Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

RKOMAOV0023

Een sprookje (mondeling), donderdag 03 juli 2008

Hoofdtekst

[36:38]
RK: Zou u dat laatste voorbeeld, Hans en Grietje, eens willen doen hoe hij dat vertelde?
SW: Jaa... goh, hoe is de de... de moderne versie van Hans en Grietje... de de echte versie van Hans en Grietje? Waren kinderen geloof ik van de boswachter, hè? Ja. Kinderen van de boswachter en die eh, die woonden ook in 't bos, en die mochten natuurlijk niet eh niet zo ver van huis lopen, want daar waren ze bang om te verdwalen. Maar eh, ja eh, toch op 'n dag toen eh, wilden ze toch wat verder 't bos in en, ja, dan eh, dacht Hans die dacht 'nah, weet je wat 't is, ik neem wat eh, wat wat sneetjes brood mee en dan leg ik overal kruimeltjes op de vloer, en dan kan ik later de weg wel weer terugvinden enzo.' En toen ging-ie dus met Grietje 't bos in, en overal leggen ze zo 'n stukje brood neer, 'n broodje- *maar* heel dom natuurlijk van Hans, want Hans had helemaal vergeten dat in dat bos ook vogeltjes zijn, en die pikten dat brood weg. En toen ze dan later weer terug wilden, konden ze de weg niet meer vinden. Dus, ja, had Hans nu maar goed naar zijn... naar zijn eh... naar z'n vader geluisterd, hè, dan was dat dus niet gebeurd, maar dat had- heeft-ie niet gedaan, en ja... en toen zaten ze dus in 't bos en dan werd 't langzaam donker, en Grietje begon al te huilden: "Oh, Hans! waar moeten we nou naartoe?" en "We weten de weg niet meer!", en Hans wist 't ook niet, en ze liepen maar en ze liepen maar, en ze verdwaalden steeds verder in 't bos. En 't werd al donkerder, en dan hoorde je ineens krassen van 'n uil in die bomen: "Krrrrrroe!" en 't werd allemaal heel heel heel... heel spannend, en ze werden bang, en- totdat ze ergens in de verte 'n huisje zagen met 'n lichtje branden en denken ze 'hee, daar wonen mensen. Nou, laten we *daar* dan maar naartoe gaan.' Nou ja, daar woonde dus de reus, hè, ook 'n boze man. Die had dan wel 'n lief vrouwtje, en daar klopten ze aan de deur, en 't vrouwtje deed de deur open, zegt van "kom- waar komen jullie toch vandaan, kindertjes? Wat hebben jullie toch gedaan?" -"Ja, ja, we zijn verdwaald, en we zijn van huis gegaan, en ja, we konden de weg niet meer vinden, en we hadden nog wat stukjes brood overal neer gegooid, en..." -"Oh, oh, kindertjes, wat heb je toch gedaan? Dat mag je toch niet doen? En nou zijn je vader en moeder die zijn jullie kwijt, en die zitten thuis, en die huilen misschien wel, en... ja, kom maar gauw binnen... Mijn man dat is de grote reus, dat is 'n grote man, en als die wakker wordt, die eet soms zomaar kinderen op! Dus, hij slaapt nu..." Heel voorzichtig... Nou, en zo voerde hij dan die hele spanning op enzo, en dan gaan ze naar binnen toe, en dan eh, en dan wordt de reus, die eh, die slaapt nog, en eh... dat dat vrouwtje dat zegt op 'n gegeven moment: "Ga nou maar gewoon weg, want als-ie wakker wordt, dan pakt-ie jullie, en hij luistert toch niet naar mij, en eh, hier staan zijn laarzen wel-" en dat waren de Zevenmijlslaarzen, daar kon-ie dus *heel* grote stappen mee doen. Nou, en... eh Hans die-die-die die doet die laarzen dan aan, en die pakt dan Grietje bij bij de hand enzo, en dan maken ze de grote stappen, en dan wordt de reus wel wakker, maar die zijn- is z'n laarzen kwijt, en die kan daar niet zo gauw meer uit de voeten, die eh, hè, die wordt wel boos, en eh, ja- hoe 't dan precies verder gaat, ik weet 't zo een-twee-drie niet meer. Maar, eh, zo maak je 'n spannend verhaal. 't Komt aan 't end allemaal weer goed, dat toch Hans en Grietje weer thuiskomen, en dat ook eh vader en moeder *heel* blij zijn dat ze hun kindertjes weer terug hebben, en dan beloven ze dus ook: "Ja, maar wij zullen dat *nooit* meer doen! En eh, wij zijn wel ban- bang geweest en angstig geweest, en we weten dus ook wel dat 'r boze mensen in de- Nou, verhaal is eigenlijk van, wat je als kinderen al [...?]: ga nooit met vreemde mannen mee, hè? Dat was natuurlijk 'n klein beetje de achterliggende strekking enzo, dat je daar door zo'n verhaal werd gewaarschuwd, kinderverlokkers -verleiders, hè?
[40:40]

Onderwerp

AT 0327A - Hansel and Gretel    AT 0327A - Hansel and Gretel   

ATU 0327A - Hansel and Gretel.    ATU 0327A - Hansel and Gretel.   

Beschrijving

Hans en Grietje waren kinderen van de boswachter. Op een dag gingen ze diep het bos in, ook al mocht dat niet. Hans dacht dat ze de weg wel terug zouden vinden, omdat hij onderweg broodstukjes strooide. De vogels aten echter alles op, en toen verdwaalden de kinderen. Toen het donker was geworden zagen ze ergens licht branden, en klopten ze aan bij dat huis, waar de reus en zijn vrouw woonden. De reus was een gemene man die soms zelfs kinderen opat, maar zijn vrouw was goedaardig. De reus sliep en de vrouw hielp Hans en Grietje ontsnappen voordat de reus wakker zou worden. Hans trok de zevenmijlslaarzen van de reus aan en snelde zo met Grietje naar huis. De reus werd wel wakker, maar kreeg de kinderen niet te pakken. Uiteindelijk kwamen Hans en Grietje veilig thuis.

Bron

Letterlijk afschrift van mp3-opname.

Commentaar

3 juli 2008
Aanwezig bij interview: Ruben A. Koman [RK], Oscar Strik [OS], Sjouke Wynia [SW]. Delen van de sprookjes van Hans en Grietje en Kleinduimpje zijn in de vertelling tot 1 verhaal geworden.
Hansel and Gretel; AT 0327B, The Dwarf and the Giant

Naam Overig in Tekst

Hans    Hans   

Grietje    Grietje   

Zevenmijlslaarzen    Zevenmijlslaarzen   

Naam Locatie in Tekst

Reus    Reus   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21