Hoofdtekst
Een gebruyckelijke vrouw wiert van haer vrienden, terwijl haer man van huys was, besogt. Sij liet haer heele huyshouding aen haer sien, en onder anderen haer beesten, paerden, schaepen, varckens etc. 'Wel'. vraegde een van het geselschap, 'heb je oock geen hoornbeesten?' R. 'Ja, ick wagt tot mijn man thuys komt.'
Beschrijving
Een vrouw krijgt bezoek terwijl haar man afwezig is en laat haar vrienden alles zien, ook het vee. Men vraagt of ze geen gehoornde dieren heeft. Antwoord: ja, mijn man, als hij thuiskomt.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20