Hoofdtekst
Evert Benjamins Lickebutter, timmerman tot Dort, was den heer Arend Sonnemans, vroetschap, een pots schuldig. 't Gebeurde dat hij last kreeg van de baljouw Pompeius de Rover om een nieuwe galg te maecken. Hij gaet het hout bij Sonnemans koopen ende kiest daertoe balcken uyt, daer sijn mercke op staet en recht de galg op. Den ander, dit te weeten komende, doleerde seer en wiert dapper uytgelachen. Hij badt den anderen of hij het wilde uythacken. R. 'Ick derf bij die gehangen dief niet klimmen, maer evenwel om u dienst te oden, geeft mij 20 rijcxdaelders in de handt en een braef collation voor de vrienden.' R. 'Het zij soo.' Naderhant bragt hij den voornoemden schout 360 gulden in rekening voor de galg. R. 'Wat rijdt u de duyvel, Evert?' R. 'Ick kan 't niet minder doen en 't is doodschult, daer dingt niet van af.'
Beschrijving
De timmerman Evert had schulden bij de heer Arend. Van de schout Pompeius kreeg Evert de opdracht een nieuwe galg te maken. Evert kocht de balken voor de galg bij Arend en zorgde ervoor dat diens naam op de balken en dus ook op de nieuwe galg stond. Arend werd hierom bespot en smeekte Evert om zijn naam uit de galg te hakken. Evert deed dit voor 20 rijksdaalders. Aan de schout vroeg hij nog eens 360 gulden voor de nieuwe galg. De schout vond dit erg veel, maar het was nou eenmaal doodschuld en daar valt niet op af te dingen.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Evert Benjamins Lickebutter   
Arend Sonnemans   
Pompeius de Rover   
Naam Locatie in Tekst
Dordt   
Dordrecht   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
