Hoofdtekst
De baljuw Ambrosius van der Keer had een partij lichtmissen, die straetschenderey gedaen hadden, gevangen. Nadat hij tegen yder sijn eysch had gedaen, waerender twee onder die magtig lamenteerden, protesteerende dat sij het niet meer souden doen. R. 'Ja, waerachtig! Dan pretendeere ick voor ditmael dubbeld, als gij niet denckt weer te komen.'
Beschrijving
Een rechter had een stel mannen laten oppakken voor straatschending. Nadat ze hun straf te horen hadden gekregen begonnen twee mannen te protesteren. Ze zeiden dat ze het nooit meer zouden doen. De rechter antwoordde hierop dat hij, als ze nooit meer dachten te komen, ze dubbel zo veel zal laten betalen.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Uitleg: de rechter incasseert (een deel van) de boete. Criminelen die hun leven beteren, zijn voor de baljuw geen bron van inkomsten meer. Dus laat de baljuw zich dubbel betalen door de criminelen die zeggen nooit meer terug te komen... Zo verdient hij nog wat aan ze.
Naam Overig in Tekst
Ambrosius van der Keer   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
