Hoofdtekst
Tot beter begrip van dit verhaal haal dien ik er wel eerst
eenige plaatselijke en historische bizonderheden van Hoog
Soeren aan te laten vooraf gaan.
Hoog Soeren is waarschijnlijk ouder dan Apeldoorn. Er
was reeds zeer vroeg een nederzetting van de oudste
bewoners der „Vale Ouwe" 1). Dit bewijzen de talrijke
Germaansche grafheuvels, die er worden aangetroffen.
De bron van Pomphul is zoo oud, dat ze wel door Wodan
zelf verwekt kan zijn. De naam Pomphul is eigenlijk van
later tijd, want de oude naam, die ook nog wel gebruikt
wordt, is Spring-del (dal van de spreng, of brondal) een
naam die veel eigenaardiger is dan het tweeslachtige en
ongemotiveerde „Pomp-hul"(pompheuvel). Het is nog niet
eens zoo heel lang geleden,
dat daar volstrekt geen pomp te zien was, en het water er
uit den grond opwelde. Door deze bron en den later
gegraven put in de Steeg (waarop nu ook een pomp staat),
was Hoog Soeren als een oase gelegen midden in de droge
woestenij der Vale Ouwe.
Deze laatste put behoorde bij het kasteel, dat gestaan heeft
op het kruispunt, waar nu de wegen bij elkaar komen van
den Echoput, van Apeldoorn, van Assel en van den
Dassenberg.
Bij het aanleggen van den grindweg stootte men op de
kelders van het kasteel en vond daarin nog steenen kogels.
Volgens de overlevering was de laatste kasteelbewoner
Straatman geheeten en moeten de stallen gestaan hebben op
de hoogte waar zich nu het hotel Eik en Dal bevindt; welk
hotel zijn naam dankt aan den familienaam Eikendal der
vroegere bewoners van het op die plaats gelegen groote
oude boerenhuis. Rechts aan den grindweg van Hoog Soeren naar
Apeldoorn, juist tegenover de plaats waar de weg van 't
Kruisjesdal op dien grindweg komt, stond aan den voet van
den heuvel een reusachtige beuk, dien alle oudere
menschen van Soeren zich nog zeer goed weten te
herinneren, en meestal de Jufferboom of de Spinboom
genoemd wordt. Sinds onheuglijken tijd had die boom daar
gestaan, lang reeds vóór de grindweg bestond. Eertijds liep
de kar- of postweg om den heuvel heen. Een klein voetpad
liep, om den weg wat te bekorten, over den heuvel, die bij
het aanleggen van den grindweg werd doorgegraven.
Rondom deze plek liggen op de omringende toppen
Germaansche grafterpen.
De karweg, later ook wel Hessenweg genoemd, naar de
Hessenwagens, die de koopwaren van Hamburg naar
Amsterdam vervoerden, liep over Hoog Soeren, om
daar de paarden te laten drinken. Van Hoog Soeren ging het
dan dwars door de barre hei, waar zes paarden niet te veel
waren om de krakende, zwaar beladen vrachtwagens voort
te trekken; en als door slecht weer de weg bijna
onbegaanbaar was, leenden de boeren zelfs hun ossen om
de vastgeraakte wagens weer op gang te brengen. Diepe,
ingereden voren toonen nog aan waar de zware wagens
geregeld door de hei trokken. De weg liep verder langs 's
Greevenholt en 't Heidensgat, waar de woeste zigeuners
huisden, die eeuwenlang door hun roof- en plundertochten
de schrik der Veluwe waren.
Op die eenzame vlakten had menig bloedig gevecht plaats
tusschen de roovers en de wagenvoerders.
Menige rijk beladen Hessenwagen werd op dien woesten,
eenzamen weg uitgeplunderd.
De weg kwam dan ter hoogte van Millingen op den Amersfoortschen weg. Dit was allemaal zoo in den „goeden ouden tijd", maar in nog veel, veel vroeger tijd moet de Witte Juffer 8) van Soeren er al geweest zijn,
waarvan de oude menschen nu nog weten te verhalen, dat
ze in dien ouden hollen boom zat te spinnen.
Zeer veel vroeger nog, in tijden van het grijs verleden, toen
de Kelten en daarna de Saksen hier op de Veluwe
woonden, zal ze wellicht een van de Nornen of
schikgodinnen zijn geweest, die het lot der menschen
sponnen. Wellicht werd ze in dien tijd wel Urth genoemd.
Dat deze godin hier thuis behoorde, blijkt uit een Geldersch
Charter van 855, waarin sprake is van Urthensula (zuil van
Urth) (in) een bosch op de Veluwe. Vroeger een heilig
woud. Zou dat woud wellicht hier geweest zijn? En zou die
zuil gestaan hebben ongeveer ter plaatse waar de
jufferboom stond? Wie zal het met zekerheid kunnen
zeggen?
Of stond hier vroeger de wereldesch aan welks voet de
Nornen de draden van het lot sponnen?
Rondom Soeren op de heuvelen liggen tal van grafterpen.
Bij de plaats waar de Jufferboom stond, in 't Vanenbosch,
op den berg aan welks voet het springdel ligt met zijn
vroeger wellicht heilige bron en op vele andere plaatsen,
worden ze aangetroffen. Daar rust nog de asch van Kelten
en Saksen. Trotsch en koninklijk liggen die grafheuvels
daar boven op de toppen. Geslachten van eeuwenoude
eiken groeiden er rondom op en vielen er neer, en de
stormen van meer dan duizend jaren gingen er overheen;
want op de Vale Ouwe vieren de stormen hoogtij : als de
oude Dondergod er heerschappij voert, als woeste
regenluchten zich lange rafels scheuren aan de opstekende
woudkammen, als de wind er giert en huilt of alle weer
wolven tegelijk zijn losgelaten, en in den
stormnacht Wodan zelf in wilde jacht door de wouden gaat,
zijn beide zwarte raven vooruit vliegen, zijn honden het
foreest doen daveren van geblaf en de gansche stoet van
Oude, nu miskende en verjaagde goden hem volgt.
Dan is de grootsche Oude weer de geweldige
ontzagwekkende Vale Ouwe van voorheen, ontembaar en
ruig als de ever.
Onderwerp
SINSAG 0302 - Weisse Frau spinnt im Baum (am Hügel)
  
Beschrijving
Aan de voet van een heuvel aan de weg tussen Apeldoorn en Hoog Soeren staat een oude beuk, de Jufferboom of Spinboom. Al heel vroeg wordt er melding gemaakt van de Witte Juffer van Soeren. Wellicht werd zij destijds gezien als Norn of schikgodin.
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Soeren   
Hoog Soeren   
Vale Ouwe   
Pomphul   
Wodan   
Odin   
Springdel   
De Steeg   
Echoput   
Dassenberg   
Straatman   
Eik en Dal   
Eikendal   
Kruisjesdal   
Jufferboom   
Spinboom   
Germaans   
Greevenholt   
Heidensgat   
Witte Juffer   
Kelten   
Nornen   
Urth   
Urdh   
Wyrd   
Urthensula   
Wereldes   
Yggdrasil   
Naam Locatie in Tekst
Apeldoorn   
Veluwe   
Assel   
Hessenweg   
Hamburg   
Amsterdam   
Millingen   
Amersfoort   
Kelt   
Saks   
Saksen   
Vanenbos   
Vanenbosch   
