Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

SINBRABSAG233 - De Zoete Lieve Vrouw van 's-Hertogenbosch

Een legende (boek), 1933

Hoofdtekst

No. 223. [sic] In één der hoeken van de Sint Jan, te 's-Hertogenbosch, tegenover het koor, is de L. V. kapel. Daar troont op een houten voetstuk een schoon Mariabeeld. Het is meer dan een meterhoog, en geheel uit eikenhout gesneden, een zeldzaam kunstwerk uit het laatst der dertiende eeuw. Tusschen het groen en rood van boven- en onderkleed glanzen gouden adelaartjes en zonnetje in het licht der kaarsen. Altijd branden die kaarsen daar. Iederen dag bidden tientallen menschen er hun rozenkrans. Maar het zoet-glimlachende beeld, dat daar nu zoo rustig staat, heeft zeer vreemde lotgevallen gehad...

't Was in het jaar 1380. Een werkman vond het beeld in een der bouwloodsen; waar het toen al tientallen jaren, bestoft en beschadigd, lag. Hij wilde het in stukken kappen, maar de bouwmeester, die juist binnen kwam, verbood het hem,

....het en soude
Nyet geschiede, want het waer
Ghebeelt nae Marien, die maget claer.

Maar in de kerk wilde men het niet hebben. het zwierf van de eene hoek naar de andere. En waren zooveel beelden, die een plaatsje vroegen, en de kerk van toen, de tweede Sint Jan, was niet zoo ruim als de tegenwoordige.

Broeder Woutken, een vroom man, vroeg den koster verlof, het beeld mee naar huis te mogen nemen. Dat werd toegestaan. Samen gingen ze naar de kerk. Woutken pakte het beeld vast... hij tilde, tilde... Wat was dat? Het Lieve Vrouwke bleef onbewegelijk. 't Was plotseling duizend maal zoo zwaar geworden.
Dit wonder, dat bij andere beelden (te Schiedam, te Delft) de heele stad in beweging bracht, ging hier onopgemerkt voorbij.

Maar denzelfden dag nog ging broeder Woutken naar dan schilder van Vlijmen en vroeg of hij het wilde bijschilderen. De kunstenaar weigerde, doch zijn zoon bestreek de wangen lachend met wat gele verf.
't Was bij lange niet mooi, en Woutken maakte van twee stukken lijnwaad een mantel voor O.L. Vrouw en zette het beeld op het altaar van den H. Martinus.

Velen, die het beeld zagen, schaterden het uit. Een vrouw spotte; met een doffe slag viel ze op den grond "haer was wee te moede".
Maria vertoonde zich aan een andere spotster en beval haar beeld te laten "ververven".

....Ende ommer zoe bevel ick dy
Dat ghy ververve daer my
Ghy sult uwen nooit verwinnen
En dat ewighe leven winnen....

Niet lang daarna bracht een jonkvrouw, Oda, een groote som bijeen - twee petersgulden - en liet door een kunstenaar het beeld rijk en schoon beschilderen.

Nog geen jaar later brak er in de kapel een hevige brand uit. Geen redding scheen mogelijk voor het beeld, zoo fel laaiden de vlammen op.
Maar Maria redde zelf haar beeld - de rosse vuurgloed wijkt voor een hemelsche glans. Moedig loopt nu een vrouw naar voren en brengt 't beeld, hoewel met verschroeide mantel, in veiligheid.

Elk jaar trok de processie van de Zoete Moeder door de straten van den Bosch. Dit was ingesteld, sinds de pest de stad teisterde. Toen werd het beeld negen dagen achtereen in plechtige ommegang rondgedragen, daarop verdween de ziekte.

Eens, dat de processie weer plaats zou hebben, was het zoo'n noodweer, dat de koordeken besloot de ommegang uit te stellen. Het beeld bleef in de kapel. Den volgenden morgen echter vond men het terug, tot aan de gordel beslijkt. Maria had 's nachts alleen de tocht volbracht. Sindsdien kon weer noch wind de processie beletten.

Na de verovering van 's-Hertogenbosch door Frederik Hendrik bracht men het beeld naar Brussel, vanwaar het eerst in 1853 naar de stad terugkeerde. In het cholerajaar 1866 werd ook de ommegang weer hersteld.

Onderwerp

SINLEG 0133 - Das Bild kann nicht an einem anderen Ort gesetzt werden; es ist nicht aufzuheben.    SINLEG 0133 - Das Bild kann nicht an einem anderen Ort gesetzt werden; es ist nicht aufzuheben.   

Beschrijving

In de Sint Jan te Den Bosch staat een houten Mariabeeld. In 1380 vond men het in een bouwloods, en een werkman wilde het in stukken kappen. De bouwmeester verbood dit, omdat het Maria was, en ze probeerden een plek in de kerk te vinden. Een broeder wilde het beeld mee naar huis nemen, maar het was onbewegelijk geworden. Het beeld werd beschilderd door een jongen en kreeg een mantel. Men vond het er belachelijk uitzien, maar spotters werden bestraft door Maria, en ze gebood de mensen om haar bij te laten verven.

Later brak er brand uit, maar Maria beschermde haar beeld, dat ongeschonden het vuur doorstond.

Eens zou het beeld met de processie meegedragen worden, maar deze werd uitgesteld vanwege het weer. De volgende ochtend vond men het beeld, dat geheel besmeurd was; Maria had zelf de ommegang volbracht.

Het beeld is lange tijd in Brussel gebleven, maar keerde in 1853 terug.

Bron

Noord-Brabantsch Sagenboek/ J. R. W. Sinninghe. - Zutphen: W.J. Thieme & Cie. - [1933], p. 185-87.

Commentaar

[1933]
Valt onder hoofdstuk en titel(s): III. Legenden of Christelijke Sagen; 2. Maria Legenden; A. Miraculeuze Beelden.

Bron:
Kronenburg, Maria's Heerlijkheid VI, 236 vlg. Lit. aldaar.

Ter verg.: Mariabeeld kan niet verplaatst worden. O. L. Vrouw ter Koorts te Leuven. O. L. Vrouw van Troost te Vilvoorde. O. L. Vrouw van 't Staatsken te Antwerpen. O. L. Vrouw van Sutendael. O. L. Vrouw van Schiedam. O. L. Vrouw ter Noot Gods te Delft.
Das bild kann nicht an einem anderen Ort gesetzt werden; es ist nicht aufzuheben. & SINLEG 0171 Das Bild bleibt im Feuer unverletzt.

Naam Overig in Tekst

Sint Jan    Sint Jan   

Maria    Maria   

Woutken    Woutken   

Martinus    Martinus   

Sint Martinus    Sint Martinus   

Frederik Hendrik    Frederik Hendrik   

Naam Locatie in Tekst

Den Bosch    Den Bosch   

's-Hertogenbosch    's-Hertogenbosch   

Schiedam    Schiedam   

Delft    Delft   

Vlijmen    Vlijmen   

Oda    Oda   

Brussel    Brussel   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20