Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

SINUTSAG096 - St. Willebrord.

Een legende (boek), 1938

Hoofdtekst

Ook Radboud verlangde wederom christen te worden. Maar Wulfram geloofde de oprechtheid van zijn woorden niet al te zeer en schreef een brief aan den heiligen Willebrord om hem te vragen wat hij hem raden zou. Toen hij den brief gelezen had schreef Willebrord: "Ik zelve zal komen, maar waarschuw Radboud dat zijn dagen geteld zijn en de duivel hem poogt te verstrikken." Die brief las Wulfram aan Radboud voor. De koning lachte echter. "Dezen nacht," zeide hij, "had ik een droom. En in dien droom verscheen mij een schitterende gedaante in een gouden gewaad. Hij droeg een kroon van rood goud, bespikkeld met evenveel edelsteenen als de hemel sterren telt. "En de gedaante, die een god was, sprak tot mij: Koning Radboud, held der helden, wie heeft je bedrogen? Waarom wil je scheiden van het geloof van je vaderen, van den dienst der goden? Waarom wil je den gekruisigden god der Franken volgen? Verlaat het geloof niet, dat je van je voorouders hebt ontvangen en dat in jouw handen is gelegd om het aan je kinderen over te dragen. "Dan zal je in het gouden paleis, dat voor jou is gebouwd, ontvangen worden. Ontbied morgen den bisschop Wulfram en vraag hem toch je de paleizen te toonen, die woningen der Eeuwige Waarheid, met hallen van goud en wanden van jaspis, met ivoren poorten en zilveren klinken op de deuren, die hij je beloofd heeft?! "Als hij jou deze niet toonen kan, zendt dan gezanten uit om het paleis te aanschouwen dat ik je schenken zal." En na deze woorden kwam er een nevel op, zoo wit en zoo dicht als koning Radboud nog nimmer had gezien boven de weilanden en meren rond Medemblik en de gedaante verdween in dien mist....
Wulfram de bisschop antwoordde hem ernstig: "Radboud, geloof zijn woorden niet. Het is de duivel uit de helle die zich in deze gedaante aan u heeft vertoond en die u voor eeuwig in het ongeluk wil storten." Radboud, de koning, echter lachte bij het hooren dezer woorden, en hij riep uit: "Zeker, ik zal christen worden, als mijn god mij het paleis niet laat zien."
De bisschop zweeg daarop en zond een zijner diakenen met een vrijen Fries, den bode van den koning, uit om het paleis te zoeken. Buiten Medemblik gekomen, zagen zij iemand langs den weg staan, die tot hen sprak: "Spoed u, spoed u toch, want ik wil u het heerlijke paleis van goud en edelsteenen tonen, het Walhalla dat den koning Radboud is bereid." Zij volgden hun leidsman langs een lang en onbekend pad tot zij eindelijk aan een breeden heirweg kwamen, die geheel met marmer was geplaveid. Aan het einde van de heirbaan rees het paleis op met zijn trotsche torens en kartelige kanteelen, zijn puntige pinnakels en gedurfde arabesken, het paleis van goud en edelgesteente. Zij traden er binnen en daar aanschouwden zij in de marmergladde zaal den hoogen koningstroon van nooit geziene pracht, die voor heer Radboud was bestemd. Met een enkel gebaar van zijn rechterhand wees de leidsman hen dit alles. "Ziet hier de woning, die voor koning Radboud is bestemd!" Maar de diaken, die door bisschop Wulfram was gezonden, richtte zich toen hoog op, een magere, zwarte gedaante, en met felle stem schreeuwde hij het uit: "Zoo dit een werk is van God dat het blijve in alle eeuwigheid, zoo dit een werk is van den duivel dat het verga!"
En hij maakte het teeken des Kruises. Op dat oogenblik veranderde hun gids in een helschen duivel, afzichtelijk om aan te zien, en voor hun oogen zonk het trotsche paleis weg in een ondoorgrondelijk-donkeren, peilloos-diepen veenplas. Zij beiden waren verdoold. Ver weg, ergens in de gevaarlijke moerassen, waren zij, midden in het riet en de hooge biezen. Het kostte hen drie dagen eer zij, steeds de zwarte meertjes en de gevaarlijke plaatsen ontwijkend, over pollen en horsten, weer den beganen grond bereiken konden, en toen zij eindelijk in Medemblik aankwamen, hoorden zij, dat Radboud reeds gestorven was.

Beschrijving

Radboud heeft een droom over een gouden paleis, waarna een diaken en een vrije Fries op onderzoek uit gaan. Het gouden paleis lijkt te bestaan, maar na het slaan van een kruis blijkt het een duivelse zinsbegoocheling te zijn.

Bron

Utrechtsch Sagenboek/ J. R. W. Sinninghe. - Zutphen: W.J. Thieme & Cie (1938), p. 100-102

Commentaar

1938
Valt onder hoofdstuk en titel(s): Legenden. 2. Heiligenlegenden. a. Utrechts Bisschoppen.
Bronnen: Behalve de geijkte Willebrordus literatuur: Alcuinus' leven van den heilige in proza; abt Thiofridus levensfragmenten en het standaardwerk van Kronenburg, werden vele sagenboeken uit Nederland en Luxemburg voor deze legendencyclus benut. (N.Gredt, Sagenschatz der Luxemburger Landes, Luxemburg 1885, S. 20, 27, 451, 501. Ed. de la Fontaine, Luxemburger Sagen und Legenden, Luxemburg 1882, s. 104, 149-150, 154. Sinninghe, Overijsselsch Sagenboek, 142-143, 223-224. Id., Limburgsch S., blz. 171-172, e.a.).

Naam Overig in Tekst

Radboud    Radboud   

Wulfram    Wulfram   

woningen der Eeuwige Waarheid    woningen der Eeuwige Waarheid   

God    God   

Redbad    Redbad   

Naam Locatie in Tekst

Willebrord    Willebrord   

Franken    Franken   

Medemblik    Medemblik   

Walhalla    Walhalla   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20