Hoofdtekst
Nadat de oorlog was uitgebroken en de krijgsbenden het land hadden afgeloopen, schijnt het geloof in de wondermacht van het beeld geheel verflauwd te zijn. Zij, die van de eerste wonderen konden getuigen, leefden allang niet meer en men besloot de kapel af te breken.
Maar de werkman Joost Berthout, die het altaar afbrak en de leien van de kapel nam, is terstond "cranck gheworden, ende corts daernae ghestorven". De kerkmeester Claas Peeters heeft nauwelijks een wagen met leien naar de kerk gebracht - men wilde met de afbraak de parochiekerk restaureeren - of zijn paard is "gheborsten ende ghestorven". Een ander, Lambrecht van Aerlen, die door zijn zoon steenen liet weghalen, werd met stomheid geslagen en de voerman Joost Berterums werd langen tijd ziek. Toen de metselaars de eerste steenen bij de restauratie der kerk omhoog brachten, stortte het geheele stijgerwerk in, en allen werden gekwetst. Een boer eindelijk, die de plaats, waar de kapel gestaan had, bij zijn akker wilde voegen, werd ziek en stierf binnen enkele dagen. Op dezelfden tijd is de zoon van Maria, weduwe van Paulus Wijnen, die in een hoogen boom geklommen was, "om roecken of diergelijcke vogelen bij avonturen uit te halen", zoo gevallen, dat hij vijf dagen lang voor dood gelegen heeft. De moeder heeft tot Maria gebeden op de plek waar de kapel gestaan heeft en haar zoon is eensklaps, geheel genezen, opgestaan.
In weerwil van die buitengewone teekenen werd de kapel niet herbouwd. Wellicht waren de dorpelingen door den oorlog te zeer verarmd.
In den zomer van 1596 kwam Peter Jelis, de burgemeester van Aarle, langs den kapelakker en hoort daar een liefelijke muziek. Haastiger dan hij placht te gaan keert hij naar huis terug. Den volgenden dag weet het heelen dorp 't, maar de akker bleef braak liggen. Eenige maanden later echter, als de burgemeester nog diep in den avond aan 't maaien is, hoort hij op den aangrenzenden akker - waar de oude kapel gestaan heeft - weer dat schoone gezang. De engelen zingen Maria's lof. Nu begrijpt hij, dat de kapel herbouwd moet worden. Hij beraadde met den pastoor en al duurde het langen tijd voor men het geld bijeen had gebracht, 't volgend jaar Paschen is de bouw in vollen gang. Van alle kanten stroomen de pelgrims toe. Schier iederen dag hebben miraculeuze genezingen plaats:
"Een kint blint synde heeft syn ghesicht wederom ghekregen, in Majo, den eersten 1598."
"Een seer wonderlycke genezinge van een wonder onbekende sieckte van lammicheyt en andere miserien, in Majo, 2, 1598."
Vele "historien ende mirakelen" zijn er in die jaren "geschiet tot Aerlen by Helmont door het aenroepen van Ons L. Vrou."
Op den 16en Juni 1648 verscheen het beruchte plakkaat der Staten: alle geestelijken moesten de Meierei binnen acht dagen verlaten; alle kapellen, kerken en kloosters werden gesloten.
Het wonderbeeld werd verborgen en toen later den Roomschen een schuurkerk werd toegestaan, werd 't op het hoogaltaar geplaatst.
De predikant, die begreep wat de wegname van het beeld voor het volk zou beteekenen, bewerkte dat 't werd opgeëischt door den schout. Maar men gaf hem een namaaksel en dat zond hij naar den Haag.
De kapel bleef eigendom der gemeente; het priesterkoor diende tot raadhuis en het overige gedeelte tot schoollokaal, ja, zelfs was er een gevangenhok aangebouwd. In 1853 kocht pastoor J. van Sambeek het gebouw en liet het herstellen. Drie jaar later werd O. L. Vrouwe in 't Zand weer teruggebracht op haar oude plaats.
Toen in 1866 de cholera in Helmond uitbrak, begaven zich duizenden uit de stad en de omliggende dorpen naar Aarle, en hoewel er velen onder hen waren in wier woningen de ziekte heerschte, bleef Aarle gespaard en zoover men weet is er niemand van allen, die in de kapel kwamen bidden, aan de cholera gestorven.
Onderwerp
SINSAG 0136 - Warum die Deiche weit vom Fluss liegen
  
Beschrijving
Bron
Commentaar
Bronnen:
Kronenburg, Maria's Heerlijkheid, VI, 448-457. Wichmans, Brab. Mar., 398. v. Oudenhoven, Meyerye, 20. Coppens, Bisdom van 's-Hertogenbosch, III, 301. Schutjes, Bisdom 's-Hertogenbosch, III, 47.
Naam Overig in Tekst
O. L. Vrouw   
Joost Berthout   
Claas Peeters   
Lambrecht van Aerlen   
Joost Berterums   
Paulus Wijnen   
Maria   
Peter Jelis   
Paschen   
Roomschen   
J. van Sambeek   
Naam Locatie in Tekst
Helmond   
den Bosch   
Aarle   
Kapelstraatje   
den Haag   
Zand   
Meierei   
