Hoofdtekst
Willebrord kende geen vrees: hij had vanuit Utrecht zijn bisdom kunnen besturen en zijn leerlingen kunnen uitsturen om de bewoners der omliggende dorpen te bekeeren; inplaats daarvan waagde hij zich in die gebieden waar het heidendom het machtigst was. Toen hij te Westkappel het beeld van dien god van zijn voetstuk had geslagen, trok de wachter zijn zwaard en hieuw naar den heilige, maar het zwaard brak in twee stukken op Willebrord's schouderriem. Op het gezicht van dit wonder werd de wachter door waanzin geslagen. Drie dagen lang doolde hij, als door den duivel bezeten, over het eiland, roepend en tierend, terwijl het schuim hem wit op den mond stond....
Ook te Zoutelande brak Willebrord het afgodsbeeld dat hoog op den vluchtheuvel stond. Maar hij deed meer....want wijl er in den omtrek geen zoet water gevonden werd, stootte hij met zijn staf op den grond zoodat een bron ontstond, die nog altijd voortborrelt in de diepte van het Willebrordusputje, dat aan den voet der duinen ligt.
Die van Vlissingen danken hem hun wapen, waarin drie flesschen prijken. 't Zijn de drie ledige kruikjes, die Willebrord op het eiland achterliet en die de bewoners der schorren opraapten en bewaarden. Daarom is ook hun gehucht snel aangewassen tot een sterke koopstad. Anderen, op dien voorspoed jaloersch, hebben later wel beweerd dat de ruwe visschers, verzot op den zoeten miswijn, dien Sint Willebrord bij zich had, in het geheim drie flesschen stalen en uitdronken, waarom hen de bisschop berispte en flesschendieven noemde, maar dit is een fabel, die wij niet mogen gelooven.
Nog verhaalt men dat de heilige langs den oever der onstuimige zee gaande en hoorende hoe de bewoners, als de storm uit het Noord-Westen opstak, met hun vee vluchten moesten naar de vliedheuvels, die alom uit het lage land oprezen, door groote deernis bevangen werd. En in den naam van die over de wateren ging, trok hij toen met zijn staf een streep langs de kust om aldus aan de zee haar grenzen te stellen. Een onder zijn voetstappen verrezen de duinen, die nog immer het eiland beschermen.
Ook te Zoutelande brak Willebrord het afgodsbeeld dat hoog op den vluchtheuvel stond. Maar hij deed meer....want wijl er in den omtrek geen zoet water gevonden werd, stootte hij met zijn staf op den grond zoodat een bron ontstond, die nog altijd voortborrelt in de diepte van het Willebrordusputje, dat aan den voet der duinen ligt.
Die van Vlissingen danken hem hun wapen, waarin drie flesschen prijken. 't Zijn de drie ledige kruikjes, die Willebrord op het eiland achterliet en die de bewoners der schorren opraapten en bewaarden. Daarom is ook hun gehucht snel aangewassen tot een sterke koopstad. Anderen, op dien voorspoed jaloersch, hebben later wel beweerd dat de ruwe visschers, verzot op den zoeten miswijn, dien Sint Willebrord bij zich had, in het geheim drie flesschen stalen en uitdronken, waarom hen de bisschop berispte en flesschendieven noemde, maar dit is een fabel, die wij niet mogen gelooven.
Nog verhaalt men dat de heilige langs den oever der onstuimige zee gaande en hoorende hoe de bewoners, als de storm uit het Noord-Westen opstak, met hun vee vluchten moesten naar de vliedheuvels, die alom uit het lage land oprezen, door groote deernis bevangen werd. En in den naam van die over de wateren ging, trok hij toen met zijn staf een streep langs de kust om aldus aan de zee haar grenzen te stellen. Een onder zijn voetstappen verrezen de duinen, die nog immer het eiland beschermen.
Beschrijving
Willebrord zou op meerdere plaatsen wonderen hebben verricht.
Bron
Utrechtsch Sagenboek/ J. R. W. Sinninghe. - Zutphen: W.J. Thieme & Cie (1938), p. 91-92
Commentaar
1938
Valt onder hoofdstuk en titel(s): Legenden. 2. Heiligenlegenden. a. Utrechts Bisschoppen.
Bronnen: Behalve de geijkte Willebrordus literatuur: Alcuinus' leven van den heilige in proza; abt Thiofridus levensfragmenten en het standaardwerk van Kronenburg, werden vele sagenboeken uit Nederland en Luxemburg voor deze legendencyclus benut. (N.Gredt, Sagenschatz der Luxemburger Landes, Luxemburg 1885, S. 20, 27, 451, 501. Ed. de la Fontaine, Luxemburger Sagen und Legenden, Luxemburg 1882, s. 104, 149-150, 154. Sinninghe, Overijsselsch Sagenboek, 142-143, 223-224. Id., Limburgsch S., blz. 171-172, e.a.).
Bronnen: Behalve de geijkte Willebrordus literatuur: Alcuinus' leven van den heilige in proza; abt Thiofridus levensfragmenten en het standaardwerk van Kronenburg, werden vele sagenboeken uit Nederland en Luxemburg voor deze legendencyclus benut. (N.Gredt, Sagenschatz der Luxemburger Landes, Luxemburg 1885, S. 20, 27, 451, 501. Ed. de la Fontaine, Luxemburger Sagen und Legenden, Luxemburg 1882, s. 104, 149-150, 154. Sinninghe, Overijsselsch Sagenboek, 142-143, 223-224. Id., Limburgsch S., blz. 171-172, e.a.).
Naam Overig in Tekst
Westkappel   
Willebrordusputje   
Jezus   
Naam Locatie in Tekst
Willebrord   
Utrecht   
Zoutelande   
Vlissingen   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
