Hoofdtekst
Het sagenmotief dat men de kabouters, om hen te foppen, oneetbare kost voorzet (no. 16, 20) keert hier weer in verband met den dood van den kabouterkoning.
No. 31. De kabouters, die listige dieven, hadden bij een boer te Aalst al het graan van den zolder gehaald. De boer beklaagde zich daarover bij zijn buurman. Deze echter kon niet gelooven dat 't kleine volkje daartoe bij machte was en hij zei: "Bè nou, ik zou wel eens willen zien, dat 't mij gebeurde. 'k Zou ze mardi!" Maar jawel, "e lutske loater" was ook bij buurman al het graan verdwenen en dat niet alleen; iederen morgen was de koesop, die in den "herd" stond, uitgevreten. 't Boerke behoefde natuurlijk niet te raden, wie hem die poets gebakken had. "Maar wacht" dacht de leeperd, "da zulde ge mij geen eens meer doen, daor sprèk ik veur". 's Avonds hing hij een "sop" over het vuur van enkel oude leeren lappen. De boer lag nog wakker, toen hij de kabouters hoorde afkomen. 't Eerste bezoek werd aan de sop gebracht en allen trokken van leer. De sop scheen hen echter ditmaal niet te smaken. De boer hoorde een van de aardmannetjes zeggen: "Ik ben nu zoo oud geworden, dat er twee molenstaanders op eenen stam zijn gewassen, maar ik heb nog nooit van mijn leven zoo'n taaie fikse fater gegeten." Daarna verlieten allen onvoldaan de woning. Onderweg ontmoetten zij nog den knecht van het erf, die op dit late uur huiswaarts keerde en een van de kabouters riep hem toe: "Zeg, als gij thuiskomt, tegen Adriaan dat Kyria dood is." Thuisgekomen vertelde de knecht terstond wat hij gehoord had en op 't zelfde oogenblik hoorde men in huis duidelijk een stem van onder den gron komend: "Och arme, is Kyria dood, dan vertrek ik ook." Sedert dien dag zijn in Aalst de kabouters voor goed verdwenen. 5)
No. 31. De kabouters, die listige dieven, hadden bij een boer te Aalst al het graan van den zolder gehaald. De boer beklaagde zich daarover bij zijn buurman. Deze echter kon niet gelooven dat 't kleine volkje daartoe bij machte was en hij zei: "Bè nou, ik zou wel eens willen zien, dat 't mij gebeurde. 'k Zou ze mardi!" Maar jawel, "e lutske loater" was ook bij buurman al het graan verdwenen en dat niet alleen; iederen morgen was de koesop, die in den "herd" stond, uitgevreten. 't Boerke behoefde natuurlijk niet te raden, wie hem die poets gebakken had. "Maar wacht" dacht de leeperd, "da zulde ge mij geen eens meer doen, daor sprèk ik veur". 's Avonds hing hij een "sop" over het vuur van enkel oude leeren lappen. De boer lag nog wakker, toen hij de kabouters hoorde afkomen. 't Eerste bezoek werd aan de sop gebracht en allen trokken van leer. De sop scheen hen echter ditmaal niet te smaken. De boer hoorde een van de aardmannetjes zeggen: "Ik ben nu zoo oud geworden, dat er twee molenstaanders op eenen stam zijn gewassen, maar ik heb nog nooit van mijn leven zoo'n taaie fikse fater gegeten." Daarna verlieten allen onvoldaan de woning. Onderweg ontmoetten zij nog den knecht van het erf, die op dit late uur huiswaarts keerde en een van de kabouters riep hem toe: "Zeg, als gij thuiskomt, tegen Adriaan dat Kyria dood is." Thuisgekomen vertelde de knecht terstond wat hij gehoord had en op 't zelfde oogenblik hoorde men in huis duidelijk een stem van onder den gron komend: "Och arme, is Kyria dood, dan vertrek ik ook." Sedert dien dag zijn in Aalst de kabouters voor goed verdwenen. 5)
Onderwerp
AT 0113A - King of the Cats is Dead   
ATU 0113A - Pan Is Dead   
Beschrijving
Er wordt verteld dat te Aalst de kabouters zijn weggegaan na de dood van kabouter Kyria. Een boer had een aantal kabouters hele slechte pap gegeven en daar is Kyria door overleden.
Bron
Noord-Brabantsch Sagenboek/ J. R. W. Sinninghe. - Zutphen: W.J. Thieme & Cie. - [1933], p. 26-27.
Commentaar
[1933]
Valt onder hoofdstuk en titel(s): I. Mythologische Sagen: De Daemonen der vier elementen: A. Aardgeesten: 1. Dwergen.
5) BRON: Cuypers in N. Br. Alm. 1890, blz. 251-256; 1892, blz. 602.
Ter verg.: kabouters verdwijnen. (No. 21-31). Lenaerts, De verdwijning der Alvermannetjes. (Antwerpen, 1898). de Cock's Teirl., No. 165, 169, 172, 177. Kemp, Limb. S., 120-122. Wolf, N. S., No. 207, 477; D. M. u. S., No. 69. Ons Volksl., I, 66; VIII, 213. Hagelander, III, 129. Sébillot, I, 231, 459-460. Grimm, D. Myth., 422, 428.
[Het eerste stukje van de sage is door auteur Sinninghe zelf toegevoegd, de werkelijke sage begint bij 'No. 31.' ]
Zie ook SINSAG 0102, Zwerge ziehen fort, nachdem ihr König gestorben ist.
5) BRON: Cuypers in N. Br. Alm. 1890, blz. 251-256; 1892, blz. 602.
Ter verg.: kabouters verdwijnen. (No. 21-31). Lenaerts, De verdwijning der Alvermannetjes. (Antwerpen, 1898). de Cock's Teirl., No. 165, 169, 172, 177. Kemp, Limb. S., 120-122. Wolf, N. S., No. 207, 477; D. M. u. S., No. 69. Ons Volksl., I, 66; VIII, 213. Hagelander, III, 129. Sébillot, I, 231, 459-460. Grimm, D. Myth., 422, 428.
[Het eerste stukje van de sage is door auteur Sinninghe zelf toegevoegd, de werkelijke sage begint bij 'No. 31.' ]
Zie ook SINSAG 0102, Zwerge ziehen fort, nachdem ihr König gestorben ist.
King of the Cats is Dead
Naam Overig in Tekst
Kyria   
Adriaan   
Naam Locatie in Tekst
Aalst   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
