Hoofdtekst
Toen kwam de vijand. Radboud, de onvreedzame, de koning der Friezen, was opgestaan en met een snel aanwassend leger trok hij naar het Zuiden. Reeds in de velden om Dorestad kwam het tot een treffen met den langs den Rijnweg optrekkenden Pepijn van Herstal. Lang bleef de strijd onbeslist, maar toen de zon bloedrood onder ging, weken de Friezen in kleine troepen terug naar het Noorden. Radboud zelf vluchtte met weinigen edelen over de heuvelen der Vale Ouwe, gelijk een blinde leeuw door wolven besprongen en bij het Bleeke Meer aangekomen, wierp hij met breeden zwaai zijn gouden kroon ver in het rimpelloze water van het aardedonkere meer.
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Dorestad   
Oud-Heusden   
Lambertus   
Radboud   
Friezen   
Pepijn van Herstal   
Vale Ouwe   
Bleeke Meer   
Naam Locatie in Tekst
Willebrord   
Rijn   
Maas   
Tiel   
Driel   
Aalburg   
Buren   
Maastricht   
Rijnweg   
