Hoofdtekst
Een predikant bestrafte een verquister en seyde: 'Gij behoorde u te schaemen van sulk een leven te leyden, gij behoort alle daegen te leven of gij op den selfden sterven soud.' R. 'Wel mijnheer, dat doe ick, want ick verteer al wat ick krijge, soodat het mij noyt en mist of ick ben 's avonts kael, eveneens of ick 's anderendaegs niets van doen sou hebben.'
Beschrijving
Een predikant strafte een zondaar en zei dat hij moest leven alsof elke dag de laatste was. De zondaar antwoordde dat hij dat al deed, hij zorgde er namelijk altijd voor dat hij 's avonds blut was, zodat er niets overbleef voor een volgende dag.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20