Hoofdtekst
De meermin van Namen
Het was in de dagen dat Namen nog groeide en bloeide; Namen in Zeeuwsch-Vlaanderen.
Maar zoals dat meer gaat in plaatsen waar de voorspoed zijn intrede gedaan heeft. De boeren konden de weelde niet dragen. De beschuitkruimels staken hen. Allerlei brooddronkenheid bedreven ze. Wat voor een ander goed genoeg was deugde voor hen niet. Overal moest goud en zilver aan. Kanten hemden droegen ze maar liefst. Nee, niet slechts de boerinnen maar ook de boeren. Een degelijk rood baaien hemd was niet goed genoeg. Kun je begrijpen. Ja, de boeren van Namen zouden daar een rood baaien hemd aantrekken. Niks er van. Kant meneer, kant, of minstens moesten die hemden met kant afgezet zijn. Zoover dreven de lui daar in Namen de weelde.
Maar er kwam een eind aan. O ja, ze werden gestraft.
En nu moet u weten dat ze nog wel gewaarschuwd waren. Het ongeluk overviel hen niet onverwacht. Heelemaal niet. Wanneer ze verstandige kerels geweest waren hadden ze 't kunnen ontgaan.
Maar ja, stijve koppige boeren hè. Niet luisteren. Wat hadden zij met die meermin te maken. Ze lachten er wat om. Een meermin, ha ha ha! een meermin in een put nog wel, ha ha ha!
Stom van die boeren want ze hadden best kunnen begrijpen dat het iets te beduiden had. Zooiets was immers nog nooit vertoond. Een meermin in een put.
Maar ze lachten er wat om, de lui van Namen en om de voorspelling van de zeevrouw hadden ze de grootste pret.
Ha ha ha! hoor wat ze zegt:
"Namen, Namen zal vergaan
Maar de toren zal blijven staan."
Maar 't kwam hen duur te staan want in de kerstvloed van 1717 werd Namen door de zee verzwolgen met al wat er op en er aan was.
Het was in de dagen dat Namen nog groeide en bloeide; Namen in Zeeuwsch-Vlaanderen.
Maar zoals dat meer gaat in plaatsen waar de voorspoed zijn intrede gedaan heeft. De boeren konden de weelde niet dragen. De beschuitkruimels staken hen. Allerlei brooddronkenheid bedreven ze. Wat voor een ander goed genoeg was deugde voor hen niet. Overal moest goud en zilver aan. Kanten hemden droegen ze maar liefst. Nee, niet slechts de boerinnen maar ook de boeren. Een degelijk rood baaien hemd was niet goed genoeg. Kun je begrijpen. Ja, de boeren van Namen zouden daar een rood baaien hemd aantrekken. Niks er van. Kant meneer, kant, of minstens moesten die hemden met kant afgezet zijn. Zoover dreven de lui daar in Namen de weelde.
Maar er kwam een eind aan. O ja, ze werden gestraft.
En nu moet u weten dat ze nog wel gewaarschuwd waren. Het ongeluk overviel hen niet onverwacht. Heelemaal niet. Wanneer ze verstandige kerels geweest waren hadden ze 't kunnen ontgaan.
Maar ja, stijve koppige boeren hè. Niet luisteren. Wat hadden zij met die meermin te maken. Ze lachten er wat om. Een meermin, ha ha ha! een meermin in een put nog wel, ha ha ha!
Stom van die boeren want ze hadden best kunnen begrijpen dat het iets te beduiden had. Zooiets was immers nog nooit vertoond. Een meermin in een put.
Maar ze lachten er wat om, de lui van Namen en om de voorspelling van de zeevrouw hadden ze de grootste pret.
Ha ha ha! hoor wat ze zegt:
"Namen, Namen zal vergaan
Maar de toren zal blijven staan."
Maar 't kwam hen duur te staan want in de kerstvloed van 1717 werd Namen door de zee verzwolgen met al wat er op en er aan was.
Onderwerp
SINSAG 0031 - Die Prophezeiung des Meerweibes   
Beschrijving
De meermin van Namen voorspelde de ondergang van het welvarende Namen. De boeren geloofden er niets van, lachten erom en leefden in weelde. Totdat het noodlot in 1717 toesloeg ...
Bron
Legenden langs de Noordzee/ S. Franke. - Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1934, p. 26.
Commentaar
1934
Naam Locatie in Tekst
Namen   
Zeeuws-Vlaanderen   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
