Hoofdtekst
Op den vooravond van Kerstmis 1456 werden twee visschers, Peter Jacobsz en Hein Gerritsz op zee overvallen door een Engelsch vaartuig, dat hem meenam naar "Zantwyck" (Sandwich), waar zij in een duistere kerker opgesloten werden. Drie ijzeren banden, om den hals, om het middel en om de voeten, maakten schier elke beweging onmogelijk. Zoo leefden zij vier maanden in dat hol; de winter ging, de lente kwam en zij dachten aan hun geboortestreek, die zij nooit meer zouden terugzien. Daar herinnert zich een van hen "Onse soete Vrouwe van mirakel 't Amersfoort", en zij beloven: zoo zij bevrijd worden, zullen zij een bedevaart naar Amersfoort ondernemen nog voor zij hun gezin hebben weergezien. Nauwelijks hebben zij die belofte gedaan, of de sloten hunner kluisters springen los en zij vinden de drie deuren der gevangenis geopend, evenals de stadspoort. Zij gingen vrijuit, zonder dat iemand hen in den weg kwam en het was hun als ging er een licht voor hen uit. Op den zevenden Juni bereikten zij Amersfoort en hingen, als blijvende herinnering aan dit wonder, hun ketenen in de kapel.
Op O.L. Vrouwe Hemelvaartsdag van het jaar 1490 werd een schip, dat uit Zeeland naar Engeland voer, door den storm op de Kreyenbank geslagen. Tevergeefs poogde men het schip vlot te krijgen en weer zee te kiezen; het vaartuig schoof steeds verder op de plaat, de kiel kraakte en schuurde over den grond en allen dachten dat hun laatste uur geslagen had. Toen riep Jan van Essen uit Deventer: "Roept de Lieve Vrouwe van Amersfoort aan, die welck in den water gevonden is, ende grote mirakelen doet int water."
Zij deden het en beloofden een scheepje van zilver te offeren; nauwelijks was die belofte gedaan, of het schip hief zich op, en gleed, tegen den wind in van de bank in zee terug. O.L. Vrouw van Amersfoort werd vooral door zeelieden en visschers als hun beschermster aangeroepen, maar ook anderen kwam zij te hulp.
Een pelgrim, op weg naar de stad, werd in de bosschen door zwervers overvallen en uitgeschud en met diepe wonde in de keel voor dood achter gelaten. Vol vertrouwen bad hij met zijn laatste krachten tot Maria en bracht zijn doek naar de keel. Onmiddellijk hield het bloeden op en hij kon zijn tocht vervolgen. De misdadigers ontkwamen niet aan hun gerechte straf.
Bynae was daer een pelgrim vermoort
Men reept, men creet, men sloot de poort,
Men vengtet twe quade dieven.
Sy werden geset op raden;
Van sonden hadden sy berou
En sy baden Godt om genade,
En sy bedankten onze L. Vrou.
Nog was het beeld geen jaar in de stad, of de vrome zuster Geertruyd Willems werd door Maria in een visioen vermaand, om er voor te ijveren dat de offers voor het wonderbeeld bestemd zouden worden voor den bouw van een Onze Lieve Vrouwetoren. Zoo kwam de toren tot stand, die om haar bijzondere vorm nog steeds "Maria met het Kindeken" wordt genoemd.
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
O.L. Vrouwe Hemelvaart   
Kerstmis   
Peter Jacobsz   
Hein Gerritsz   
Zantwyck   
Kreyenbank   
Jan van Essen   
Geertruyd Willems   
Maria   
Onze Lieve Vrouwetoren   
Maria met het Kindeken   
Naam Locatie in Tekst
Amersfoort   
Sandwich   
Zeeland   
Engeland   
Deventer   
