Hoofdtekst
De roompot
Er stond eens een boer op de rand van Walcheren en hij had erge dorst. Nu had hij het water van de zee kunnen drinken maar dat was hem te zout en daar had hij gelijk aan ook.
Hij zag dus om naar andere middelen om zijn dorst te lesschen.
Nu wilde het toeval dat juist de melkmeid van Schouwen haar klanten bediende. Ze liep met haar emmers aan het juk en schonk ieder die het wenschte een biertje melk of karnemelk. In de eene emmer had ze melk, in de andere karnemelk.
Hè, dacht die boer op Walcheren, daar heb je de melkmeid van Schouwen. Hij stak zijn hand in zijn broekzak, diepte er twee oortjes uit op, en riep, hè Neeltje, geef me een kannetje karnemelk van je!
Hei-je dorst boer?
Ja Neel!
Goed zei Neel, en ze schepte een nap vol karnemelk en reikte die over het stroompje tusschen de beide eilanden, de boer toe.
Asjeblieft boer!
Dankie Neel! En de boer slobberde de nap leeg.
Neel kreeg de twee oortjes en zij en de boer waren content.
Er zijn menschen die vertellen dat het geen nap met karmelk was maar een pot met room.
Het is mogellijk, maar dan zal die boer toch meer dan twee oortjes hebben moeten betalen, want de Schouwensche boerinnen waren in vroeger dagen om de drommel niet gek.
Maar hoe dat dan ook zit, het is een bekend feit, dat de stroom tusschen Walcheren en Schouwen nog altijd de Roompot heet en zijn naam hieraan te danken heeft, dat de Schouwensche melkmeisjes de karnemelk of de room zoo maar over het water de Walcherensche boeren offreerden.
Er stond eens een boer op de rand van Walcheren en hij had erge dorst. Nu had hij het water van de zee kunnen drinken maar dat was hem te zout en daar had hij gelijk aan ook.
Hij zag dus om naar andere middelen om zijn dorst te lesschen.
Nu wilde het toeval dat juist de melkmeid van Schouwen haar klanten bediende. Ze liep met haar emmers aan het juk en schonk ieder die het wenschte een biertje melk of karnemelk. In de eene emmer had ze melk, in de andere karnemelk.
Hè, dacht die boer op Walcheren, daar heb je de melkmeid van Schouwen. Hij stak zijn hand in zijn broekzak, diepte er twee oortjes uit op, en riep, hè Neeltje, geef me een kannetje karnemelk van je!
Hei-je dorst boer?
Ja Neel!
Goed zei Neel, en ze schepte een nap vol karnemelk en reikte die over het stroompje tusschen de beide eilanden, de boer toe.
Asjeblieft boer!
Dankie Neel! En de boer slobberde de nap leeg.
Neel kreeg de twee oortjes en zij en de boer waren content.
Er zijn menschen die vertellen dat het geen nap met karmelk was maar een pot met room.
Het is mogellijk, maar dan zal die boer toch meer dan twee oortjes hebben moeten betalen, want de Schouwensche boerinnen waren in vroeger dagen om de drommel niet gek.
Maar hoe dat dan ook zit, het is een bekend feit, dat de stroom tusschen Walcheren en Schouwen nog altijd de Roompot heet en zijn naam hieraan te danken heeft, dat de Schouwensche melkmeisjes de karnemelk of de room zoo maar over het water de Walcherensche boeren offreerden.
Beschrijving
Het is een bekend feit dat de stroom tussen Walcheren en Schouwen aan zijn naam de Roompot kwam, omdat de melkmeisjes van Schouwen de room of karnemelk zo maar over dit water heen aan de boeren van Walcheren gaven.
Bron
Legenden langs de Noordzee/ S. Franke. - Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1934, p. 67.
Commentaar
1934
Naam Overig in Tekst
Roompot   
Neeltje   
Neel   
Schouwense   
Walcherense   
Naam Locatie in Tekst
Walcheren   
Schouwen   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
