Hoofdtekst
Jacob sag een hovaerdige nar op straet, daer weynig kennis bij was. 'Ik wou', seyde hij, 'dat ik soo keerel was als gij u inbeeldt te zijn, maer soo een man te sijn als gij inderdaet zijt, wouw ik mijn vijant niet wenschen.'
Beschrijving
Jacob zag een goede, maar domme nar op straat. Jacob wilde de man zijn die de nar inbeeldde te zijn, maar te zijn zoals de nar werkelijk was, wenste hij zelfs zijn ergste vijand niet toe.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Jacob   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
