Hoofdtekst
Robbert Robbertse, een groote spreeuw, die al de werelt broeder noemde, quam in de Arminiaensche tijden langs straet wandelen. De proponenten, hem siende aenkomen, namen voor hem wat te scheeren. R. 'Goedendag, broeder.' R. 'Goedendagh, broeders.' R. 'Wij hebben hier een groote questie, wil gij ons daer uyt helpen?' R. 'Ja, broeders, als ik kan.' R. 'Wij disputeeren hier wie d'autheur van de sonden is.' R. 'Jawel, broeders, dat is een seer swaere questie. God vroeg Adam in 't paradijs daer selfs nae, seggende: "Waerom hebt gij gegeten etc.?" Adam leyde het terstont op Eva, Eva leyde het op de slang. Het slangetje, dat doe nog jong en dom was, dorst niet spreecken, maer moest bij provisie de straf draegen. Maer naderhant out, onbeschaemt ende stout van beck zijnde geworden, soo is het koomen sitten in het synode van Dort en heeft rontuyt geseyt: "God, gij sijt selfs d'autheur van de sonden."'
Beschrijving
Robbert Robbertse bespot het Arminianisme door te stellen dat Adam zijn zonden op Eva afschoof, Eva haar zonden op de slang, en dat de slang vele jaren later oud en brutaal geworden in de Synode van Dordrecht is komen te zitten en daar heeft geroepen: 'God is de auteur van alle zonden'.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
derde kwart 17e eeuw
Naam Overig in Tekst
Robbert Robbertse   
Jacobus Arminius   
Arminianisme   
Synode van Dordrecht   
Adam   
Eva   
God   
Bijbel   
Genesis   
Naam Locatie in Tekst
Dordt   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
