Hoofdtekst
J: En waarom heette-ie Bartje Poep?
TV: Ja nou, dat was een moment, zo ik 't weet, er zijn twee varianten op. 't Was ooit ook wel dat ze altijd met de puts, deden ze altijd zeg maar eh, de strontput als ge die eruit rukt moest legen, en dat deed-ie ook wel op, gewoon in de kruiwagen over het land heen en dan omspitten en toen was-ie zo bezig met zo'n emmer, toen zo'n steel met zo'n puts noemden ze dat vroeger bij ons ok, en dan schepte-ie 'm leeg tot het was en ja, dan kon er weer, ja dan kon er weer gekakt worden een tijdje he. Maar hij gleed uit en hij was al heel vroeg kaal en toen viel-ie met zn kop viel-ie recht in die put. Dus hij kwam eruit...
J: In de put of in de kruiwagen?
TV: In de put. Dus hij zag eruit natuurlijk als wat erin zit, in die put, als poep, maar dat tweede variant is ook weer zo, want...
J: Wacht effe...want, want hij...want hij was boer toch, of niet?
TV: Nee hij was gewoon, hij werkte als boerenknecht werkte hij hier bij die polders waren, maar in november was dat klaar en dan moest-ie doorschuiven naar de grienden. Grienden rooien want die kil en ezen[?] die waren eigenlijk sterke mannen die waren goed met het rooien van eh, ja grienden die uitgeleegd waren. Die moesten d'r uit, daar werd graspolder van gemaakt. Want die kon dan flink bonken en haal maar eens een stronk er uit in jouw tuin om een bossie d'r uit te krijgen dus die mannen moesten per schelf die ze maakten van die stronken, die ze hadden, met een buddy moest-ie die uitdragen naar een plaats waar ze afgevoerd konden worden want die man, die griendbazen verkochten dat weer. Dus eh, hij was eh, daar dus zijn werkzaamheden. Dus als je thuis was hadden die mannen ook altijd een stuk land. Al het land, lag alles, veur d'r eigen. Ze hadden varkens, as ik 't verhaal vertelde, die mestte-ie an, vlees in het zout.
J: Wat deed hij dan op die varkensmarkt? Hij was ook handelaar dan of zo?
TV: Nou nee, hij deed dat voor heel de familie varkens kopen, vet mesten en dan drie verkopen aan de slager en drie veur d'r eigen gebruik en dan gingen ze zouten in potten...
J: Dus hij deed van alles? Hij was...
TV: Ja, dat moest ook wel.
RK: Dat deed iedereen vroeger hier.
TV: Hij stroopte ook bij het leven. Hij heeft mijn een verhaal verteld. Hij stroopte. Als-ie nou niet genoeg geld in die Biesbosch had zegt-ie: 'Die veldwachters die stonden altijd te loeren, want dit was domeinengebied, daar moet-e niet aan kommen. Domeinen, dus. Dan ging hij ook bezig en als-ie dan bezig was, dan wis-ie het zo te brengen, want hij zegt altijd tegen mij, ook zo van: 'Ge mag nooit liegen, maar wel verzinnen.' Dan ging-ie daar zo, zag-ie die mannen en dan was-ie net zo klein als mijn en ze noemden hem ook: 'Hij was net zo glad als een aal in een emmer snot.'
J: He, en wat was de tweede variant?
TV: De tweede variant was gewoon dat-ie altijd gewoon zo, misschien dat ik daar ook het bloed van ingekregen, soms. Als-ie dringend ergens naar toe moest, dan moest-ie naar de plee. Eigenlijk voordat-ie weg moest gaan, ja, dan moest-ie naar de plee. De poepdoos dus. En ja, daar misschien ook wel de naam 'poep', want hij ging ging naar de poepdoos, dat noemden ze gewoon poepdozen, die hokken.
RK: wetenschappelijk hebben wij daar een andere versie op. [Vertelt over poepen als verbastering van het Duitse 'Bube'; seizoensarbeiders werden zo genoemd].
TV: Ja nou, dat was een moment, zo ik 't weet, er zijn twee varianten op. 't Was ooit ook wel dat ze altijd met de puts, deden ze altijd zeg maar eh, de strontput als ge die eruit rukt moest legen, en dat deed-ie ook wel op, gewoon in de kruiwagen over het land heen en dan omspitten en toen was-ie zo bezig met zo'n emmer, toen zo'n steel met zo'n puts noemden ze dat vroeger bij ons ok, en dan schepte-ie 'm leeg tot het was en ja, dan kon er weer, ja dan kon er weer gekakt worden een tijdje he. Maar hij gleed uit en hij was al heel vroeg kaal en toen viel-ie met zn kop viel-ie recht in die put. Dus hij kwam eruit...
