Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

OVER1490

Een mop (boek), derde kwart 17e eeuw

Hoofdtekst

Eén tot Rotterdam quam met een kostelijck nieuw pack 's avonts laet van een maeltijt en liep drijvende in een kalckhock, daer hij al sijn kleeren bedurf. Hij ontbood den setter van 't voorseyde hock voor schepenen en concludeerde tot vergoeding van sijn schade. Den ander excipieerde op de noodsaeckelijckheyt van sijn timmeragie. R. 'Dan mogt gij uw kalckhock uyt de passage geset hebben.' R. 'Het staet soo ver uyt de weeg als het mogelijck is.' Hij versogt evenwel dat de heren daer souden believen ordre in te stellen. R. 'Wat konnen wij daerin doen? Gij mogt beter voor u sien.' Hij prevelde binnensmonts: 'Dan sal ik er selver ordre in stellen.' R. 'Wat seyt hij daer, bode? Roept hem wederom. Wat preutelde gij daer?' R. 'Niet; ick sey dat ik er selver sou ordre in stellen.' R. 'Wat wout gij togh doen?' R. ''s Avonts vroeger na huys gaan.'

Beschrijving

Een man liep 's avonds laat, na het eten, met zijn nieuwe pak een kalkhok in, waardoor zijn kleding totaal verpest was. Hij ging naar de maker van het hok en eiste om schadevergoeding. De maker vond dit onzin en dacht er niet over om hem te betalen of om ook maar iets aan zijn hok te doen. De man zei er dan zelf maar wat aan te gaan doen; hij zou voortaan vroeger naar huis gaan.

Bron

Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991

Commentaar

Derde kwart zeventiende eeuw

Naam Locatie in Tekst

Rotterdam    Rotterdam   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20