Hoofdtekst
SS: Nou dit is eh van Jan van Scorel. Men zegt ook weleens Scor-è-l, maar het is Scorel. Zijn pa was pastoor in Schoorl, in Noord-Holland. […] En uhm dit schilderij is in opdracht van eh René van Châlon gemaakt, en René van Châlon is de man met dat ringbaardje die hier naar zijn pa kijkt met die gele kraag, dat is Hendrik III. [verteller wijst de figuren aan op het schilderij].
RK: Die met die gele kraag is Hendrik III.
SS: Dat is Hendrik III.
RK: En die man met dat rooie, roze…
SS: Ja, want die heeft dezelfde kleur als z’n moeder. Kijk, want z’n moeder was Claudia de Châlon en die staat daar op de, links helemaal, de een na linkse. Nou dat was keizerin, dan zeg ik dus de namen van de echte mensen, want je hebt dus weer het verhaal, dit is eigenlijk een familieportret, maar tevens een religieus bedoeld schilderij. Het verhaal wilde dat in het jaar 324 keizerin Helena die wilde weleens w.., die wilde zich tot het christendom bekeren. Maar het probleem was, zei wilde dus wel weten of die kruizen er echt waren, waar Christus aan zou hebben gehangen. En ze gaf opdracht in de Jeruzalem, op de Calvarieberg om te gaan graven. Nou, dat gebeurde. Je ziet dat heel duidelijk hier [verteller wijst naar het schilderij] er wordt ijverig gewerkt. Wat overigens opvalt dat is dat dat hele edele gezelschap geen enkele belangstelling toont voor het opgraven van het Heilig Kruis, maar alleen maar belangstelling heeft voor zichzelf en voor elkaar. Dat is heel frappant. Maar goed, dat kruis, d’r worden drie kruizen gevonden, toen was er het volgende probleem; welk is nou het ware kruis. Nou, dan ga ik even naar de zijpanelen, eh dat is een kopietje, want die echte die zit in Groningen want ze zijn aan ’t restaureren, want waarschijnlijk is dat een heel ander schilderij geweest oorspronkelijk, dan wat we hier zien. Maar goed, d’r kwam toevallig een lijkstoet voorbij en men haalde de dode uit de lijkstoet en legde hem op ’t eerste kruis en ’t resultaat was nul, hij bleef dood. Bij het tweede kruis ook, en warempel bij het derde kruis, u ziet ’t hij krabbelt hier overeind, die dode.
TS: Ja, weer een wonder.
SS: Nou, dat was dus duidelijk, dat was ’t ware Kruis. Dat was heel prettig om te weten natuurlijk, dus zij bekeert zich dan uiteraard tot het christendom. Intussen had zoonlief het vreselijk aan de stok in uhm Rome, met zijn tegenstander, z’n rivaal, ben ik even de naam kwijt, Maxentius geloof ik dat het was. En eh dat waren dus twee keizers, twee kapiteins op één schip, ja dat ging niet. Dus die hadden ontzettende ruzie met mekaar. Die vochten ze uit bij de nog steeds bestaande Ponte Milvio, dat is die brug die we daar zien. Maar de dag dr voren had eh Constantijn een droom gehad, een visioen, en hij gaf de volgende dag aan zijn militairen opdracht allemaal een kruis op hun tuniek te plakken, te borduren of wat dan ook, en hij zei daarbij de merkwaardige woorden: “In Hoc Signo Vinces”, oftewel: “In dit teken zult gij overwinnen”. Nou hij overwon, hij werd keizer. En eh die andere pias die vertrok. En dat is ’t verhaal van, althans zoals wij dat vertellen, maar zo is dat ook wel ooit genoteerd, van ‘De Kruisvinding’.
Beschrijving
Bron
Commentaar
SS = S. Stroeken, RK = Ruben Koman, TS = Tonnie Slootweg (toehoorder bij het interview).
Naam Overig in Tekst
Jan van Scorel   
René van Châlon   
Claudia de Châlon   
Hendrik   
Helena   
Christus   
Heilig Kruis   
Constantijn   
Maxentius   
Pont de Milvio   
Naam Locatie in Tekst
Schoorl   
Noord-Holland   
Jeruzalem   
Groningen   
Rome   
