Hoofdtekst
Als graef Rantzou op sterven lag quam de pharherr hem troosten. R. 'Sijn Genade sey getröst, er wird bald im himmel seyn.' R. 'Och, das ist de sulftste orth da zwey meyner Vettern vorlang sin imhamend. O, jugheyt, wie scol et da wedder op eyn soepend gahn.' 'R. 'Wie, redt Seyn Genade so, im himmel weyss man von keyn sauffen.' R. 'Ja, snackje mij wat vor, se laten et toch nicht, wense nu im nase kriegen.'
Beschrijving
Een graaf ligt op sterven en een priester zegt hem dat hij snel in de hemel zal zijn. De graaf verheugt zich erop om het op een zuipen te kunnen zetten met zijn overleden familie. De priester meent dat er in de hemel niet gezopen wordt, maar dat kan de graaf zich niet voorstellen.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
derde kwart 17e eeuw
Naam Overig in Tekst
Rantzou   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
