Hoofdtekst
Daarom besloot zij een bedevaart te doen naar het graf van den heilige. Zij ging met haar geleide op reis, totdat zij de kerk van St. Lambertus zagen, toen liet zij zich uit den wagen tillen, deed een innig gebed en vanaf dat uur was zij ziende.
Zij dankte O. L. Heer en Sint Lambertus en liet op de plaats, waar zij het gezicht kreeg, een kapel bouwen.
Later toen haar vader, de koning van Schotland, haar wilde uithuwelijken, verliet zij heimelijk het land en deed een pelgrimsreis naar Rome.
"Daernae reysde sy in Peellant, ende woende te Venrade, op die stede daer nu onse *) nyen peertstal, voor des heeren huys is, met een dienre en twee ioncfrouwen, in den tyden dat Sinten Hubertus gestorven is."
Maar daar die van Wijckrade haar lastig vielen, verliet zij deze plaats weer.
Zij vertrok naar Merselo en toen zij kwam op den berg bij den windmolen, keek zij nog eens treurig om naar het dorp Venrade, waar zij zoo geerne was gebleven. Dan knielde zij neer en bad God, dat Venrade nimmer verwoest of verbrand mocht worden, en dat de pest er nooit mochten woeden.
Die berg heet nog de omziende berg, en daar staat een houten beeldje, gesneden ter herinnering aan Sint Oda's gebed.
"Dit heb ic eendeels gelesen ende eendeels van gueden alden luyden gehoert." 1)
De Heilige trok nu naar Boshoven, bij Weert.
Haar vader, die haar tot nu toe vruchteloos had gezocht, kwam eindelijk ook in Weert aan en nam zijn intrek in het hoekhuis links, wanneer men van de Markt de Molenstraat inslaat.
Toen hij een geldstuk liet wisselen, merkten de bewoners op, dat zij eenige dagen te voren van een vrouw een soortgelijke munt hadden ontvangen.
De koning begreep dat dit zijn dochter moest zijn en hij deed onderzoek waar de vrouw zich bevond en kwam zo in Boshoven.
Maar het Weerterbosch was zo dicht en uitgestrekt, het stond tot in Maarheze, ver in Brabant, en hij zou zijn dochter wel nooit gevonden hebben, als zich niet een menigte eksters had verzameld in de kruinen van de boomen, waaronder Sint Oda verblijf hield. Door hun gesnap verrieden ze de aanwezigheid van de heilige.
Daarom wordt Sint Oda altijd met een ekster in de hand afgebeeld, en houden zich geen eksters meer op in het Weerterbosch of nestelen er.
Toen haar vader was vertrokken, vestigde Oda zich te Rode in Brabant dat later naar haar Sint-Oedenrode genoemd is. Zij bouwde een kasteel op den Sint-Odenberg in het gehucht Kessel en daar is ze ook gestorven op den zeven en twintigsten November 762. Zij werd, meent men, in dien berg begraven; eenigen houden echter vol dat ze begraven ligt in de heuvel achter de dorpskerk.
Onderwerp
SINLEG 0443 - Tiere (Elstern) von einem bestimmten Ort verbannt. Sie verrieten die Anwesenheit des Heiligen.   
Beschrijving
Later werd zij door haar vader uitgehuwelijkt, maar zij vluchtte. Ze reisde door Venray, maar werd daar weggejaagd. Bij Merselo zag ze op een berg om naar Venray en bad daar voor de heil van dat dorp. Die berg heet nu de omziende berg.
Hierna trok zij naar Boshoven, bij Weert. Daar kwam haar vader haar op het spoor. Oda was in het bos, maar haar vader kon haar vinden omdat er altijd eksters in de bomen zaten, waar zij onder was. Daarom wordt Oda altijd met een ekster afgebeeld, en nestelen zij niet meer in het Weerterbos.
Tenslotte vestigde ze zich in Rode, dat later Sint-Oedenrode werd. In het gehucht Kessel bouwde ze een kasteel.
Bron
Commentaar
*) n.l. van het klooster Jeruzalem.
Bronnen: Welters, Limb. Legenden, I, 86-87. (ms. van het klooster Jeruzalem te Venraay); II, 85-86. Volksmond.
Naam Overig in Tekst
Sint Oda   
Lambertus   
Sint Lambertus   
Peellant   
Venrade   
Venraay   
Sint Hubertus   
Wijckrade   
Sint-Odenberg   
Naam Locatie in Tekst
Oda   
Schotland   
Rome   
Peelland   
Venray   
Hubertus   
Boshoven   
Weert   
Molenstraat   
Weerterbosch   
Weerterbos   
Maarheze   
Brabant   
Rode   
Sint-Oedenrode   
Kessel   