J: In de put of in de kruiwagen?
TV: In de put. Dus hij zag eruit natuurlijk als wat erin zit, in die put, als poep, maar dat tweede variant is ook weer zo, want...
J: Wacht effe...want, want hij...want hij was boer toch, of niet?
TV: Nee hij was gewoon, hij werkte als boerenknecht werkte hij hier bij die polders waren, maar in november was dat klaar en dan moest-ie doorschuiven naar de grienden. Grienden rooien want die kil en ezen[?] die waren eigenlijk sterke mannen die waren goed met het rooien van eh, ja grienden die uitgeleegd waren. Die moesten d'r uit, daar werd graspolder van gemaakt. Want die kon dan flink bonken en haal maar eens een stronk er uit in jouw tuin om een bossie d'r uit te krijgen dus die mannen moesten per schelf die ze maakten van die stronken, die ze hadden, met een buddy moest-ie die uitdragen naar een plaats waar ze afgevoerd konden worden want die man, die griendbazen verkochten dat weer. Dus eh, hij was eh, daar dus zijn werkzaamheden. Dus als je thuis was hadden die mannen ook altijd een stuk land. Al het land, lag alles, veur d'r eigen. Ze hadden varkens, as ik 't verhaal vertelde, die mestte-ie an, vlees in het zout.
J: Wat deed hij dan op die varkensmarkt? Hij was ook handelaar dan of zo?
TV: Nou nee, hij deed dat voor heel de familie varkens kopen, vet mesten en dan drie verkopen aan de slager en drie veur d'r eigen gebruik en dan gingen ze zouten in potten...
J: Dus hij deed van alles? Hij was...
TV: Ja, dat moest ook wel.
RK: Dat deed iedereen vroeger hier.
TV: Hij stroopte ook bij het leven. Hij heeft mijn een verhaal verteld. Hij stroopte. Als-ie nou niet genoeg geld in die Biesbosch had zegt-ie: 'Die veldwachters die stonden altijd te loeren, want dit was domeinengebied, daar moet-e niet aan kommen. Domeinen, dus. Dan ging hij ook bezig en als-ie dan bezig was, dan wis-ie het zo te brengen, want hij zegt altijd tegen mij, ook zo van: 'Ge mag nooit liegen, maar wel verzinnen.' Dan ging-ie daar zo, zag-ie die mannen en dan was-ie net zo klein als mijn en ze noemden hem ook: 'Hij was net zo glad als een aal in een emmer snot.'
J: He, en wat was de tweede variant?
TV: De tweede variant was gewoon dat-ie altijd gewoon zo, misschien dat ik daar ook het bloed van ingekregen, soms. Als-ie dringend ergens naar toe moest, dan moest-ie naar de plee. Eigenlijk voordat-ie weg moest gaan, ja, dan moest-ie naar de plee. De poepdoos dus. En ja, daar misschien ook wel de naam 'poep', want hij ging ging naar de poepdoos, dat noemden ze gewoon poepdozen, die hokken.
RK: wetenschappelijk hebben wij daar een andere versie op. [Vertelt over poepen als verbastering van het Duitse 'Bube'; seizoensarbeiders werden zo genoemd].
Beschrijving
Bart Versteeg werd Poep genoemd omdat hij uitgleed met zijn hoofd in de strontput. Een ander verhaal gaat dat hij Poep werd genoemd omdat hij altijd nodig naar de poepdoos moest voordat hij ergens heen ging.
Bart vertelde dat je nooit mocht liegen, maar wel mocht verzinnen.
Bart vertelde dat je nooit mocht liegen, maar wel mocht verzinnen.
Bron
Letterlijk afschrift van mp3-opname.
Commentaar
12 juni 2007
Locatie: Biesbosch Museum, Werkendam.
Aanwezig: RK Ruben Koman, Larissa Hageman; J: Journalist Rik Goverde (Brabants Dagblad); HKV: Hannie Kieboom-Visser (Hist.Ver.Werkendam/Wegener). ook fotograaf Patrick Guitjens is even aanwezig.
Aanwezig: RK Ruben Koman, Larissa Hageman; J: Journalist Rik Goverde (Brabants Dagblad); HKV: Hannie Kieboom-Visser (Hist.Ver.Werkendam/Wegener). ook fotograaf Patrick Guitjens is even aanwezig.
Naam Overig in Tekst
Bartje   
Bart   
Bart Versteeg   
Bartje Poep   
Bart Poep   
Duits   
Naam Locatie in Tekst
Bube   
Biesbosch   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
