Hoofdtekst
In het zandigste en barste deel der dorre Noord-Brabantsche Kempen, dat de volksmond het land der Acht Zaligheden noemt, ligt niet ver van Eersel, het dorp Riethoven of Rijthoven.
Daar werd in 't jaar O.H. 1512, in een der armelijkste, met stro gedekte boerenhutten van 't gehucht Walik, een kind geboren, dat, tot man gegroeid, de roem van zijn geboortedorp worden zou. Hoe weinig zal z'n vader Boudewijn, 'n doodeenvoudig Meierijsch keuterboerke , hebben kunnen vermoeden, dat zijn zoon nog eenmaal een vroom en geleerd priester, een beroemd Bisschop van Yperen worden zou, die in de troebele dagen der Hervorming, den voortgang der Nieuwe Leer in Vlaanderen stuitten en met groote wijsheid zijn bisdom besturen zou.
Martinus van Rijthoven, zoo heette deze vermaarde Kerkvorst naar z'n nederige geboorteplaats, zooals de gewoonte was in die tijden. Hij was het, de zoon der Brabantsche heide, waar in onbewogen rust het leven henenvlood, en 't oud geloof der vaderen trouw bewaard bleef, die eenmaal in 1568, in 't hertogelijke Brussel, waar de 'Lutherie' welig woekerde onder den prachtlievenden jongen adel, één hunner machtigste leden als biechtvader zou bijstaan in z'n laatste oogenblikken. Martinus van Rijthoven heeft Lamoraal, Graaf van Egmond, die zoo dikwijls voor zijn koning op 't slagveld den dood onder de oogen had gezien, geleerd, op de Brusselsche markt in gelatenheid op 't schavot te sterven.
De oude sage heeft ons 't gesierde verhaal overgeleverd van de wonderlijke ontmoeting, die de aanleiding werd, dat de jonge Martinus studeeren ging, om zich voor te bereiden tot zijn verheven taak.
Een gelijksoortige volkslegende is er ook bekend van den grooten Paus Sixtus V die eveneens van herder der dorpskudde tot geestelijke Opperherder der volkeren opklom.
De jonge Marten werd al vroeg door z'n vader tot een handige herdersjongen opgeleid. Z'n vaders kudde, en ook de schapen der buren, moest hij hoeden op de eenzame heide. We kunnen ons voorstellen, dat dezen knaap, die een groot deel zijner jeugd doorbracht in 't gezelschap van z'n makke schapen, op de onmetelijke hei, de neiging tot zinnen en nadenken vroeg ontwaakte.
De schapen graasden tevreden in 't bruine kruid, de trouwe hond hield droomerig de wacht, en de jonge schaapherder vond tijd in overvloed, om al de geheimen, die de heide in haar donker kleed verborg, te beschouwen en te onderzoeken. Eens, dat de jonge Marten de kudde hoedde, zag hij een reiskoets bolderen langs de slingerende zandbaan. Tot zijn verwondering hield de koets stil, toen ze gekomen was bij de plaats waar hij neer lag in 't heikruid. Dadelijk was hij op de been. Een heer steeg uit, zwartgerokt en deftig- gepruikt, van een statig en eerwaardig voorkomen. In korte woorden vertelde hij den jongen herder, dat hij verdwaald was, en vroeg naar den weg. Marten wist op beleefde wijze en met gepaste vrijmoedigheid, die men niet achter zoo'n simpel schaperke zoeken zou, te beduiden, hoe de heer rijden moest om weer op de groote heirbaan te komen. Maar de afstand was ver, en de knaap bood aan nog een eind mee te wandelen, opdat hij zeker den weg niet missen zou. De heer die schik had in den aardigen herdersjongen, noodigde hem uit in 't rijtuig plaats te nemen.
Marten stak zijn hersdersschop in 't zand en hing zijn hoed op den knop. Op de vraag van den vreemde, waarom hij dit deed, gaf Marten ten antwoord, dat hij door dit middel den hond geleerd had, z'n waakzaamheid te verdubbelen, daar hij nu alle toezicht aleen had uit te oefenen.
De vreemdeling babbelde met Marten geruimen tijd, hij verwonderde zich over zijn juiste opmerkingen en zijn vrijmoedige antwoorden. Al spoedig begreep hij, dat in dezen zoon der vrije natuur, een rijke en veelbelovende geest school. Eenige weken later ontving de oude Boudewijn 't bezoek van een deftig uitziend heer, in wien Marten dadelijk den vreemdeling herkende. En na eenig overleg was de zaak spoedig beklonken. De jonge Marten zou mogen studeeren op kosten van den heer.
En zoo gebeurde. Martinus van Rijthoven werd leerling van een bloeidende school te 's Hertogenbosch. Later studeerde hij te Leuven in de wijsbegeerte, en priester geworden, heeft hij veel gearbeid in Gods Kerk.
In Worms was hij tegenwoordig op den Rijksdag, waar Luther z'n stellingen verdedigde; bij de Kerkvergadering van Trente was hij een der afgevaardigden; als bisschop van Yperen was hij een der geleerdste kerkvorsten van zijn eeuw.
De nagedachtenis van Martinus Rijthovius is in eere gebleven in z'n geboortedorp. Nooit heeft de groote kerkvoogd de gelukkige jaren zijner jeugd, in de Kempen doorgebracht, vergeten. De kinderen uit z'n geboortestreek hadden z'n bijzondere genegenheid. Nog in zijn testament heeft hij hen bedacht. Een som, groot 1000 Rijnguldens, had hij gelegateerd aan het kerkbestuur van Rijthoven. Jaarlijks zou van de rente een uitdeeling van witte broden plaats hebben, met Paschen en met Kerstmis, onder de kinderen der parochiën van Rijthoven, Eersel en van de omliggende dorpen. Maar dan zouden deze kinderen ook blijk moeten gegeven hebben, dat ze zulk een beloning verdienden. Het Onze Vader, het Weesgegroet, de 12 Artikelen, de 10 Geboden en de Noodzakelijke Punten uit den Catechismus moesten prompt kunnen worden opgezegd, zooals dat van ouder tot ouder gewoonte was.
Lange jaren bleven deze wittebrood-uitdeelingen bestaan. Nog in de eerste helft der negentiende eeuw werden ze gehouden.
Ongetwijfeld is Martinus van Rijthoven een der merkwaardigste Brabantsche Bisschoppen geweest.
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Land der Acht Zaligheden   
Rijthoven   
Boudewijn   
Bisschop van Yperen   
Martinus van Rijthoven   
Lamoraal   
Graaf van Egmond   
Paus Sixtus V   
Luther   
Martinus Rijthovius   
Rijngulden   
Paschen   
Pasen   
Kerstmis   
Het Onze Vader   
het Weesgegroet   
de 12 Artikelen   
de 10 Geboden en de Noodzakelijke Punten uit den Catechismus   
Kerkvergadering van Trente   
Naam Locatie in Tekst
Brabant   
Kempen   
Eersel   
Riethoven   
Walik   
Meierij   
Vlaanderen   
Brussel   
's Hertogenbosch   
Den Bosch   
Leuven   
Worms   
