Hoofdtekst
Heulen.
't Was vroeger de gewoonte van de boerenjongens en -meisjes uit den omtrek om Zondags, paar aan paar in sjeezen gezeten, door Utrecht te rijden, zoo dat ze geen enkele brug oversloegen. En bij elke brug riepen de jongens "heul, heul" en gaven de meisjes een zoen. De regeering der Stichtelijke stad vond deze gewoonte te onstichtelijk en verbood het heulen voor nu en altijd.
't Was vroeger de gewoonte van de boerenjongens en -meisjes uit den omtrek om Zondags, paar aan paar in sjeezen gezeten, door Utrecht te rijden, zoo dat ze geen enkele brug oversloegen. En bij elke brug riepen de jongens "heul, heul" en gaven de meisjes een zoen. De regeering der Stichtelijke stad vond deze gewoonte te onstichtelijk en verbood het heulen voor nu en altijd.
Beschrijving
Vroeger reden jongeren door de stad waarbij ze "heul, heul" riepen en elkaar een zoen gaven. Dit werd verboden.
Bron
Utrechtsch Sagenboek/ J. R. W. Sinninghe. - Zutphen: W.J. Thieme & Cie (1938), p.39
Commentaar
1938
Valt onder hoofdstuk en titel(s): 4. Oude Gebruiken. Bronnen: Navorscher 1910, blz.164; Heemskerk's Arcadia, blz.128. Tuinman, Ned. Spreekwoorden, I, blz.58. Wolf, Nied. Sagen, no.530.
Naam Overig in Tekst
Stichtelijke stad   
Naam Locatie in Tekst
Utrecht   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
