Hoofdtekst
Maar ook werden zij gestraft die den heilige ongunstig bejegenden. Daarvan verhaalt de legende:
"De heilige prelaat reisde op een keer volgens zijn gewoonte met groote haastigheid om het woord Gods in Friesland te prediken. En omdat het een moeilijke weg was dien hij ging, wilde hij de paarden wat laten rusten in de weide van een rijk man. "Toen de rijke man dit zag, ontwaakte een geest van hoovaardij in hem en hij begon de paarden te slaan en uit de weide te jagen. De heilige sprak hem vriendelijk toe en zeide: "Laat af van ons verdriet te doen, geliefde broeder. Wij zijn op uw landgoed gekomen, niet om u schade te berokkenen, maar uit nood, om op uw weide wat te rusten. Wij arbeiden Gods werk. waarvan gij ook uw loon zult hebben, indien gij ons helpen wilt. Verdraag ons dan met hartelijkheid en gedenk het woord van onzen Heer, die zo mildelijk belooft en zegt: "Wie u ontvangt, ontvangt mij, en wie mij ontvangt, ontvangt ook degene die mij gezonden heeft. Ga in vrede met ons en geleid ons een eindweegs, opdat ge gezegend moogt wederkeeren in uw huis." "Maar de rijke volhardde in zijn boosheid en toorn en wilde de goede woorden van den bisschop niet aannemen, maar hij sprak hem kwalijk toe, met verwijten hem overladend, en zeide: "Gij noodigt mij, met u te drinken en vrede met u te maken, maar weet wel, dat ik met u niet zal drinken." "De heilige man nam het brood uit zijn mond en zeide: "Als gij met mij niet drinken wilt, drink dan in 't geheel niet," en meteen stond hij met zijn gezelschap op en zij trokken verder. "De rijke man spoedde zich met trotsch hart huiswaarts en begon aanstonds van binnen te branden van dorst en eischte, dat men hem te drinken bracht om zijn brandende maag met wijn te verkoelen. Maar de mond, waarmede hij den heilige gelasterd had, kon den drank niet ontvangen. "Toen liet hij de geneesmeesters roepen, dat zij hem zijn dorst zouden afnemen en hem raad geven, om te kunnen drinken. Zijn longen immers, zijn lever, al zijn ingewanden verschroeiden van dorst en krompen ineen van droogte. Er was evenwel niemand, die zijn verdroogde longen eenige lafenis kon toebrengen. Eindelijk werd hij door berouw getroffen en kwam tot zichzelf en beleed, dat hij St. Willebrord had beleedigd, en hij verlangde met groote innigheid, dat hij terug zou komen. "Het volgend jaar, kwam de bisschop weder dienzelfden weg en nauwelijks had de zieke dit vernomen, of hij haastte zich hem tegemoet en beleed zijn schuld en zeide hem wat pijn hij leed en hij bad hem, om de liefde van Christus, dat hij hem van zijn ziekte ontbinden wilde. En de man Gods werd met barmhartigheid over hem bewogen en maakte hem gezond en liet hem uit zijn eigen nap drinken en zegende hem. "Terstond was hij van zijn pijn verlost en nadat hij gedronken had, keerde hij gezond huiswaarts."
