Hoofdtekst
Doe het synode te Dort gehouden wiert, quam er een geck uyt Zeelant overvaeren, die tot geselschap de duyvel bij hem kreeg. R. 'Ho duyvel, waer gij na toe?' R. 'Na het synode te Dort.' R. 'Wat soudt gij daer doen, daer sitten niet als heylige mannen.' R. 'Ick sou haer gaen bedancken, dat sij mij soo buyten schult stellen ende God tot autheur der sonden hebben gemaeckt. Maer waer gaet gij heenen?' R. 'Na Den Haeg.' R. 'Daer sult gij na alle apparentie magtig welkom wesen. 'k Geloof sij daer anders gecken van doen hebben.' R. 'Al scheer j'er de geck mede, ik treck er evenwel heenen, want 'k sie dat m'er wijse luy de kop afbruyt ende gecken op 't kussen set.'
Beschrijving
Een gek uit Zeeland was op weg naar Den Haag toen hij gezelschap kreeg van de duivel. De duivel was op weg naar de synode in Dordrecht om hier de vrome geleerden te bedanken dat ze God tot de auteur van hun zonden hadden gemaakt en hem daarmee buiten enige schuld stelden. Hij bespotte de gek door te zeggen dat gekken heel nodig en welkom zijn in Den Haag. De gek antwoordde dat hij er sowieso naar toe zou gaan, omdat ze daar wijze lui de kop afnemen, terwijl ze de gekken op het kussen zetten.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
God   
Naam Locatie in Tekst
Den Haag   
Zeeland   
Dordrecht   
Dordt   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
