Hoofdtekst
Eén seyde tegens sekere vrouw, dat het oock wel gebeurd dat Christenkinderen hoe jong sij oock waeren, in de helle voeren: 'Dat is tegens Gods barmhertigheyt', seyde sij, 'want de kinderen hebben noyt yets quaets gedaen, dog wilt gij in des duyvels voordeel spreecken, soo gunt hem al de schelmen die so preecken.'
Beschrijving
Een zeker persoon vertelde een vrouw dat ook Christenkinderen, hoe jong ook, soms al naar de hel gingen. De vrouw reageerde heel fel en zei dat dit tegen Gods barmhartigheid was, omdat die kinderen nog nooit iets kwaads hadden gedaan. Degene die zoiets beweert moet volgens de vrouw zelf naar de hel, omdat hij of zij in het voordeel van de duivel spreekt.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Christenkinderen   
God   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
