Hoofdtekst
Brouwershaven
Ook te Brouwershaven gebeurden wonderlijke dingen.
Zoo b.v. met die visscher die uit visschen ging.
Hij wierp zijn net uit en wachtte; wachtte tot de visch erin gekomen zou zijn. En toen hij dacht nu wel lang genoeg gewacht te hebben, wilde hij de buit binnen halen.
Maar jawel, dat ging zoo gemakkelijk niet.
Hè, dacht die visscher, wat is dat net zwaar. Ik zou wel zeggen wat zit er toch in dat net. Hij trok en trok en kon het haast niet op de wal krijgen. Het was of er duizend pond visch in zat.
Maar er zat geen visch in. O nee, het was heel wat anders.
Weet u wat er boven op het kruis zat?
Nee, dat weet u natuurlijk niet, hoe zou dat ook. U denkt misschien ....
Ach nee, u heeft er geen idee van.
Op dat kruis dan zat een gruwelijk beest. Een monster gewoon. Een gedrocht met oogen zo groot als tafelbordjes. Het kwijl sijferde hem langs zijn kwabberige lippen; en zijn tong hing hem half uit de bek. En het keek den visscher maar aan.
Het bewoog zich niet. Nee het bleef daar maar stil zitten kwijlen. En kijken maar met zijn oogen die zoo groot waren als tafelbordjes.
De visscher zette het op een loopen. Dat is te begrijpen. Die wou wel weg.
Maar denkt u dat ie het net los kon laten?
Geen sprake van. Hij kon loopen zoo hard hij wou maar het net met het griezelige dier op het kruis moest ie meesleepen. Eerst vlak voor Brouwershaven raakte hij het monster kwijt.
Hij had de heele weg niet omgekeken, die visscher. Hij had maar gehold zoo hard hij kon, met het net en het monser achter zich aan.
En toen hij het bij de stadspoort waagde om te kijken, nou, toen was het gedrocht gelukkig verdwenen.
Zie, zulke dingen gebeurden er vroeger te Brouwershaven.
Ook te Brouwershaven gebeurden wonderlijke dingen.
Zoo b.v. met die visscher die uit visschen ging.
Hij wierp zijn net uit en wachtte; wachtte tot de visch erin gekomen zou zijn. En toen hij dacht nu wel lang genoeg gewacht te hebben, wilde hij de buit binnen halen.
Maar jawel, dat ging zoo gemakkelijk niet.
Hè, dacht die visscher, wat is dat net zwaar. Ik zou wel zeggen wat zit er toch in dat net. Hij trok en trok en kon het haast niet op de wal krijgen. Het was of er duizend pond visch in zat.
Maar er zat geen visch in. O nee, het was heel wat anders.
Weet u wat er boven op het kruis zat?
Nee, dat weet u natuurlijk niet, hoe zou dat ook. U denkt misschien ....
Ach nee, u heeft er geen idee van.
Op dat kruis dan zat een gruwelijk beest. Een monster gewoon. Een gedrocht met oogen zo groot als tafelbordjes. Het kwijl sijferde hem langs zijn kwabberige lippen; en zijn tong hing hem half uit de bek. En het keek den visscher maar aan.
Het bewoog zich niet. Nee het bleef daar maar stil zitten kwijlen. En kijken maar met zijn oogen die zoo groot waren als tafelbordjes.
De visscher zette het op een loopen. Dat is te begrijpen. Die wou wel weg.
Maar denkt u dat ie het net los kon laten?
Geen sprake van. Hij kon loopen zoo hard hij wou maar het net met het griezelige dier op het kruis moest ie meesleepen. Eerst vlak voor Brouwershaven raakte hij het monster kwijt.
Hij had de heele weg niet omgekeken, die visscher. Hij had maar gehold zoo hard hij kon, met het net en het monser achter zich aan.
En toen hij het bij de stadspoort waagde om te kijken, nou, toen was het gedrocht gelukkig verdwenen.
Zie, zulke dingen gebeurden er vroeger te Brouwershaven.
Beschrijving
In Brouwershaven ving een visser een monster. En wie denkt dat de visser zomaar zonder het monster weg kon lopen heeft het mis. Hoe hard hij ook liep, het gruwelijke beest ging niet weg. Pas bij de stadspoort was het gedrocht verdwenen.
Bron
Legenden langs de Noordzee/ S. Franke. - Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1934, p. 68.
Commentaar
1934
Naam Locatie in Tekst
Brouwershaven   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
