Hoofdtekst
De gloeiende mensch rust onder de steenenschoor, een overwelfde duiker in de Bestsche scheidsloot, een balschot van de Mispelhoeve, te Acht, en komt van daar 's nachts dikwijls op. Een van de broeder Egemans, die op de Mispelhoeve woont, had in waterjaar 1816 in de vennen gevischt, toen hij, in den donkeren avond, den gloeienden mensch, vijf voetstappen voor zich uit, den weg langzaam zag overglijden. Hij was heel bang, maar door het water werd hem het vluchten belet, zoodat hij zich wel een kwartier achter een mastbosch moest verschuilen.
De gloeiende mensch was een langwerpige, donkere kegel, zoo dik en zoo hoog als een jongen van tien jaar, van boven met een lichtje, als van een lamp.
Anderen hebben 'm nu eens grooter, dan weer kleiner gezien; hij volgt niet altijd denzelfden weg, maar meestal ziet men hem in het gehucht Acht bij den grenspaal van de vier gemeenten Oirschot, Woensel, Vessem en Zeelst.
Onderwerp
SINSAG 0195 - Der Grenzsteinversetzer als feuriger Wiedergänger
  
Beschrijving
Bron
Commentaar
Ter verg.: list v.d. grenspaalverzetter. (no. 47, 48, 52). de Cock, VI. S. no. 259. Volksk. XI, 125 vlg. Handwörterb. III, 669-670. (Eid.).
Naam Overig in Tekst
Zeelstschen   
Wintelre's   
Mispelhoeve   
Egemans   
Naam Locatie in Tekst
Zeelst   
Wintelre   
Acht   
Oirschot   
Woensel   
Vessem   
