Hoofdtekst
De meerminne
Een meermin is een zeevrouw zooals iedereen weet.
Ze leeft in het water en ze sterft daar. Wordt ze gevangen dan is dat meestal haar dood. Zoo is het gesteld met de meerminnen.
Maar op Walcheren weet men u er toch nog meer van te vertellen.
Ze leeft in het water, zeggen de boeren, zeker, ze leeft in de zee maar ze komt ook wel eens aan land!
En de Walcherensche boeren kunnen u dat bewijzen ook.
Niet dat ze de meerminne wel eens in levende lijve op het droge gezien hebben. De meerminne is schuw; ze laat zich niet bekijken. Ze komt alleen als alle katjes grauw zijn. Ze verschijnt alleen als alle menschen slapen. Als de luiken voor de ramen zijn en de grendels op de deuren. Ze komt als de boer in de bedstee zijn wijf zoent, als ie haar zoent zoodat zijn lippen er van smakken. Wanneer de boerin de boer in haar armen neemt zoodat er zijn ribben van krakken.
Kijk, op zulke uren, wanneer geen levende ziel buitenshuis is komt de meerminne uit zee opgedoken en zwerft ze door het land van Walcheren.
Dan dwaalt ze langs velden en wegen, over akkers en dreven. Dan schuifelt ze over de hof, kruipt ze onder de heggen en klimt ze over de damhekken. Dan sluipt ze om de hooischelven en waart door de boomgaard. Dan doolt ze rond door de bietenvelden en hokt ze achter de korenschoven. Wanneer er geen levende ziel meer buiten is komt de meerminne uit haar element en doolt door het Walcherensche land.
Niemand heeft haar ooit gezien, niemand heeft haar ooit kunnen betrappen maar haar spoor ligt voor ieder die oogen heeft om te zien open en bloot want de struiken en planten die ze aanraakte vergroeiden zoo subiet tot wanstaltigheden uit het plantenrijk.
Zeker, want daar is de meerminne over gegaan.
Een meermin is een zeevrouw zooals iedereen weet.
Ze leeft in het water en ze sterft daar. Wordt ze gevangen dan is dat meestal haar dood. Zoo is het gesteld met de meerminnen.
Maar op Walcheren weet men u er toch nog meer van te vertellen.
Ze leeft in het water, zeggen de boeren, zeker, ze leeft in de zee maar ze komt ook wel eens aan land!
En de Walcherensche boeren kunnen u dat bewijzen ook.
Niet dat ze de meerminne wel eens in levende lijve op het droge gezien hebben. De meerminne is schuw; ze laat zich niet bekijken. Ze komt alleen als alle katjes grauw zijn. Ze verschijnt alleen als alle menschen slapen. Als de luiken voor de ramen zijn en de grendels op de deuren. Ze komt als de boer in de bedstee zijn wijf zoent, als ie haar zoent zoodat zijn lippen er van smakken. Wanneer de boerin de boer in haar armen neemt zoodat er zijn ribben van krakken.
Kijk, op zulke uren, wanneer geen levende ziel buitenshuis is komt de meerminne uit zee opgedoken en zwerft ze door het land van Walcheren.
Dan dwaalt ze langs velden en wegen, over akkers en dreven. Dan schuifelt ze over de hof, kruipt ze onder de heggen en klimt ze over de damhekken. Dan sluipt ze om de hooischelven en waart door de boomgaard. Dan doolt ze rond door de bietenvelden en hokt ze achter de korenschoven. Wanneer er geen levende ziel meer buiten is komt de meerminne uit haar element en doolt door het Walcherensche land.
Niemand heeft haar ooit gezien, niemand heeft haar ooit kunnen betrappen maar haar spoor ligt voor ieder die oogen heeft om te zien open en bloot want de struiken en planten die ze aanraakte vergroeiden zoo subiet tot wanstaltigheden uit het plantenrijk.
Zeker, want daar is de meerminne over gegaan.
Beschrijving
Op Walcheren weet men meer over meerminnen te vertellen dan de gemiddelde mens. Meerminnen zijn zeer schuw en komen alleen aan land als iedereen ligt te slapen, als de luiken dicht zijn en de deuren vergrendeld, als er geen sterveling meer op straat is.
Bron
Legenden langs de Noordzee/ S. Franke. - Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1934, p. 52-53.
Commentaar
1934
Naam Overig in Tekst
Walcherense   
Naam Locatie in Tekst
Walcheren   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
