Borger   

Ellertsveld    Ellertsveld   

Brammershoopstraat    Brammershoopstraat   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20