"De heilige prelaat reisde op een keer volgens zijn gewoonte met groote haastigheid om het woord Gods in Friesland te prediken. En omdat het een moeilijke weg was dien hij ging, wilde hij de paarden wat laten rusten in de weide van een rijk man. "Toen de rijke man dit zag, ontwaakte een geest van hoovaardij in hem en hij begon de paarden te slaan en uit de weide te jagen. De heilige sprak hem vriendelijk toe en zeide: "Laat af van ons verdriet te doen, geliefde broeder. Wij zijn op uw landgoed gekomen, niet om u schade te berokkenen, maar uit nood, om op uw weide wat te rusten. Wij arbeiden Gods werk. waarvan gij ook uw loon zult hebben, indien gij ons helpen wilt. Verdraag ons dan met hartelijkheid en gedenk het woord van onzen Heer, die zo mildelijk belooft en zegt: "Wie u ontvangt, ontvangt mij, en wie mij ontvangt, ontvangt ook degene die mij gezonden heeft. Ga in vrede met ons en geleid ons een eindweegs, opdat ge gezegend moogt wederkeeren in uw huis." "Maar de rijke volhardde in zijn boosheid en toorn en wilde de goede woorden van den bisschop niet aannemen, maar hij sprak hem kwalijk toe, met verwijten hem overladend, en zeide: "Gij noodigt mij, met u te drinken en vrede met u te maken, maar weet wel, dat ik met u niet zal drinken." "De heilige man nam het brood uit zijn mond en zeide: "Als gij met mij niet drinken wilt, drink dan in 't geheel niet," en meteen stond hij met zijn gezelschap op en zij trokken verder. "De rijke man spoedde zich met trotsch hart huiswaarts en begon aanstonds van binnen te branden van dorst en eischte, dat men hem te drinken bracht om zijn brandende maag met wijn te verkoelen. Maar de mond, waarmede hij den heilige gelasterd had, kon den drank niet ontvangen. "Toen liet hij de geneesmeesters roepen, dat zij hem zijn dorst zouden afnemen en hem raad geven, om te kunnen drinken. Zijn longen immers, zijn lever, al zijn ingewanden verschroeiden van dorst en krompen ineen van droogte. Er was evenwel niemand, die zijn verdroogde longen eenige lafenis kon toebrengen. Eindelijk werd hij door berouw getroffen en kwam tot zichzelf en beleed, dat hij St. Willebrord had beleedigd, en hij verlangde met groote innigheid, dat hij terug zou komen. "Het volgend jaar, kwam de bisschop weder dienzelfden weg en nauwelijks had de zieke dit vernomen, of hij haastte zich hem tegemoet en beleed zijn schuld en zeide hem wat pijn hij leed en hij bad hem, om de liefde van Christus, dat hij hem van zijn ziekte ontbinden wilde. En de man Gods werd met barmhartigheid over hem bewogen en maakte hem gezond en liet hem uit zijn eigen nap drinken en zegende hem. "Terstond was hij van zijn pijn verlost en nadat hij gedronken had, keerde hij gezond huiswaarts."
Beschrijving
Willebrord stopt op het landgoed van een rijke man om te rusten. Deze wordt echter boos en weigert met Willebrord te drinken. Willebrord vertrekt en laat de man achter met een brandende dorst die niet te lessen is. Wanneer Willebrord het jaar daarna de man weer tegenkomt toont deze berouw en hij wordt genezen.
Bron
Utrechtsch Sagenboek/ J. R. W. Sinninghe. - Zutphen: W.J. Thieme & Cie (1938), p. 81-83
Commentaar
1938
Valt onder hoofdstuk en titel(s): Legenden. 2. Heiligenlegenden. a. Utrechts Bisschoppen.
Bronnen: Behalve de geijkte Willebrordus literatuur: Alcuinus' leven van den heilige in proza; abt Thiofridus levensfragmenten en het standaardwerk van Kronenburg, werden vele sagenboeken uit Nederland en Luxemburg voor deze legendencyclus benut. (N.Gredt, Sagenschatz der Luxemburger Landes, Luxemburg 1885, S. 20, 27, 451, 501. Ed. de la Fontaine, Luxemburger Sagen und Legenden, Luxemburg 1882, s. 104, 149-150, 154. Sinninghe, Overijsselsch Sagenboek, 142-143, 223-224. Id., Limburgsch S., blz. 171-172, e.a.).
Bronnen: Behalve de geijkte Willebrordus literatuur: Alcuinus' leven van den heilige in proza; abt Thiofridus levensfragmenten en het standaardwerk van Kronenburg, werden vele sagenboeken uit Nederland en Luxemburg voor deze legendencyclus benut. (N.Gredt, Sagenschatz der Luxemburger Landes, Luxemburg 1885, S. 20, 27, 451, 501. Ed. de la Fontaine, Luxemburger Sagen und Legenden, Luxemburg 1882, s. 104, 149-150, 154. Sinninghe, Overijsselsch Sagenboek, 142-143, 223-224. Id., Limburgsch S., blz. 171-172, e.a.).
Naam Overig in Tekst
God   
Heer   
Christus   
St. Willebrord   
Naam Locatie in Tekst
Friesland   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
