Hoofdtekst
Ongeveer halfweg tusschen Asten en Ommel, langs den grintweg, is een kleine heuvel, waarop eertijds drie linden stonden. Onder die linden zou Onze Lieve Vrouw gerust hebben, als ze 's nachts naar Ommel terug ging. Later zijn de drie linden geveld; nu is er, tot aandenken, één linde geplaatst, de "Kerskensboom" genoemd.
Omtrent het jaar 1400 geraakte het schip van een rijk koopman, Jan van der Haven in de Leverzee vast. Weldra begonnen de levensmiddelen zienderoogen te verminderen. In dien nood riep de koopheer Maria aan, en in slaap gevallen, hoorde hij een stem, die sprak: "Jan van der Haven, zoo ge aan land komt, ga dan naar Ommel. Daar is een Mariabeeldje, dat door u verheven moet worden. Beloof dit en ge zult gered worden." Toen de koopman ontwaakte, herinnerde hij zich alles, en, ofschoon hij nooit van Ommel gehoord had, deed hij die gelofte. Dadelijk verhief zich een hevige wind, het schip zette alle zeilen bij en geraakte uit de vreeselijke Leverzee. Nauwelijks was hij behouden aan wal gekomen, of hij ging op weg naar Ommel. Daar vond hij het beeldje, zooals hem gezegd was. Hij nam het mede om het rijk te laten vergulden, maar zijn moeite was vergeefs; het beeld duldde geen kleuren of verguldsel. Daarop liet hij te Ommel een kapel bouwen voor het Mariabeeld, en hing er een schilderij in, waarop zijn schip in nood stond afgebeeld. Zoo'n schilderij is nog in de kerk te zien.
Deze kapel werd druk bezocht.
"Van die mirakelen die daer geschien, gheven ghethuych al die dynghen, die daer hanghen van yzer cleeren, van was soe menygherley."
Een tijdperk van bloei voor de bedevaartsplaats brak aan, na de oprichting van een Franciscaner-vrouwenklooster in 1539. En toen de zusters hun klooster moesten verlaten (in 1731) namen zij het beeld mee. Toen de kar, die het miraculeuze beeld droeg, aan het laatste huis van het Ommelseindje was gekomen, bleef ze plotseling staan. Tevergeefs slaat de voerman zijn paard, en rukt en sjort om de kar vooruit te krijgen. Eerst toen de zusters plechtig beloofden, het beeld naar Ommel terug te voeren, begon het paard van zelf aan te trekken, en de logge karren vervolgden hun tocht naar het kasteel Ghoor, bij Neer in Limburg. En waarlijk, na een omzwerving van meer dan honderd jaar, keerde O. L. Vrouw te Ommel terug. 1)
Toen het wonderbeeld in het nieuwgebouwde klooster te Nunhem in Limburg stond, kregen eens eenige zusters in een priëeltje van den kloostertuin zulk een verschil van meening, dat het van woorden tot daden zou komen. Toen verscheen O. L. Vrouw zelf en maakte een einde aan de twist.
In mei 1813 verlieten de nonnen Nunhem om naar Asten te trekken. Zij namen het miraculeuze beeldje natuurlijk mee. De legende verhaalt dat het beeld tot tweemaal toe vanzelf naar Nunhem terugkeerde en 's morgens weer "vochtig van den dauw der weide" werd gevonden in een haag, die om het klooster groeide. De derde maal werd het beeldje in processie afgehaald en naar Asten gebracht en toen is het daar ook gebleven, tot het kapelletje te Ommel herbouwd was. 2)
Onderwerp
SINLEG 0131 - Das Bild kehrt (dreimal) nach dem Fundort (Standort) zurück.   
Beschrijving
Bron
Commentaar
Bronnen:
1) Kronenburg, Maria's Heerlijkheid VI, 320-344. Zie de lit. aldaar.
2) Kemp, Limburgs Sagenboek, 35.
*) Een zee, niet van water, maar van een dikke substantie, waarin de schepen vaak vast bleven zitten. In de M.E. wonderreizen is er vaak sprake van.
Naam Overig in Tekst
Ommel   
Goede Week   
Mariabeeldje   
Maria-altaar   
Paaschmiddag   
Paaschdag   
Maria   
Onze Lieve Vrouw   
Keskensboom   
Jan van der Haven   
Leverzee   
Franciscaner-vrouwenklooster   
Ommelseindje   
Ghoor   
O. L. Vrouw   
Mei   
Naam Locatie in Tekst
Asten   
Neer   
Limburg   
Nunhem   
